Media

In de wolken

Eeuwenlang is het zo gegaan. Iemand gaat dood. Na de begrafenis wordt het huis opgeruimd, de boedel verdeeld, soms met ruzie, soms met de nodige wrijvingen, vaak in harmonie. Ook het blik, het kistje of de schoenendoos met foto’s, ansichtkaarten en brieven gaat open. Kinderen, andere verwanten of vrienden gaan er doorheen, op zoek naar hun eigen herinneringen, iets tastbaars, te midden van vele ogenschijnlijk nietszeggende plaatjes, notities en enveloppen. De tand des tijds doet zijn werk: een deel wordt bewaard, het meeste wordt weggegooid.

Vandaag de dag is dit alles al een stuk ingewikkelder. De meeste brieven, foto’s en filmpjes zitten niet meer in een doos of blik, maar staan op een computer, een iPad of een telefoon. En dan is het maar te hopen dat iemand de overledene nog net op tijd het wachtwoord heeft kunnen ontfutselen, om nog bij het materiaal te kunnen komen. Dat laatste geldt in nog sterkere mate voor het langzaam groeiend aantal doden die met hun tijd zijn meegegaan, en hun foto’s, films en andere persoonlijke documenten op social websites hebben geplaatst, of in de cloud - in geval van een dode een meer dan toepasselijke metafoor.
Is het voor nabestaanden soms een hele toer om bij het digitale materiaal van de overledene te komen, nog lastiger is het om zonder password de persoonlijke pagina’s van de overledene op te heffen. Ars Technica, een gerespecteerde website op het terrein van technologische ontwikkelingen, stelde nog vorig jaar vast dat veel sociale websites en andere digitale diensten, ook de grotere, in het geheel niet op iemands overlijden zijn ingesteld. Zo blijven sommige sites onverstoorbaar berichten genereren waarin leden worden aangespoord een overleden netwerkvriend met zijn of haar verjaardag te feliciteren.
Intussen is de situatie wel wat verbeterd. Organisaties als Hyves bieden sinds een half jaar de mogelijkheid het profiel van een overledene te veranderen in een online gedenksteen; de pagina krijgt een In Memoriam-status met de overlijdensdatum prominent op het profiel, en, niet onbelangrijk: de overledene wordt verwijderd uit de lijst van automatisch gegenereerde verjaardagsnotificaties. Ook bedrijven hebben het gat in de markt inmiddels ontdekt en bieden diensten aan waarbij je je digitale codes en wachtwoorden in een soort kluis kunt laten opbergen, om nabestaanden te behoeden voor allerlei ongemakkelijke situaties.
Niets wijst erop dat het hierbij zal blijven. Integendeel, we staan aan de vooravond van een digitaal hiernamaals, waarin voor iedereen altijd en eeuwig plaats is. De tijd van de schoenendoos met herinneringen ligt voorgoed achter ons, zo blijkt uit een kleine rondgang over het web. Het digitale condoleanceregister - populair in brede kring - is niet meer dan een voorbode van veel ingrijpender veranderingen in onze rouw- en herdenkingscultuur. Naast Nederlandse platforms als www.watikjenogwildevertellen.nl, de inmiddels internationale herdenkingssite www.respectance.com en het Belgische www.ikdraagjemee.be - speciaal voor gevallen van zelfdoding - zijn er inmiddels ook talloze sites ter nagedachtenis van individuele doden, opgericht door vrienden en familieleden. Sommige van deze sites hebben nog heel wat weg van de vertrouwde schoenendoos, andere zetten de bezoeker een rijke keuze voor, van ontroerende kinderfilmpjes tot podcasts van de begrafenistoespraken. En het zal niet lang meer duren of onze mobiele apparaten zullen bij een bezoek aan een begraafplaats of urnenmuur automatisch een wolk van brieven, foto’s en andere beelden laten neerdalen, terwijl de overledene ons vanuit zijn of haar graf bemoedigend zal toespreken.
Maar de ruimte waarin onze cybersoul ronddwaalt, zal zich uiteraard niet beperken tot het domein dat onze naasten - of wijzelf - met zoveel liefde en zorg als digitale herinneringsplek hebben ingericht, aldus John Romano en Evan Caroll, oprichters van de blog The Digital Beyond en auteurs van Your Digital Afterlife (2011), een boek gewijd aan kwesties over ons digitaal bestaan na onze dood. Het web zal ons na ons overlijden onvermijdelijk ook in heel wat minder flatteuze of gecultiveerde gedaanten tonen: we laten onze sporen immers vrijwel achteloos, op ontelbare plaatsen, op het web achter - en vooralsnog wordt de informatie op die plaatsen voor een belangrijk deel opgeslagen. En dan hebben we het niet alleen over de inhoud van onze persoonlijke pagina’s, of onze professionele producten, reacties op websites en filmpjes op YouTube, maar ook over de foto’s en allerlei losse flodders op gedeelde locaties, inclusief Twitter, dat tegenwoordig door de Library of Congress wordt gearchiveerd.
Eigenlijk hebben we geen idee wat er zal gebeuren met onze digitale nalatenschap, die almaar aangroeiende hoeveelheid informatie over ons persoonlijke en openbare leven, wanneer wij er zelf niet meer zijn.