In de wereld

In de wereld

In de Wereld

Loepzuivere sociaal-democraten
Berlijn – Jacques Chirac komt, de Turkse premier Erdogan ook, en wie weet trakteert zelfs Vladimir Poetin zijn oude vriend Gerhard Schröder op een verrassingsbezoek. De gastenlijst van diens verjaardagspartijtje, komende zaterdag, lijkt niet op die van een regeringsleider-in-ruste. De vorige week 65 jaar geworden oud-bondskanselier staat vier jaar na zijn aftreden nog steeds in het centrum van de macht. Dit jaar werd Schröder commissaris van het Russisch-Britse energieconsortium TNK-BP. De ‘Duitse energietsaar’ was al voorzitter van de raad van commissarissen van de omstreden Nord Stream-gaspijpleiding door de Oostzee. Het Russische Gazprom bezit de meerderheid van de aandelen in het project, waar ook de Nederlandse Gasunie bij betrokken is.
Zijn activiteiten leveren de SPD’er niet enkel vrienden op. De linkse schrijver en journalist Günter Wallraff noemde Schröders christen-democratische opvolger Angela Merkel onlangs ‘geloofwaardiger, bescheidener en sympathieker’. In tegenstelling tot de ‘Schröder-gang’ zou zij de politiek niet misbruiken voor eigen gewin. Schröder heeft volgens Wallraff ‘de ziel van de SPD verraden en verkocht’.
Schröder doet weinig om van zijn imago van sociaal-democratische sell-out af te komen. In een uitgebreid interview met Die Zeit nam hij het deze maand nogmaals op voor zijn vriend Poetin, die hij eerder ‘een loepzuivere democraat’ noemde. ‘Ik twijfel net als vroeger niet aan zijn democratische integriteit’, aldus een geïrriteerde Schröder. Van een beknotting van de vrijheid van meningsuiting onder Poetin wil hij niets weten. Met de dood van een reeks kritische journalisten heeft Poetins regering niets te maken. De Russische staat doet er juist alles aan deze misdaden op te lossen. Het hoogtepunt in de argumentatie van Schröder, die ‘niets wil bagatelliseren’: ‘Ook in andere landen blijven veel misdrijven onopgelost, zonder dat meteen vermoed wordt dat de regering daar belang bij heeft.’
Schröder is niet de enige sociaal-democraat die in de herfst van zijn carrière onder vuur komt te liggen. Maar bij zoveel hypocrisie vallen ‘onze eigen’ Wim Kok en Lodewijk de Waal in het niet. De eerste grossiert sinds zijn premierschap in lucratieve commissariaten, bij ING, Shell, KLM en TPG Post. In die hoedanigheid stemde hij in met betalingen aan topbestuurders die hij als premier nog ‘exhibitionistische zelfverrijking’ noemde. Om soortgelijke redenen wordt nu ook oud-vakbondsleider en ING-‘staatscommissaris’ Lodewijk de Waal gekritiseerd.
Toegegeven: een socialist kan het nooit goed doen. Een liberaal of christen-democraat die pleit voor nauwere banden met Rusland, China en Iran geldt als realist. Obama wordt zelfs geprezen om zijn toenadering tot Teheran. Een sociaal-democraat verraadt zijn idealen. Maar Schröder roept waarschijnlijk extra weerstand op, omdat hij met realisme geen genoegen neemt. Hij praat de politiek van Poetin goed.
Voor zijn tegenstanders rest één troost. In Die Zeit noemt Schröder de kredietcrisis weliswaar ‘een uitdaging’ voor een politicus, op de vraag of het uitgesloten is dat hij nog eens bondskanselier wordt, is zijn antwoord helder. ‘Dat is uitgesloten.’
KOEN HAEGENS

Vrijwillig zaterdaggen
Moskou – Zonder goede leus gaat het niet. Een paar weken geleden maakte een Russisch reclamebedrijfje nog furore door voor een ijsje de kreet ‘zwart van buiten, wit van binnen’ te lanceren. Met daarbij een breed lachende zwarte man staande voor wat onmiskenbaar het Witte Huis in Washington was. Niks racisme, gewoon een grapje over die aardige vent Obama. Dat vonden de reclamejongens en dat vond eigenlijk ook de rest van Rusland.
