Honderd jaar De Toverberg

In dienst van de gezondheid

De hoofdpersoon van De Toverberg verbleef zeven jaar in kamer 34, de nu onbetaalbare Thomas Mann-kamer. Hoe ontstond de wereldberoemde roman over de geneeskunde? Op naar Davos, voor een lesje werkelijkheid en fictie.

hoewel er recent verontrustende berichten zijn geweest over resistente stammen van de tuberkelbacil is tbc al weer vijftig jaar te genezen. De remedie tegen tbc kwam op een moment dat door sterk verbeterde sociale omstandig­heden het aantal tbc-gevallen al sterk was afgenomen. Dat de sanatoria daarbij een grote rol hebben gespeeld lijkt niet erg waarschijnlijk, maar feit was wel dat er na 1850 steeds meer sanatoria werden gebouwd waar tbc-lijders naartoe werden gestuurd, meestal voor langere tijd. Die sanatoria lagen veelal in het hooggebergte, omdat de aanname was dat de lucht daar beter was dan de lucht in het laagland.

Over het verblijf in het sanatorium is een aantal romans geschreven, maar de bekendste is ongetwijfeld De Toverberg van Thomas Mann. Deze roman verscheen in 1924, maar vond zijn oorsprong honderd jaar geleden in een bezoek van Thomas Mann aan zijn vrouw, die in een sanatorium in Davos verbleef.

Wat is er nog over van het Davos van 1912? Hoe ontstond deze wereldberoemde roman? Wat in de roman is feit en wat is fictie? Welke receptie kreeg de roman? Met deze vragen reisde ik af naar Davos.

in hotel Schatzalp hangt nog steeds de sfeer van het sanatorium dat het ooit was. Geopend op 21 december 1900, gebouwd in Jugendstil, en door de streptomycine, het inmiddels obsolete middel dat mede een einde maakte aan tuberculose in het Westen, in 1954 een hotel geworden. Vrijwel alles is in oorspronkelijke staat bewaard gebleven. Ik zit te wachten op het moment dat achter mijn rug de toegangsdeur tot het restaurant te hard wordt dichtgegooid, of op het moment dat de slechte Russentafel alle andere gesprekken doet verstommen. Maar niets van dat alles op mijn eerste avond hier. Eigenlijk alleen maar beschaafde koppeltjes, die de internationale bezetting van het oorspronkelijke sanatorium weerspiegelen. Ik hoor Frans, Italiaans, Duits natuurlijk, Nederlands en Engels, zowel US als UK. Helaas kan ik door de manier waarop ik ben gepositioneerd ook niet zien of er een bevallige mannelijke adolescent de zaal betreedt, maar misschien dat de dunne wanden van mijn kamer mij vannacht nog laten meegenieten van mijn onbetamelijke buren.

Op 10 maart 2012 was het honderd jaar geleden dat Katia Mann haar intrek nam in het Waldhof-sanatorium. Op 15 mei 1912 bezocht haar man Thomas haar en bleef drie weken in Davos. Al snel tijdens zijn bezoek zag hij in het sanatoriumleven een mooie novelle, een vervolg op De dood in Venetië. In die novelle speelde hij al met de verschillende verschijnings­vormen van ziekte. Gustave von Aschenbach sterft waarschijnlijk aan cholera, maar ook zijn liefde voor de jonge Tadzio zou wel eens de oorzaak van zijn sterven kunnen zijn, of hij komt gewoon natuurlijk aan zijn eind. Om dat te bereiken kiest Mann voor de dood van Aschenbach precies die verschijningsvorm van cholera die niet typisch is:

Gevallen van genezing deden zich zelden voor; tachtig van de honderd zieken stierven, en wel op vreselijke wijze, want het kwaad deed zich met de uiterste wildheid kennen en manifesteerde zich dikwijls in de gevaarlijkste vorm welke ‘de droge’ wordt genoemd. Hierbij was het lichaam niet eens meer in staat het massaal aan de bloedvaten onttrokken water uit te scheiden. Binnen enkele uren droogde de zieke uit en stikte in het teerachtig ingedikte bloed onder krampen en hese jammerklachten. Gelukkig degene bij wie, zoals soms gebeurde, de ziekte na een licht onwel zijn uitbrak in de vorm van een diepe bewusteloosheid, waaruit hij niet meer of nauwelijks nog ontwaakte.

