Film: The World to Come

In die eerste oogopslag

De relatie tussen Tallie en Abigail begint met een vonk en brandt uiteindelijk alles af. Op het Amerikaanse platteland van de negentiende eeuw worden vrouwen niet gehoord. The World to Come versterkt hun stem.

Katherine Waterston als Abigail (achter) en Vanessa Kirby als Tallie in The World to Come © Foto’s Sea Change Media

Twee geliefden liggen samen in het gras op het platteland van Schoharie County, New York, midden negentiende eeuw. De een, Tallie (Vanessa Kirby), luistert naar de ander, Abigail (Katherine Waterston), die een herinnering ophaalt, een voordracht op school uit Koning Lear, het moment tegen het einde vlak voor Lears dood en de terechtstelling van zijn dochter Cordelia. Lear zegt: wij tweeën zullen ‘samen zingen zoals vogels in een gouden kooi’. Het beeld van de gevangenis als een plaats van bevrijding is tantaliserend, zeker gezien Lears optimistische ‘Come, let’s away to prison’, maar Tallie maakt een einde aan de droom: ‘Ik heb hokken nooit fijn gevonden.’

De relatie tussen Tallie en Abigail begint met een vonk, zeg gerust: liefde op het eerste gezicht. Tallie arriveert op een paardenkar in Schoharie County samen met haar man, Finney (Christopher Abbott). Ze rijden langs de buren: Abigail en haar man, Dyer (Casey Affleck). Een blik is genoeg. Zelfs in dit moment, wanneer ze nog niets van elkaar afweten, speelt al de verschrikkelijke ironie: wat dubbel verboden is – een buitenechtelijke relatie met iemand van hetzelfde geslacht – is voor Abigail en Tallie de enige mogelijkheid tot bevrijding, geketend als ze zijn aan hun leven als vrouwen van boeren die onder harde omstandigheden een bestaan proberen op te bouwen.

Het verhaal van The World to Come van de Noorse regisseur Mona Fastvold heeft als kern een betekenis vervat in de titel. Die is ontleend aan de verdrietige voice-over van Abigail die zegt: ‘De gedachte aan een betere wereld biedt mij geen troost meer.’ Naar de kerk gaat ze niet meer sinds de dood van haar dochtertje. Het gevoel voor haar man is afgestorven. Het enige wat haar rest is het werk op de boerderij: aardappels oogsten en klaarmaken, kleding herstellen en kippen plukken terwijl hij schapen slacht, roofvogels afschiet en de boerderij klaarmaakt voor de straffe winter. Voor Abigail is het praktische leven één ding. Iets heel anders is hoe ze écht wil leven. Ze wil graag een atlas om de wereld te verkennen, om in ieder geval in haar hoofd een koers uit te zetten naar een ‘nieuwe wereld’.

Maar het landschap is onverbiddelijk en onvergeeflijk, net als de mannen die dat moeten temmen; beide vormen de gevangenis waarin Abigail en Tallie leven. De beelden van het land zijn ironisch genoeg beeldschoon gecomponeerd, bijvoorbeeld in de eerste minuten als de kale, met vorst bedekte takken van bomen in een bos zowel een cel met tralies aanduiden als wegen op een plattegrond (of atlas). Abigails vertellersstem vult het visuele aan: ‘Het is erg koud. Er is ijsafzetting in onze slaapkamer. Het water op de aardappels is bevroren. Met weinig trots en geen hoop gaan we het nieuwe jaar in.’

Die voice-over is de belangrijkste stijlfiguur in The World to Come. Dat is opvallend, omdat zo’n vertellend personage in film zelden effectief is. Dat komt door de onvermijdelijke afstand die er ontstaat tussen de stem die we horen en wat we in de scènes zien. Vaak is er ook nog sprake van verdubbeling, waarbij een personage iets vertelt en we vervolgens getuige zijn van wat er gezegd wordt.