Nu wordt via allerlei billboards opgeroepen om ‘met z’n allen zaterdagger te worden’ – om mee te doen aan het schoonmaken van de stad, nadat de sneeuw gesmolten is. De zaterdagger is de vrijwilliger die op commando uitrukt om takken, blikjes, dode planten, dode dieren en ander vuil uit de parken te harken wanneer het gras en de grond weer zichtbaar worden. Zo’n zaterdagger doet dat volkomen spontaan natuurlijk. Zoals precies negentig jaar geleden een stel Moskouse arbeiders volkomen spontaan besloot om buiten werktijd nog wat locomotieven te repareren. Die communistische mentaliteit maakte zo’n indruk op de nog maar net aangetreden sovjetbaas Vladimir Lenin dat hij besloot dat vanaf dat moment vrijwillige inzet een deugd was waaraan iedereen één keer per jaar onderworpen moest worden.
Voor wie vooruit wilde in de Sovjet-Unie was het sindsdien onvermijdelijk om begin april even mee te zaterdaggen, mee te poetsen aan de buurt, aan de gedeelde tuin of aan de school. En nadat Lenin was overleden, werd de jaarlijkse schoonmaakbeurt natuurlijk aan hem opgedragen. Met de val van de Sovjet-Unie leek deze van communistische retoriek doordrenkte traditie op te lossen in rook. In 1993 was er niemand meer te vinden om het park te harken.
Maar zoals dat gaat met praktijken die ook nuttig zijn voor niet-communistische regimes werd het zaterdaggen de afgelopen jaren langzaam maar zeker weer ingevoerd. Het stadsbestuur biedt allerlei mooie voorzieningen en eten en drinken en dringt er bij lokale bedrijven op aan dat deze hun mensen aanzetten om zich in te zetten. Inmiddels doen er volgens officiële cijfers weer meer dan een half miljoen mensen mee aan het zaterdaggen in Moskou.
Bij ons in de buurt dribbelen een ochtend lang mensen heen en weer met de door de stad uitgereikte bezems. Er staan standjes, er is muziek, het lijkt wel het ‘opzoomeren’ in Rotterdam. Echt vrijwillig is het allemaal natuurlijk nog steeds niet. ‘Kom dinsdag als je vandaag niet kunt schoonmaken’, kreeg onze buurvrouw te horen van de school waar haar zoon zit. En de man die het hekje voor ons huis schildert, mompelt dat het voor hem een nog slechter dan gemiddelde betaalde werkdag is. Hem een vraag stellen levert me dan ook een uitstaande lening van vijftig roebel op (1,50 euro), die ik ‘zéker morgen terugkrijg’ en die ik dus volkomen vrijwillig aanbied.
MENNO HURENKAMP

Vredestichter met machinegeweer
Jacob Zuma, de president van het Zuid-Afrikaanse ANC, ontkwam deze week op een nogal curieuze manier aan een rechtszaak wegens corruptie. ‘Het moeilijkste uit mijn loopbaan’, noemde de dienstdoende officier van justitie zijn besluit om de vervolging te stoppen. Dat klinkt weinig overtuigend. Nu is nog niet bewezen of Zuma wel of niet corrupt is (hij zou steekpenningen hebben aangenomen van een Franse wapenhandelaar). De rechtsgang is stopgezet, omdat er sprake is van ‘politieke inmenging in de rechtspraak’. Uit bandopnamen bleek namelijk dat de belangrijkste aanklagers en onderzoekers onder invloed stonden van oud-president Thabo Mbeki.
