In de wereld

In de wereld

Een nieuwe held
Johannesburg – Zuid-Afrika heeft een pathologische behoefte aan helden, aan mensen die onvervaard richting geven in een etterende, scheefgegroeide samenleving waarin een helende revolutie nooit heeft plaatsgevonden. De zwarte onderklasse heeft ANC-leider Jacob Zuma als held, de man die als een Houdini aan acht jaar strafrechtelijke vervolging wegens corruptie en verkrachting heeft weten te ontsnappen. Het progressieve deel der natie heeft op zijn beurt de minister van Gezondheid Barbara Hogan tot heldin gebombardeerd.
Hogan verving vorig jaar Manto Tshabalala-Msimang die volhield dat je aids kon bestrijden met een dieet vol knoflook, kroten en Afrikaanse aardappels. Tshabalala’s middeleeuwse ethos (zij werd daarin gesteund door ex-president Thabo Mbeki) zorgde ervoor dat het jaren duurde eer aidsremmers op grote schaal werden verspreid, hetgeen aan honderdduizenden mensen het leven heeft gekost.
Met een imposant struggle-verleden is Hogan een kordate minister, een frisse wind die het geknakte aidsimago van de regering meteen na haar benoeming opvijzelde. Zo fris is ze dat ze er onlangs evenmin voor terugdeinsde haar eigen regering in het openbaar te kritiseren over het niet verstrekken van een visum voor de dalai lama, die hier op uitnodiging van onder anderen Nelson Mandela en Desmond Tutu eind maart een vredesconferentie zou bijwonen. Hogan zei dat de regering zich tegenover de Zuid-Afrikaanse bevolking moet verontschuldigen, omdat het ‘in hun naam is dat deze grootse man die gevochten heeft voor de rechten van zijn land geen toegang tot het land krijgt’. Ze zei dat de visumweigering een voorbeeld was van hoe de regering over mensenrechten denkt.
De regering voerde aan dat de vredesconferentie bedoeld was om te kijken hoe het WK voetbal in 2010 gebruikt kan worden als platform tegen racisme en xenofobie en dat de aanwezigheid van de dalai lama de aandacht van het voetbal zou afleiden. Dat de weigering hem een visum te verstrekken tot stand was gekomen onder grote druk van het in Afrika steeds machtigere China werd nergens toegegeven. Wel kreeg Hogan van hooggeplaatste ANC’ers te horen dat ze maar beter kan opstappen.
Zo groeide de kwestie binnen een paar dagen uit tot een rel van metaforische proporties, waarin iedereen zich mengde, van toprechter Kate O’Regan tot oud-minister van Buitenlandse Zaken Pik Botha. De kwestie legde de afhankelijkheidsrelatie tussen Afrika en het driftig investerende China bloot; ze liet zien dat het ANC het niet zo nauw neemt met zijn oorspronkelijke idealen over vrijheid en mensenrechten en dat de partij grote moeite heeft met eigenzinnige leden .
En Hogan? Die zien we na de verkiezingen van 22 april waarschijnlijk niet meer terug als minister. Maar daags na haar gewaagde uitspraken verscheen ze fier en trots op de tiende verjaardag van het Aurum Institute for Health Research, waar ze met een staande ovatie werd onthaald. Nog even heldin.
FRED DE VRIES

Een nieuwe held (2)
Moskou – Het is hier behoorlijk onopgemerkt gebleven. Precies tachtig jaar geleden zette Kuifje zijn eerste schreden in Moskou. In januari 1929 verscheen het eerste avontuur van de jonge verslaggever wekelijks in een Belgische krant. Na wat omzwervingen door nazi-Duitsland kwam hij zo’n drie maanden later de hoofdstad van de Sovjet-Unie binnen.