Maar niets hiervan in The World to Come. De scenaristen zijn om te beginnen gevestigde literaire schrijvers: Ron Hansen, auteur van The Assassination of Jesse James by the Coward Robert Ford (1983) en Jim Shepard, op wiens korte verhaal The World to Come is gebaseerd. Ze focussen in het script juist op de verteller, waardoor we ín Abigails hoofd zijn terwijl ze haar dagboek schrijft, telkens afgewisseld door hoofdstuktitels die als met de hand geschreven tekst op het scherm verschijnen. Deze literaire feel keert vervolgens terug in de genuanceerde vormgeving. De lichtval is afwisselend hard en kil en zacht en schaduwrijk, respectievelijk in scènes waarin de mannen een haast nihilistische monstruositeit laten zien en waarin Abigail en Tallie samen zijn. De camera beweegt soms dromerig, soms genadeloos doelbewust, bijvoorbeeld om eenzaamheid of sluimerend geweld te registreren. Al met al: zelden heb ik een film gezien waarin woord en beeld zo goed op elkaar aansluiten.

Dit is een wereld waar vrouwen hun mond moeten houden en hun plaats moeten kennen

Natuurlijk, het gáát erom dat Abigail vertelt, dat haar de mond nu eens niet wordt gesnoerd. Dat haar verboden gedachten eindelijk hoorbaar zijn. Want, god weet, de mannen in dit verhaal zijn behalve lelijk en dom ook nog doof voor wat een vrouw te zeggen heeft. Tallie daarentegen is als een droombeeld, een engel; ze ‘hoort’ meteen de stem van Abigail, vervat in die eerste oogopslag. Voor Abigail representeert de nieuwkomer hoop op bevrijding en verlossing. Want zie haar leven: alsof de dood van haar kind niet erg genoeg was, kampt ze met een man die dingen zegt als: wie zich nuchter gedraagt, heeft als boer altijd een kans van slagen. Je ziet Abigail denken: ja, dat weten we dan ook weer. Dit is de vloek waaronder ze leeft. Het erge is dat ze haar gevoelsleven met niemand kan delen. Haar dagboek biedt soelaas. ‘Dyer kan zijn lasten niet van zich afschudden. In zijn hoofd is het een chaos… dat infecteert zijn hele systeem… voldaan zijn is als een vriend die ik nooit zie.’

Tallie’s komst verandert alles. Na een zware sneeuwstorm groeien de vrouwen naar elkaar toe. Terwijl hun echtgenoten zwoegen om de boerderijen overeind te houden, treffen ze elkaar bijna dagelijks thuis – zogenaamd om huishoudelijke taken te verrichten. Maar van binnen kolkt het. Uit het dagboek: ‘Mijn hart is als een boomblad aangevoerd door de lucht boven een rots naast een kabbelende rivier.’ Tekst is voor haar tederheid. En dan, schokkend, vindt ze die ook bij Tallie. Een scène, prachtig in zijn eenvoud, toont Abigail en Tallie in de keuken, staande met hun rug naar de camera toe, hun handen naast elkaar op de tafel, hun vingers elkaar heel licht aanrakend. Zo begint het.

Maanden gaan er voorbij. De eerste kus komt met de lente (Abigail: ‘Ik voel verbijstering en geluk’). Lang duurt het niet, want de illegale liefde botst frontaal met de wereld van de mannen. En laat het duidelijk zijn: dit is een wereld van mannen. Waar vrouwen worden toegesnauwd als het eten niet op tijd op tafel staat. Waar de bijbel geldt als letterlijk handboek voor mannelijkheid. Waar zachtheid een teken van zwakte is. Waar vrouwen hun mond moeten houden en hun plaats moeten kennen, zelfs als de man in kwestie ziek is en de vrouw hem moet verzorgen.