Nu volgt meteen de vraag onder welke invloed deze vrijspraak tot stand is gekomen, want de timing is voor Zuma wel erg prettig, twee weken voor de landelijke verkiezingen. Daarmee staat vrijwel vast dat Zuma de nieuwe president van Zuid-Afrika wordt, tot groot afgrijzen van een groot deel van de blanke én zwarte middenklasse van het land. Zij gruwen van zijn populistische stijl, zijn antiapartheidlijflied Breng me mijn machinegeweer, zijn levensstijl (Zuma heeft zes vrouwen, twee verloofden en achttien kinderen en hij werd eerder al vervolgd voor verkrachting – én vrijgesproken) en zijn naïeve visie op het aidsprobleem (douchen na de seks is de remedie).
Zuma betekent ook nogal een breuk met het presidentschap van zijn voorgangers: Mandela, Mbeki én de huidige interim-president Motlanthe zijn hoogopgeleid, terwijl Zuma geen noemenswaardige opleiding heeft. Hij is een straatvechter die op basis van charisma en loyaliteit carrière maakte binnen het ANC. Vooral het contrast met Mbeki is groot. Tijdens Mbeki’s bewind kwam het idee van ‘de regenboognatie’ – de verzoening tussen zwart, gekleurd en blank – al in gevaar. Veel blanke Zuid-Afrikanen voelden zich steeds minder welkom door de positieve discriminatie van zwarte landgenoten. Veel arme zwarte Zuid-Afrikanen voelden zich op hun beurt door de intellectualistische en gereserveerde Mbeki te weinig gesteund. Zuma heeft juist de status van halfgod onder een groot deel van die arme bevolking, zeker de Zulu’s.
Waarschijnlijk maakt de angst voor een ‘opstand der horden’ de middenklasse en intellectuele elite zo benauwd. Zuma past in het profiel van de gemiddelde dictator: anti-intellectueel, demagogisch en behept met een megalomaan zelfvertrouwen. Maar er is hoop. Zuma heeft ook eigenschappen die minder goed passen bij een tiran. Al sinds 1959 is hij zeer actief binnen het ANC, waar hij bekendstaat als loyaal en coöperatief. Zijn bereidheid tot samenwerking kwam goed naar voren toen Zuma in 1990 onderhandelingen voerde met de gewelddadige Inkatha Freedom Party. Zuma wist IFP-leider Buthelezi mee te krijgen, waarmee het geweld stopte en de weg naar het einde van apartheid open lag. Ook als vice-president intervenieerde en onderhandelde Zuma veel bij Afrikaanse conflicten.
Zuma als vredestichter? Zolang ze hem zijn machinegeweer maar niet brengen.
TOM DE BOER

Weense krantenoorlog
Wenen – Het weekeinde in Wenen betekent krantenoorlog. Op elke lantaarnpaal op elke hoek van de straat hangt een plastic tasje met landelijke dagbladen erin. In een bakje kan vrijwillig het vereiste bedrag worden voldaan. Zo hoeven boulevardbladen als Österreich, Kurier en de machtige Kronen-Zeitung, maar ook het degelijke Die Presse en Der Standard niet bezorgd te worden.
Maar niet alleen vanwege de elkaar tot op het bot beconcurrerende tabloids is het krantenoorlog in de voormalige hofstad. De bladen hebben vooral ruzie vanwege oud-burgemeester Helmut Zilk. Opinieblad Profil had kort na Zilks overlijden, afgelopen oktober, geschreven dat de legendarische burgervader uit de jaren tachtig een spion van de communistische geheime dienst STB uit het toenmalige Tsjechoslowakije zou zijn geweest. In Wenen kwam dit over alsof Ed van Thijn een informant van de Stasi zou zijn.
Van zulke beschuldigingen houden Oostenrijkers niet. Over doden niets dan goeds. De uiterst rechtse populist Jörg Haider kreeg, nadat hij vorig jaar in zijn bolide met hoge snelheid en stomdronken uit de bocht was gevlogen, meer sympathie dan ooit. Zijn begrafenis was een welhaast militair georganiseerde staatsact. Haiders partij van vreemdelingenhaters, het BZÖ, haalde na zijn dood en de onthullingen over zijn biseksualiteit alsnog een ruime meerderheid in de deelstaat Karinthië.