Gebundeld verscheen het avontuur als Kuifje in het land van de Sovjets voor het eerst in 1930. Toch maakte dit album lange tijd geen deel uit van de canonieke Kuifje-reeks. Het verhaal was klungelig getekend. Maar de hoofdpersoon was ook vooral druk met het in de pan hakken van perfide communisten. Dat lag decennialang gevoelig. Omdat de wel regelmatig herdrukte avonturen van Kuifje in Afrika al spectaculair racistisch waren, leek het de uitgever wijzer dit zeer anticommunistische album weg te moffelen. Inmiddels is Steven Spielberg bezig ettelijke Kuifjes te verfilmen en is Kuifje’s ambigue karakter (homo? antisemiet?) alleen nog voer voor geflipte literatuurwetenschappers.
Maar noch langs de wegen waarlangs Kuifje de stad betreden zou kunnen hebben, noch op de plekken die hij bezocht valt een vlaggetje of een slingertje te ontdekken. Toegegeven, het blijft onduidelijk waar hij precies uithangt. Kuifje komt Moskou binnen in een gestolen auto, zit al snel in wat vermoedelijk de beruchte KGB-gevangenis Lubljanka is en tuigt daar energiek zijn aanstaande folteraars af. Dan waagt hij zich op een anonieme straat, waar hij ziet dat de sovjets van Moskou een ‘stinkende bende’ hebben gemaakt.
Vervolgens vertrekt hij richting platteland, om vermomd als soldaat de boeren te beschermen tegen de bolsjewieken. De ‘reporter’ Kuifje heeft dan zijn eerste en enige reportage ooit al naar de krant gestuurd – in alle albums die volgen zien we hem nooit meer een pen op papier zetten.
Hergé mag een expliciet politiek verhaal geschreven hebben, wie het nu naloopt op feitelijke onjuistheden komt bedrogen uit. De wandaden die hij de bolsjewieken laat bedrijven, hebben ze ook begaan of hadden ze heel goed begaan kunnen hebben. In Europa wordt dat nu voor lief genomen. De omgang met dat deel van het verleden hier is veel moeizamer. De schaarse organisaties die de communistische geschiedenis proberen op te helderen, worden door de overheid voortdurend in de wielen gereden. In de redenering van de regering is alles wat de Sovjet-Unie naar beneden haalt ook slecht voor Rusland. Niemand staat hier te trappelen om aandacht aan ene Kuifje te besteden. Wat daarom beklijft, is de kiem van de latere onwaarschijnlijke maanlandingen, Himalayabeklimmingen en zeebodemwandelingen, verscholen in de nieuwe held, die nonchalant een vuurpeloton overleeft en het land bungelend aan het landingsgestel van een vliegtuig verlaat.
MENNO HURENKAMP

Ongelukkig China
Peking – Het zit China allemaal vreselijk tegen. Dat is tenminste wat een groepje vooraanstaande ultranationalistische auteurs luidruchtig beweren. Van hun boek Ongelukkig China werden al honderdduizenden exemplaren verkocht sinds het twee weken geleden verscheen. Zomaar een quote: ‘Uit de geschiedenis van de menselijke beschaving blijkt dat wij het meest gekwalificeerd zijn om leiding te geven aan de wereld; westerlingen zouden op de tweede plaats moeten staan.’
1-0 voor Peking. Wat is er loos? Want objectief gezien is het China nog nooit zo voor de wind gegaan als nu en er lijkt weinig reden tot klagen. Na de economieën van Amerika en Japan is die van China nu al de grootste ter wereld en tegen veler verwachting in zijn de Olympische Spelen behoorlijk geslaagd. Peking stuurde onlangs kruisers naar Somalië om mee te helpen in de internationale strijd tegen de piraterij aldaar en het land begint zich met horten en stoten te voegen in de internationale gemeenschap.
Maar dat is lang niet genoeg, zo schrijven de vijf auteurs. Want de hele wereld spant wel degelijk samen om China zijn rechtvaardige plek onder de zon te ontzeggen en tegen die onophoudelijke vijandelijkheden dient dan ook een stevige positie te worden ingenomen. In de eerste plaats natuurlijk tegen Amerika, maar ook zeker tegen Frankrijk onder Nicolas Sarkozy. Die had vorig jaar het lef om de dalai lama te ontmoeten. Een onderwerp waarover Chinezen volgens het boek trouwens helemaal niets meer hoeven te horen. Als het op Tibet aankomt, is er te lezen: ‘Je kunt een oorlog beginnen als je dat durft. Anders moet je je mond houden.’
