In den beginne

Wij vormen een journalistenfamilie. Wijlen mijn grootvader was hoofdredacteur van het dagblad De Veluwezoom en zei altijd: ‘Het kan me niet schelen dat de wereld vergaat, als ik, respectievelijk mijn lezers het maar als eerste aan de weet komen.’ Mijn vader op zijn beurt was vliegende reporter bij het Nieuwsblad voor de Betuwe. Zijn credo was: ‘Een atoombom op Nagasaki is leuk, maar niks gaat, voor een journalist, boven de atoombom op Hiroshima.’ Met andere woorden, als journalist jaag je je leven lang achter een primeur aan.

Nu de wereld op zijn laatste benen loopt, alle taboes zijn doorbroken en de lezer er niet meer van opkijkt als de premier een schurk blijkt te zijn die door zijn minister van Justitie wordt gedekt, die op zijn beurt wordt geprotegeerd door de hoofdcommissaris van politie, het een en ander met medeweten van de Heilige Stoel, blijft voor mij, als stadsverslaggever van het maandblad Onze Tuin, op journalistiek terrein weinig eer meer te behalen.
Dat de apocalyps aanstaande is weet immers iedereen. Vandaar dat ik, overspannen en wel, de deur van onze redactieburelen met een harde klap achter mij dichtsloeg en mijn portable computer aan de wilgen heb gehangen. Ik heb besloten geen letter meer te schrijven.
Maar het journalistenbloed kruipt waar het niet gaan kan. En zo prettig is het ook weer niet je uitkering kwijt te raken. Zodat ik gisteren stiekem op een beslagen raam heb geschreven: ‘In den beginne was het Woord.’