Het Waldhof-sanatorium is een hotel dat nu midden in de bebouwde kom van Davos ligt. Op oude foto’s is nog goed te zien dat het in die tijd vrij lag, een beetje boven Davos gesitueerd. Bij de verbouwing tot hotel is veel verloren gegaan van het oorspronkelijke sanatorium, maar het hotel afficheert zich nog steeds uitgebreid als de originele plek waar Hans Castorp, de hoofdpersoon van De Toverberg, zeven jaar verbleef in kamer 34, nu de onbetaalbare Thomas Mann-kamer. Gelukkig lijkt mijn kamer 314 in Hotel Schatzalp in veel opzichten op kamer 34. Schatzalp ligt op 1825 meter, zo’n driehonderd meter boven Davos. De funiculaire die naar Schatzalp toe gaat is tegelijk met het sanatorium gebouwd. Het was door de initiatiefnemers, de in 1848 uit Duitsland gevluchte arts Alexander Spengler en de Nederlander Willem Jan Holsboer, bedoeld als luxe sanatorium. Een verblijf kostte in 1912 17,50 frank per dag, een ‘normaal’ sanatorium kostte ongeveer acht frank per dag. Daarvoor kreeg je wel het een en ander, en uiteindelijk niet duur, zoals Hans Castorp in de roman uitvoerig berekent, want zelfs inclusief medische behandeling. En dan de maaltijden! Er wordt in De Toverberg wat af gegeten. Vijf maaltijden per dag: eerste ontbijt om zeven uur, tweede ontbijt om tien uur, middageten (vijf gangen), thee om vier uur en avondeten (acht tot dertien gangen). Nu Schatzalp een hotel is, is de dagprijs twintig keer zo hoog, maar dan voor halfpension, met een avondeten van vijf gangen die het best als hapjes kunnen worden omschreven. De kamer is nog authentiek, met een dubbele voordeur, Jugendstil-radiatoren en geheel wit. Een prachtig balkon. Geen tv, maar wel draadloos internet.

Holsboer speelde overigens een belangrijke rol in de ontwikkeling van Davos. Nadat Spengler vooral de medische voordelen van een verblijf in Davos voor longpatiënten had verkondigd, zorgde Holsboer ervoor dat dit bergdorp ook met de trein bereikt kon worden. Dankzij de trein konden de sanatoria die er al waren beter bereikt worden en groeide het inwoneraantal van Davos van drieduizend tot, in de hoogtijdagen, bijna veertigduizend. De huidige trein van de Räthische Bahn slingert zich nog steeds vrijwel via de route die in 1889 werd aangelegd van Landquart naar Davos. Vlak na het eerste bezoek van Thomas Mann, in 1913, werd de lijn geëlektrificeerd, zodat we in De Toverberg nog lezen over kuchende en roetende locomotieven. Dat is nu voorbij, maar de trein zucht en piept zich nog steeds door de vele bochten en een tweetal keerkringen in de berg naar boven. Charmant is ook het feit dat er tussen Klosters en Davos een aantal stations is waar op verzoek gestopt wordt. Thomas Mann laat Hans Castorp uitstappen in Davos Dorf. Thomas Mann koos voor Dorf om de werkelijke plek waar hij drie weken geweest was te maskeren. Zelf logeerde hij in het Haus am Stein, een huis dat net onder Waldhof ligt en waar voor hem Robert Louis Stevenson, tussen 1881 en 1882, en Arthur Conan Doyle, de schepper van Sherlock Holmes, tussen 1893 en 1894 verbleven. Conan Doyle introduceerde overigens tijdens zijn verblijf het skiën in Davos. Het is vandaag de dag duidelijk waarneembaar dat aan die activiteit in Davos door de streptomycine geen einde is gemaakt.

Mann at mee met zijn vrouw in het sanatorium, las na zijn vertrek haar brieven en zo hebben we een beeld gekregen van het leven in een sanatorium dat vrijwel ongeëvenaard is. En dan te bedenken dat er wel flink wat toeval voor nodig is geweest om deze roman te laten verschijnen. De diagnose longtopcatarre ten gevolge van tuberculose, die bij Katia Mann was gesteld, blijkt achteraf iets minder zeker geweest te zijn. Op de in 1970 door de arts Christian Virchov opnieuw beoordeelde röntgenfoto’s van Katia Mann was geen afwijking zichtbaar, terwijl in 1912 de foto’s de diagnose juist bevestigden. In de roman uit de humanist Settembrini, een van de personen die als Hans Castorps leermeester gaan optreden, al zijn twijfels over de waarde van deze foto’s ‘uit het graf’. We kunnen dus wel stellen dat De Toverberg er nooit was geweest als deze medische misinterpretatie niet het geval was geweest. Uiteraard stond toen de röntgentechniek nog in de kinderschoenen, en is het ook nu niet uitgesloten dat dit soort interpretatiefouten kan optreden. Of het dus echt een fout is, valt nog maar te bezien.