Klare taal natuurlijk, maar hoe serieus is dit nu allemaal? Het boek is een echo van China kan nee zeggen, een controversieel werk dat in 1996 uitkwam en destijds uitvoerig in deze krant werd besproken. Een van de schrijvers van Ongelukkig China werkte ook aan het eerdere boek mee.
Nationalisme in China kan krachtige vormen aannemen, dat is bekend. Gedreven door buitenlandse invasies en een onderwijssysteem dat nog altijd is geobsedeerd door dat tijdperk van nationale zwakte komt geen Chinees van school zonder een gefrustreerd gevoel van diep nationalisme. Onrecht is aangedaan, en dat dient de wereld te weten. Er hoeft dan ook maar weinig te gebeuren om die latente woede aan de oppervlakte te brengen. De verstoorde olympische fakkeltocht door Parijs vorig jaar en de internationale protesten na het neerslaan van de rellen in Tibet zouden dan ook niets anders zijn geweest dan een internationaal complot om China te vernederen.
Desondanks wordt Ongelukkig China niet bijzonder serieus genomen in eigen land. Media maken het boek veelal belachelijk en noemen het een brutaal vissen in troebel water. Volgens een criticus van de toonaangevende China Jeugdkrant is het niets anders dan hengelen naar de portemonnee van de radicale jeugd en maoïstische bejaarden.
ANNE MEIJDAM

DNA-spook
Berlijn – Ze was de meest gezochte én veelzijdige crimineel van Duitsland. Op veertig crime scenes liet ‘het spook van Heilbronn’ de afgelopen jaren sporen achter. De onbekende vrouw werd verdacht van zes moorden. In 2007 schoot ze in koelen bloede een pauzerende politieagente dood. Maar de vermoedelijke seriemoordenares schuwde ook het kruimelwerk niet. In een opengebroken tuinhuis vond de politie een koekje waaraan geknabbeld was – met daarop haar DNA.
Nu lijkt het mysterie te zijn opgelost. Het spook is vermoedelijk een Oost-Europese vrouw in Beieren. Van een succes kunnen de meer dan tweehonderd Duitse, Oostenrijkse en Franse agenten en andere betrokkenen bij het onderzoek niet spreken. De opgespoorde vrouw is namelijk geen moordenares. Ze is inpakster.
Het enige wat haar misschien kwalijk kan worden genomen, is dat ze haar handen niet goed waste voordat ze steriele wattenstaafjes in dozen stopte. Die staafjes gebruikt de politie bij het onderzoeken van DNA-sporen. Gevolg was dat de politie jarenlang in plaats van de genetische informatie van een verdachte het DNA van de inpakster vond.
Het lampje ging eind vorig jaar branden in Oostenrijk. Bij een vechtpartij in een discotheek in Linz viel een dode. Op het slachtoffer werd het DNA van het spook gevonden. Maar de daders waren al gepakt en niemand had een vrouw gezien. Het daaropvolgende interne onderzoek bracht uiteindelijk de DNA-verwisseling aan het licht.
Daarmee vielen de stukjes op hun plek. De jeugdbende die verklaarde nooit een seriemoordenares te hebben gezien toen ze computers stal uit een school. Het DNA van het spook op de deur van een woning in Mannheim, waar een groep Russische Duitsers met elkaar op de vuist waren gegaan. Haar sporen die opdoken zowel in de Freiburgse homoscene als tussen moslimfundamentalisten in Saarland. Het feit dat de verdachte bovendien werd gezocht in het daklozenmilieu. En onder drugsverslaafden. Waarschijnlijk ziet ze er niet eens uit als een vrouw, liet justitie zich uiteindelijk ontvallen.
Het hoge slapstickgehalte ten spijt heeft het DNA-debacle serieuze consequenties. En niet alleen voor de opsporingsdiensten, die nu in plaats van naar één vrouw op zoek moeten naar mogelijk veertig verschillende daders. In de Duitse pers klinkt kritiek op het ‘blinde vertrouwen’ dat de politie blijkbaar stelt in DNA-analyses. ‘Een DNA-treffer is een indicatie, niets meer’, stelt de Süddeutsche Zeitung in een commentaar.