Dit wil niet zeggen dat The World to Come grossiert in stereotypen (brute, domme mannen tegenover gevoelige, intelligente vrouwen). Integendeel, de regisseur is de kijker telkens een stapje voor. In de derde akte krijgt het karakter van Dyer opeens reliëf wanneer hij Abigail bijstaat als ze iets voor Tallie wil doen, ook al weet hij nu wel dat zijn vrouw verliefd is op die andere vrouw. Dyer voelt aan dat Abigail het nodig heeft bij Tallie te zijn. Hij maakt dat zelfs mogelijk, al komt dat alleen door zijn gevoel van rechtvaardigheid (Tallie’s leven staat op het spel). Maar de tragedie is compleet, omdat voor hem en haar de toekomst steeds meer verdwijnt.

© Foto’s Sea Change Media

Liggend op een heuvel in het gras dromen ze over ontsnapping. Maar hoe geef je vorm aan deze liefde? Abigail moet denken aan Lears vergeefse visioen van vrijheid achter tralies. Dit brengt twee andere, recente films in de herinnering. In Portrait de la jeune fille en feu (2019) van Céline Sciamma en Ammonite (2020) van Francis Lee maken eveneens vrouwen, in respectievelijk Bretagne in 1760 en Dorset, Engeland in 1840, zich via de lesbische liefde vrij van de beperkingen en conventies.

Mannelijkheid als psychopathische aandoening – dat zien we hier

Een diepere laag krijgt het thema in The World to Come waarin de liefde weliswaar geldt als subversieve daad, maar alleen tot op zekere hoogte. Dat is interessant, want de vraag is of mannen wel zo bepalend zijn, of de vrouwen binnen die ‘mannelijke werkelijkheid’ toch met elkaar kunnen zijn, elkaar in het geheim kunnen liefhebben. Tallie accepteert het compromis niet; voor haar bestaat er geen hok dat ‘ons tot voordeel kan strekken’. Je kunt nooit vrij zijn terwijl je gevangen zit, redeneert Tallie, en dat zien we ook in Lear, waarin koning en dochter in gevangenschap sterven.

Dit is het dilemma: zonder de liefde voor elkaar kunnen Abigail en Tallie niet leven, maar die liefde is onmogelijk in dat ingeperkte bestaan. ‘Ik ijsbeer thuis zoals een gevangene’, schrijft Abigail haar dagboek. ‘Ik móet haar zien.’ Dat geldt ook voor Tallie, maar in haar geval is de aanwezigheid van haar man vele malen destructiever. Hij is als een cipier, fysiek maar vooral geestelijk. Zie deze schokkende scène: Abigail en Dyer dineren bij Tallie en Finney. Tijd voor nagerecht. Finney schept op. Maar hij laat Tallie’s bord leeg. Schrijnend: voor de man is zijn vrouw minder dan een hond. Later zal Finney instructies uit de bijbel aan Tallie voorlezen over hoe ze zich als vrouw hoort te gedragen.

Mannelijkheid als psychopathische aandoening – dat zien we hier.

Steeds zoekt de regisseur de grenzen op, steeds gaat ze die nét over, steeds maakt ze haar radicaliteit waar, het meest nog met die gewaagde keuze voor de nadrukkelijk aanwezige voice-over van Abigail. Ze mag niets zeggen en toch vertelt ze – aan ons. Het ongecontroleerd woorden op papier zetten maakt vrij.

De mooiste scènes zijn er twee zonder tekst, elk slechts een paar minuten lang. Op de markt registreert Abigails blik hoe andere vrouwen van de streek inkopen doen. De vrouwen zijn in de verte zichtbaar, anoniem. Ze hebben dochters bij zich. Dit is ultiem gevangenschap: de identiteit van onderdanigheid overgedragen van geslacht tot geslacht.

Even later, nog een beeld, weer gecreëerd via Abigails ogen: zij op de voorgrond, op de achtergrond een brand op een boerderij. Een vrouw op zolder, verzwolgen door het vuur. Toch gaat hier niets teloor, want dít is de wereld op komst. Die gaat branden, aangemaakt door de ontvlambare woorden van een vrouw verliefd.


The World to Comedraait nu in de bioscoop