Er is nog meer toeval. Thomas Mann zelf kreeg tijdens zijn verblijf koorts, althans lichte verhoging, en werd dringend aangeraden om te blijven omdat hij toch weer terug zou moeten komen, exact wat er ook gebeurt met Hans Castorp in de roman. Deze jongen, die eigenlijk nog niet veel zin heeft om in het echte leven te gaan participeren, grijpt zijn verhoging met beide handen aan. Wat zou er gebeurd zijn als ook Mann dit advies om te blijven had opgevolgd? Zou een langduriger verblijf de roman niet onmogelijk hebben gemaakt? Mann zou dan geen observator zijn gebleven, maar deelnemer en lotgenoot. Zou hij dan nog zo onbevangen zijn lotgenoten hebben beschreven? De reacties op zijn korte bezoek waren toen de roman twaalf jaar later verscheen niet mals. Zo overwoog dr. Jessen, het (medische) hoofd van het Waldhof-sanatorium, juridische stappen te ondernemen tegen Thomas Mann omdat hij toch wel sprekend leek op Hofrat Behrens, de hoofdarts in de roman. En Jessen was niet de enige bewoner die achterhaalbaar was. Het was in die tijd gewoonte om wekelijks de naam van elke bezoeker van Davos in de krant te publiceren, inclusief hun verblijfplaats. Zo is het vrij eenvoudig te achterhalen wie er nog meer in Davos in ­Waldhof waren tijdens het verblijf van Katia en Thomas Mann, en deze gegevens te combineren met de brieven van Katia. Zo wordt gedeeltelijk duidelijk wie er in de roman zijn terechtgekomen.

Een ander die problemen maakte was de toneelschrijver Gerhart Hauptmann, weliswaar niet in Waldhof aanwezig, maar wel duidelijk herkenbaar als mijnheer Peeperkoorn. Mann moest zich in allerlei bochten wringen om zich daarvoor te verontschuldigen, zo duidelijk was het dat hij Hauptmann had gebruikt voor zijn ogenschijnlijk weinig flatteuze portret van de flamboyante, maar onverstaanbare en onbegrijpelijke Peeperkoorn. Er wordt gefluisterd dat Mann vooral vanwege deze discussie in 1929 de Nobelprijs voor de literatuur niet voor zijn hele oeuvre, inclusief De Toverberg, heeft gekregen, zoals gebruikelijk, maar voor Buddenbrooks, zijn eerste roman. Hauptmann was immers ook winnaar van de Nobelprijs voor literatuur.

Gelukkig dus maar dat Thomas Mann zijn verhoging niet serieus nam en na drie weken naar München terugkeerde. In de roman onderzoekt hij in de persoon van Hans Castorp hoe zijn leven eruit zou hebben gezien als hij gebleven was. Hoewel hij is ontsnapt, begrijpt hij de verlokkingen van het sanatoriumleven. Ook in de roman zijn er mensen die daartegen waarschuwen. Settembrini probeert Hans weer naar huis te krijgen, en ook zijn oom James Tienappel, die net als Thomas Mann en Hans Castorp ook drie weken in het sanatorium op bezoek komt, weet niet hoe snel hij Davos na acht dagen als een dief in de nacht weer verlaten moet, nadat de dokters ook hem hebben aangeraden een half jaar te blijven.

hans heeft net als Thomas een lichte verhoging. Eerst wordt de voor de hand liggende verklaring, verkoudheid, door de hoofdzuster weggewoven: er zijn hierboven geen verkoudheden. Nee, het komt door een infectie(!). Dan smeert zij Hans een thermometer aan. Hij moet een eindeloos durende zes minuten de thermometer onder zijn tong doen.

Inderdaad, Mercurius had zich uitgerekt, had zich een heel eind uitgerekt, de kolom was tamelijk hoog gestegen, hij stond verscheidene tiende streepjes boven de limiet der normale lichaamswarmte. Hans Castorp had 37.6. Zijn ontsteltenis was groot.

Zijn neef zegt dat hij in bed moet gaan liggen, maar Hans vraagt zich af waarom alle andere patiënten, die toch ook verhoging hebben, dan niet in bed liggen.

‘Maar dat is toch heel wat anders’, zei Joachim, ‘bij jou is het acuut en onschuldig. Jij hebt verkoudheidskoorts.’

de echte zieken in het sanatorium hoeven zich niet als zieken te gedragen, dat is het toverachtige van het leven op de berg, waardoor ellende plotseling verschijnt als een groot voorrecht.

Niet alleen verkoudheid en tbc kunnen tot temperatuurverhoging leiden, maar ook het snel naar grote hoogte stijgen en verliefdheid kunnen de temperatuur doen toenemen. Het hoort bij het spel dat Thomas Mann speelt met de onzekerheid van tekens. De eerste uitleg voor verhoging kan proefondervindelijk worden onderzocht, dus heb ik elke dag ’s ochtends en ’s middags met mijn eigen thermometer mijn temperatuur gemeten: deze zakte van 37.3 op de eerste dag via 37.1 naar 37.0 op de derde dag, en mijn reis naar grote hoogte was bovendien aanzienlijk sneller, twaalf uur, dan die van Hans Castorp, die er twee dagen over deed. Weer een aardige verklaring minder. Verliefdheid kon in mijn geval helaas niet proefondervindelijk worden onderzocht.