De Heilbronner fantoompijn is dan ook niet het eerste DNA-debacle. Eerder deze maand moest de politie de vermoedelijke daders van een spectaculaire miljoenenoverval op het Berlijnse Kaufhaus des Westens laten gaan. Gezien het DNA-spoor was ten minste één van de twee opgepakte broers ter plaatse geweest. Eén probleem: ze voldeden beiden aan het DNA-profiel. Omdat de broers een eeneiige tweeling zijn met nagenoeg identiek genetisch materiaal, kan de politie op basis van het DNA onmogelijk bewijzen wie van de twee schuldig is.
KOEN HAEGENS
To be honest…
Londen – Wat voor gesprekken zou het echtpaar Yvette Cooper en Ed Balls in bed voeren? Onlangs werden deze twee ministers uit het kabinet-Brown na elkaar op de radio geïnterviewd. In een paar minuten tijd slaagde Cooper erin om vijftien keer ‘it was the right thing to do’ te zeggen. Even later gebruikte haar echtgenoot de frase ‘the wrong thing to do’ acht keer. Het was niet om aan te horen.
In Nederland werd Geert Wilders een tijdje geleden berispt omdat hij Ella Vogelaar ‘knettergek’ had genoemd. Dit soort straattaal hoort inderdaad niet in het parlementaire debat thuis, maar het gebruik van stopwoordjes, clichés, en slaapverwekkende frasen door de hedendaagse lichting ambitieuze technocraten die de Britse politiek bevolken, is zeker zo erg. Zo had Tony Blair, toch niet de minste spreker, de gewoonte om telkens ‘look now’ te zeggen. Zijn goede vriend Peter Mandelson heeft dit gereduceerd tot ‘look’. Zeker zo vervelend is het ‘actually’ van minister van Binnenlandse Zaken Jacqui Smith, terwijl haar collega Tony McNulty geen gesprek kan voeren zonder een paar keer ‘in terms of’ te zeggen. De meeste politici zijn dol op het woord ‘obviously’, een overbodige mededeling, want als het zo voor de hand ligt, waarom moet het dan worden gezegd? Tot dezelfde categorie behoren de stoplappen ‘I mean’ en ‘you know’. Daarnaast is er natuurlijk het modieuze lingo met woorden als ‘robust’, ‘narrative’ en ‘fantastic’, die onafhankelijk van de inhoud worden gebruikt. Vanwege de economische crisis zijn politici voortdurend ‘concerned’ tot ‘very concerned indeed’, wachtend op de ‘deliveries’ die Gordon Brown als een veredelde pizzakoerier gaat bezorgen, bestaande uit ‘a raft of measures’. Als dat maar goed gaat, schreef een krantenlezer, want geïmproviseerde wildwaterkano’s, zo weet elke ex-scout, hebben de neiging in zwaar weer te breken.
Tijdens het wekelijkse vragenuurtje zei Brown vier keer ‘I will do everything in my power’, wat vooraf werd gegaan door het geruststellende ‘lessons have been learned’. Bij dit leerproces wordt deze calvinist door een hogere hand geleid. Dat valt althans op te maken uit metafysische zinsneden als ‘it’s right for Britain’, ‘it is important’ en ‘it is right to’. Sommige burgers vragen zich af wat politici de godganse dag uitspoken, want geen monoloog is compleet zonder het cliché ‘at the end of the day’. Fraai zijn de uitdrukkingen waarmee politici impliciet toegeven dat ze om de hete brij heen draaien of liegen. Voorbeelden zijn ‘let’s be clear about one thing’, ‘what I am saying is’ en vooral ook ‘to be honest’. Veel van deze holle woorden kwamen afgelopen weken voorbij op de brievenpagina van The Daily Telegraph, waar de lezers een denkbeeldige vloekenpot hadden gecreëerd, waarin inmiddels genoeg geld zit om de economie, zoals politici dat plegen te noemen, een ‘kick-start’ te geven.
PATRICK VAN IJZENDOORN