Vleugels

In Den Haag

Nu de kabinetsformatie in een impasse is beland, moet iemand op het Binnenhof risico’s durven nemen. Stel: het wordt een minderheidskabinet.

Een column in NRC Handelsblad van Caroline de Gruyter inspireerde me om een essay te lezen van de Duitse literatuurwetenschapper Hans Ulrich Gumbrecht. Het gaat over het ‘sociaal-democratisme’ in Europa, een bewust gekozen, eigen term van Gumbrecht waarmee hij het alom aanwezige streven naar gelijkheid in Europa, in zowel de samenleving als de politiek, omschrijft. Kort samengevat betoogt hij dat dit streven naar gelijkheid het nemen van risico’s smoort. Dat het funest is voor de intensiteit van leven. Gumbrecht schreef het stuk voor de Neue Zürcher Zeitung. Het is integraal te lezen op de site van de krant, die hem de ‘Denkatleet uit Stanford’ noemt. Gumbrecht is hoogleraar aan Stanford University in Californië.

In het essay heeft Gumbrecht het over vleugels krijgen. Die krijg je niet van doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg. Die krijg je van de wil tot macht, waarmee Gumbrecht verwijst naar de filosofie van Friedrich Nietzsche. Vleugels krijg je door de wil om te winnen. Door intens ergens voor te gaan. In de sport vinden we dat prachtig. Misschien heeft Tom Dumoulin met zijn overwinning in de Giro d’Italia bij ons wel een diepe behoefte aan intens leven bevredigd. Maar verder moeten we er in Nederland niet veel van hebben.

Dat van die vleugels waar Gumbrecht over schrijft, sprak me aan. Observerend hoe op het Binnenhof de kabinetsformatie dik twee maanden na de verkiezingen afgelopen week in een impasse was beland, wilde ik dat daar iemand risico’s durfde te nemen, durfde te gaan vliegen, durfde weg te wervelen van de rituele passen en draaien. Maar misschien was het er wel te warm voor afgelopen weekend. In Den Haag ging het over de koning, over de vraag of als hij erbij betrokken zou zijn geweest de formatie niet een impuls had kunnen krijgen. Het zou een goede zaak zijn als na deze kabinetsformatie grondig wordt geëvalueerd of het vormen van een kabinet kan zonder externe procesbegeleider. De benoeming van voormalig vice-voorzitter van de Raad van State – ook wel onder-koning genoemd – Herman Tjeenk Willink tot de nieuwe informateur geeft al aan dat daar eigenlijk behoefte aan is.

Ook doken weer ideeën op om het Nederlandse kiesstelsel te wijzigen. Zoals de invoering van een kiesdrempel. Hoe bitter is dat eigenlijk. Politici durven in de kabinetsformatie geen risico’s te nemen en daarom moeten er maar kiesdrempels komen. Drempels die ervoor zorgen dat vaak niet de politici in het parlement komen voor wie op menig stembiljet is gekozen. Over drempels struikel je, je gaat er niet van vliegen.

Had betrokkenheid van de koning de formatie een impuls kunnen geven?

Het meest risicovolle voorstel dat rondzong voordat informateur Edith Schippers het afgelopen maandag ook daadwerkelijk voorzichtig opperde in haar voortgangsbrief was dat van een minderheidskabinet. Dat was het inmiddels demissionaire kabinet van vvd en pvda trouwens ook, al was het dan alleen in de Eerste Kamer. Het zoeken naar draagvlak in de Senaat zorgde de afgelopen jaren voor veelvuldig overleg met oppositiepartijen en daardoor voor meer politiek debat dan bij een dichtgetimmerd regeerakkoord. Toch gaat de voorkeur op het Binnenhof uit naar een gewoon meerderheidskabinet vanuit de gedachte dat dit de regeringspartijen meer zekerheid biedt. Voor de politieke stabiliteit is een meerderheidskabinet echter niet nodig, het minderheidskabinet van vvd en pvda bleek langer bestand tegen meningsverschillen en ruzie dan vele recente meerderheidskabinetten daarvoor.

Toch zijn tegen een minderheidskabinet allerlei bezwaren in te brengen. Maar als het wil gaan vliegen, moet je die eigenlijk niet als eerste benadrukken. Dat werkt demotiverend. Daarom het maar eens van de andere kant bekeken. Stel dat het een minderheidskabinet wordt, met als coalitiepartners vvd, cda en d66, en met een regeerakkoord alleen op hoofdlijnen dat veel ruimte laat om met andere partijen te werken aan nieuwe plannen. Bij het klimaat zou het akkoord van Parijs dan de ondergrens kunnen zijn en d66 de aanjager die de liberalen en de christen-democraten probeert te verleiden om verder te gaan, om te geloven in nieuwe technieken, om risico’s te nemen. In de wetenschap dat daar met hulp van GroenLinks, ChristenUnie en pvda een Kamermeerderheid voor te vinden is.

Bij het vluchtelingenvraagstuk kan de vvd de rol van initiatiefnemer op zich nemen. Op dat terrein zijn het de liberalen die ver willen gaan bij het inperken van de vluchtelingenstroom. Laat hen onderzoeken of internationale verdragen wel opengebroken kunnen worden. Het is een risico, zeker met de wetenschap dat voor het openbreken van vluchtelingenverdragen niet makkelijk een Kamermeerderheid is te vinden.

Het cda moet dan op het dossier van de medisch-ethische kwesties het voortouw nemen. De christen-democraten zijn tegen de voltooid-levenpil waar d66 zo op hamert. Laat de christen-democraten er dan voor zorgen dat ouderen willen blijven leven, dat oud worden niet gelijk komt te staan met vereenzamen en afhankelijk zijn van slechte of onvoldoende zorg. Met die rol loopt het cda weinig risico, want zelfs d66 kan daar niet tegen zijn.

Toegegeven, zo heel intens en risicovol is dit niet. Of de politiek erdoor zal gaan vliegen, is nog maar de vraag. Dat zal ook afhangen van de wil van politici om het algemeen belang te laten winnen. Dan kan het een aanloop zijn. Misschien uiteindelijk wel tot een meerderheidskabinet. Omdat politieke partijen via deze omweg daar dan de extra voordelen van inzien.