Terug naar Wenen en Herr Dr. Zilk. Een massablad als Die Krone, gelezen door een op de twee Oostenrijkers, weigert kritiek op de ex-communist. Na de Tweede Wereldoorlog werd Zilk in het door de sovjets bezette Oostenrijk lid van de Freie Österreichische Jugend en de communistische KPÖ, hij werd journalist en schopte het behalve tot burgemeester ook tot onderwijsminister. Ondanks zijn communistische achtergrond willen de Krone-lezers niet geloven dat Zilk heulde met de erfvijanden achter het IJzeren Gordijn. De historicus die het belastende materiaal boven water heeft gehaald, wordt in de Kronen-Zeitung belasterd, journalisten die over de affaire berichten worden overladen met hoon en de krant schrijft schande van concurrenten die het wagen te twijfelen aan Zilks statuur.
Volgens bovenstaande versie zijn de dossiers van Zilk door de Tsjechoslowaakse geheime dienst vervalst, wat geen unicum zou zijn. Maar waarschijnlijker is dat Zilk in zijn jonge jaren als journalist wel degelijk geld heeft aangenomen voor op zichzelf waardeloze informatie. Zilk-critici eisen nu een historische commissie. Maar kanselier Werner Faymann, de aalgladde sociaal-democraat die door velen als een marionet van de Kronen-Zeitung wordt gezien, ziet hiervan af. ‘Als we grote commissies inzetten lijkt het alsof er wat is. Dat doen we dus niet.’
De confrontatie met het eigen verleden blijft, na de mislukte verwerking van de nazitijd en het Austro-fascisme, een pijnlijk punt in Oostenrijk.
ROB SAVELBERG

Hillsborough revisited
Londen – Het was weer geen beste week voor de Britse politie. Antiterreurbaas Bob Quick moest ontslag nemen nadat hij topgeheimen per ongeluk met de halve wereld had gedeeld en de politie in het Londense stadsdeel Haringey bleek lankmoedig te hebben gehandeld in de zaak van de vermoorde peuter ‘Baby P’. Zeer kwalijk was het optreden van een speciale politie-eenheid die tijdens de G20-demonstraties een dakloze krantenverkoper, getooid in een Millwall-shirt, zonder aanleiding harde klappen had verkocht. Enkele minuten later zakte de passant dood ineen. De politie legde de schuld bij de demonstranten, die de hulpverlening zouden hebben gehinderd. Deze poging om de waarheid te verdoezelen doet denken aan het politieoptreden bij het voetbaldrama van Hillsborough, precies twintig jaar geleden.
Op zaterdagmiddag 15 april 1989 werden 96 supporters van Liverpool doodgedrukt tegen de hekken van het Hillsborough-stadion van Sheffield. In een recente Observer herinnerde een fan zich hoe politieagenten lachend en hoofdschuddend stonden toe te kijken hoe hij en anderen voor hun leven vochten. Toen na een kwartier eindelijk een deur in het hek werd geopend, scholden dienders gewonde fans de huid vol. Een supporter die een reclamebord probeerde los te rukken om deze te gebruiken als brancard, werd tegengehouden door een bobby met de woorden: ‘Je kunt het stadion niet zomaar vernielen.’ Zo’n noodbrancard was nota bene nodig omdat de politie de 44 beschikbare ambulances buiten het stadion hield. Eentje negeerde het bevel en reed toch het veld op. De broeders wisten niet wat ze zagen.
In de dagen na de ramp probeerde het korps van Zuid-Yorkshire de schuld bij de Liverpool-supporters te leggen, die drie jaar na de Heysel-rellen natuurlijk geen al te beste naam hadden. Tegenover The Sun vertelden agenten dat de fans slachtoffers zouden hebben bestolen en over agenten zouden hebben geplast, vuige laster die klakkeloos werd overgenomen. Twee decennia later wordt deze krant nog steeds amper verkocht in de havenstad. Hoofdcommissaris David Duckenfield zei dat de fans zich met geweld een weg door de toegangspoorten van het fatale vak aan Leppings Lane hadden gebaand, terwijl later zou blijken dat zijn manschappen de poorten hadden opengezet.