Wat we nu weten van de bezoekers van sanatoria in die tijd is dat een minderheid ook werkelijk tbc had. Dat is overigens niet zo vreemd gezien de geringe diagnostische mogelijk­heden. Velen hadden nervosités, horende bij het welgestelde deel van de bevolking. Katia Mann schreef over een wat minder ontwikkelde vrouw in het sanatorium, in de roman mevrouw Stöhr, dat zij niet begreep dat domme mensen ook ziek konden zijn. Claudia Chauchat, in de roman een tot vrouw veranderde mannelijke jeugdliefde van Thomas Mann, de vrouw die met de deuren slaat in de eetzaal, is het voorbeeld van deze categorie van meer welgestelde patiënten, en wellicht Katia Mann ook. Met de diagnose tbc mogen zij gelegitimeerd van sanatorium naar sanatorium trekken, ontslagen van hun dagelijkse verantwoordelijkheden. Zo kon Katia even bijkomen van Thomas. De zelf tamelijk hypochondrisch aangelegde Mann legde ondanks dat wel de vinger op de zere en paradoxale plek van de sanatoriumindustrie. Paradoxaal, want de mensen die wel tbc hebben, zoals de neef van Hans, willen wel vertrekken, terwijl zij die het – waarschijnlijk – niet hebben, onder wie Hans Castorp, juist blijven. Het is begrijpelijk dat de geneeskunde niet erg enthousiast reageerde na het verschijnen van de roman. De suggestie dat er een zeker eigenbelang bestaat bij het stellen van de diagnose tbc en de minachting van patiënten door de medische verzorging die uit de roman zou spreken, leidden tot een scherp afwijzend artikel in het Deutsche Medizinische Wochenschrift in 1925. Die kritiek was zo krachtig dat Thomas Mann in hetzelfde tijdschrift een repliek schreef waarin hij stelt dat De Toverberg een authentieke medische roman was, omdat de roman in dienst van het leven en de gezondheid is geschreven. Hij besluit met te zeggen dat hij er ongetwijfeld in de toekomst een eredoctoraat in de geneeskunde voor zal krijgen. Nu is dat laatste geloof ik niet gelukt, maar het is zonder meer opzienbarend dat een zo door medici bekritiseerde roman in onze tijd ook door medici wordt aanbevolen als dé roman over de geneeskunde.

de ligkuurstoel op het balkon van Hotel Schatzalp ligt niet zo bequem als die in De Toverberg. De firma die de stoelen toen maakte is dan ook failliet, ook dankzij de streptomycine. In de roman wordt over de Schatzalp gezegd dat de doden, als er veel sneeuw ligt, via de bobbaan worden afgevoerd. Dat is overigens merkwaardig, want de funiculaire was er toen al. Er ligt nu ook veel sneeuw en er wordt op de hellingen nog volop geskied in de brandende zon. Het is maart, en reeds zo warm dat men slechts gekleed in polshorloge op de ligstoel kan liggen. Wel oppassen dat er niet iemand door het deurtje in het schot tussen de balkons komt. Katia Mann was al van mening dat aan die mogelijkheid iets onzedelijks kleefde.

Beneden mij, drie verdiepingen lager, is er op de sneeuw een uitgelopen lunch. Het is aan de vele ontkurkingen, toen champagne, nu waarschijnlijk prosecco, te horen dat de stemming er goed in zit.

Als nu dr. Krokowski, de tweede arts van De Toverberg, mijn balkon zou betreden en, na een peinzende blik op mijn zeer dure pols­horloge, Thomas Mann waardig, mij dringend had ­aangeraden te blijven omdat bij mij dui­delijk sprake was van het syndroom van Baffy, ooit door Bert Keizer bedacht als verzamelnaam van alles wat door artsen niet wordt begrepen, dan had ik onmiddellijk, ook zonder de voor het syndroom noodzakelijke lichte verhoging en pathologische neiging alles op te schrijven wat ik meemaak, ja gezegd. Zes maanden, minimaal.


In oktober verschijnt De Toverberg in een nieuwe vertaling van Hans Driessen bij uitgeverij De Arbeiderspers/A.W. Bruna. Arko Oderwald is universitair hoofddocent bij VU Medisch Centrum en publiceert regelmatig over literatuur en geneeskunde

_Thomas Mann, Der Zauberberg, € 17,95

Thomas Mann, De toverberg, vert. Pé Hawinkels, € 20,-_