Televisie

In Drenthe

TELEVISIE Een stukje blauw in de lucht

Weer in Drenthe en opeens bedacht naar Westerbork te gaan, die plek waarvan je zo veel weet en zo weinig begrijpt. Mechanicus, Hillesum, Pressers fictie en non-fictie, De Jong en nog zo veel meer gelezen. En zoveel documentaires gezien. Zoals het recente Westerbork Girl van Steffie van den Oord over revuester Hannelore Cahn. Verhaal over een overlevende, vol ongerijmdheden die weer in het niet vallen bij die grootste absurditeit, die aan het eind van de spoorlijn wachtte op degenen die wel met de dinsdagtrein mee moesten. Als puber moet ik in zomerkampen van mijn jeugdclub vaak rond die schuldige plaats gewandeld hebben, maar wist ik veel: tot 1971 was het Moluks woonoord. In 1990 bezocht ik het herinneringscentrum, dat toen zeven jaar bestond, 38 jaar na de bevrijding van het kamp geopend.

De shoah als kern van de oorlog, dat is pas zo laat begonnen. Op het openbare Spinoza Lyceum zaten in de jaren vijftig ook joodse leerlingen, maar niets wisten wij niet-joodse kinderen van hun overlevingsgeschiedenis, hun familie voorzover die nog bestond. Nou werd in die tijd überhaupt veel gezwegen en wel over bijna alles. Maar deze combinatie van niet vragen en zwijgen ging verder, door onwetendheid, onverschilligheid, verdringing, angst, schuld en collectieve behoefte om vooral niet om te hoeven zien. Dat gold alle partijen – omstanders, medeplichtigen, slachtoffers, zij het om verschillende redenen. Tot de dijken in de jaren zestig braken en Auschwitz en Sobibor essentie van de oorlog werden.

Ik besloot ten tweeden male naar het voorportaal te gaan, al heb ik geen idee waarom nu en andere jaren niet. Voor het eerst zag ik het kampterrein zelf, drie kilometer van het museumpje gelegen – de wachttoren, de contouren in het gras van de barakken en het monument van Ralph Prins: de spoorlijn waarvan de rails desintegreren en in de lucht ophouden te bestaan en die daar nog zoveel indrukwekkender blijkt dan op de televisie. En dat andere, recentere gedenkteken, 102.000 rode steentjes van verschillende hoogte, voor elke vermoorde eentje. Op verreweg de meeste een davidsster, op een kleiner aantal een symbool dat verwijst naar wat ‘zigeuners’ heette en nu Roma en Sinti. Recht tegenover de steentjes bovendien een grote fotorij met recente portretten van Sinti en Roma uit heel Europa. En in het museum een tijdelijke Engelstalige tentoonstelling over hun vervolging en vernietiging in de oorlog. Dan herinner je je weer dat Westerbork-ikoon, gehoofddoekt kopje tussen de schuifdeuren van de wagon, geïdentificeerd als Settela Steinbach, zigeunermeisje.

En ik bedacht dat ik van de rvu Een stukje blauw in de lucht toegestuurd had gekregen, te laat om de lezer erop te kunnen attenderen voor de uitzending op 4 mei en daarom op de stapel ‘te doen’ beland. Die film van Bob Entrop is een uniek en aangrijpend document. Omdat toen het joodse zwijgen doorbroken werd, het zwijgen van, binnen en over die andere getroffen groep bleef voortbestaan. Oorzaken en aard van dat zwijgen zijn deels verwant, deels geworteld in specifieke culturele taboes. In de film spreken betrokkenen daarover, wat een doorbraak is. Dat is de unieke verdienste van de maker, waarvoor ongelooflijk veel vertrouwen moet zijn gewonnen (al zou je wensen dat hij dat zelf iets minder benadrukte). Veertien Roma en Sinti vertellen over de Endlösung der Zigeunerfrage, waarvan enkele tijdens een Auschwitz-bezoek. Nog steeds te zien via uitzendinggemist.nl en een must.