In het rapport van Lord Justice Taylor kreeg de politie indertijd forse kritiek, maar er werd niemand aangeklaagd. Anne Williams, wier vijftienjarige zoon Kevin die middag was gestikt, hoopt dat daarin verandering komt. Volgens de politie was Kevin, net als alle andere slachtoffers, voor kwart over drie dood. Getuigen hebben echter beweerd dat hij tegen vieren pas het leven liet. Volgens de patholoog had een routine-ingreep het jonge leven kunnen redden. Dit tijdsverschil is cruciaal, want het zou betekenen dat de jongen is gestorven door een gebrek aan zorg van overheidswege. De zaak ligt nu bij het Europese Hof.
PATRICK VAN IJZENDOORN

Coming out in Marokko
Rabat – Vorige week publiceerde schrijver Abdellah Taïa, Marokko’s bekendste homoseksueel, een ‘Brief aan mijn Moeder’ in het weekblad TelQuel, waarin hij het zijn moeder probeert uit te leggen. Taïa’s timing is niet slecht. Sinds enkele weken poseert de Marokkaanse regering als hoeder van de maatschappij, op de bres voor religie en moraal, waarbij vooral minderheden het moeten ontgelden: vermeende sjiieten worden vervolgd, een handvol evangelisten, op bekeringsijver betrapt, wordt het land uitgegooid en homoseksuelen wordt door het ministerie van Binnenlandse Zaken de wacht aangezegd. Taïa refereert hieraan in zijn brief. Hij stelt dat de wereld dezer dagen aan kritisch zelfonderzoek doet en ‘Barack Obama verwelkomt als teken van hoop. En wat doet Marokko? Men jaagt ons weer eens angst aan. Het oude recept. Men voert ons terug in de tijd.’
‘Ik weet dat ik aanstoot geef’, schrijft Taïa aan zijn moeder. ‘Ik besef dat ik u pijn doe en dat u zich zorgen maakt. Door mijn eigen naam te gebruiken stel ik mezelf tentoon en maak mezelf kwetsbaar. Stel ik ú tentoon, maak ú kwetsbaar. Ik sleep u mee in dit avontuur, dat voor mij, en voor mensen als ik, nog maar nauwelijks begonnen is: Eindelijk bestaan! Uit de schaduw treden! Het hoofd hoog houden! De waarheid zeggen, mijn waarheid! Abdellah zijn. Taïa zijn.’ Hij beseft dat hij met zijn publieke coming out zijn moeder heeft geshockeerd: ‘Omdat ik me als anders heb geopenbaard, iets wat u niet hebt zien aankomen. Een monster.’ En anders, on-Marokkaans, is hij zeker. ‘Ik ken Marokko’, schrijft hij. ‘Er slagen, er bestaan, betekent geld hebben. Anderen met zijn geld verpletteren. Dat is het Marokkaanse ideaal. Net als u ben ik arm geboren, en arm opgegroeid, in Salé. Maar ik weiger me naar dat steriele Marokkaanse ideaal te voegen. Die platitude.’
Het doet hem pijn dat zijn moeder zich vermoedelijk dagelijks afvraagt: ‘Waar heb ik het aan verdiend, dit schandaal? Wat hebben we hem aangedaan?’ Taïa vermoedt dat ze iedere dag voor zijn ziel bidt. En toch is zij het, schrijft hij in een interessante en onthullende passage, die hem heeft gevormd, ook als schrijver. Le désir de revolte heeft Abdellah van haar, zij die haar man, zijn vader, steevast háár keuzes oplegde. Zijn vastberadenheid, de wil tot het uiterste te gaan: van haar. Zijn verbeeldingskracht, de poëtische manier van de wereld zien: van haar. Zelfs zijn manier van schrijven, met de bezwerende herhalingen: zo praatte (schreeuwde) zíj. ‘Ik wil dat je weet dat ik net zo ben als jij.’
KEES BEEKMANS