Muziek

In dromedarisgalop

Muziek: Mariem Hassan

De catalogus van de grote Ma rokko-tentoonstelling in de Nieuwe Kerk (2004) was een bewijs van een bedenkelijk staaltje diplo matie, waarvoor de organisatie was gezwicht: over de kaart van Ma rokko waarop de Westelijke Sahara als aparte staat was afgebeeld was een nieuwe pagina geplakt. De Westelijke Sahara is een stuk woestijn tussen Marokko, Algerije en Mauretanië, zeven keer zo groot als Nederland, met oorspronkelijk ongeveer 273.000 in woners die nu in ballingschap leven. De retouche was op de vooravond van de opening afgedwongen door de Marokkaanse autoriteiten. Erkenning van het be staan van de Westelijke Sahara behoort nog steeds tot de grootste taboeonderwerpen in Marokko. Rabat beschouwt het als Marokkaans grondgebied, Saharanen in exil claimen het als Saharaans. De Marokkaanse annexatie is internationaal niet erkend, maar de Saharaanse Arabische Democratische Republiek bestaat alleen op papier. Het gebied staat feitelijk onder bestuur van de Marokkaanse regering, die zich beroept op historisch-emotionele argumentatie – de dynastie van de machthebbers komt veelal uit het zuiden van Marokko – en de Marokkaanse ontwikkeling van het ge bied gedurende de laatste decennia. Saharanen noemen dit op hun beurt: kolonisatie – er is veel olie en vis in de kustwateren aanwezig en de grond bevat rijke fosfaatreserves. Intussen woont het grootste gedeelte van de be vol king semi-permanent in vluchtelingenkampen ten zuiden van de Algerijnse stad Tindouf.

Naast het complexe politieke gemarchandeer rondom dit ge bied is er de intrigerende en hoogst vitale Saharaanse muziek. De Saharaanse zangeres Mariem Hassan is deze week in Nederland voor twee concerten. De muziek van Hassan bevat een veelvoud van invloeden en beweegt zich steeds op het snijvlak van «Arabisch» en «zwart» Afrika – voorzover je van zulke typeringen kunt spreken. Gezongen wordt er in het Hassaniya, het Arabische dialect van Saharanen en Mauretaniërs. De muziek klinkt rudimentair: met zang en hand geklap, t’bal (percussie), plus westerse gitaar en bas gitaar bezingt men het leven in de vluchtelingenkampen, niet alleen in mineur, maar vaak ook juist be hoorlijk geëxalteerd. Deze Saharaanse muziek, haul geheten, vermengt traditie en moderniteit zo vanzelfsprekend dat eens te meer duidelijk is dat dit onderscheid toch vooral gezien moet worden als een preoccupatie van de wes terse, analytische geest.

Misschien nog interessanter dan de complexe, Saharaans- Ma rokkaanse kluwen van mythe en geschiedenis is de feminiene te neur, die spreekt uit twee fraaie studies naar de Saharaanse cultuur: Nicoline Zuijdgeests boek De laatste kolonie van Afrika: Reizen door de Westelijke Sahara (Bulaaq, 2004) en Sahrauis: Die Musik der West-Sahara (Intuition/Nubenegra, 1998), een verzameldoos met drie cd’s en een uitvoerig boekwerk. Zuijdgeest is in haar beschrijving van la condition Saharienne genuanceerder dan de auteurs van het boekwerk in de cd-box. Menselijke ambivalenties en banaliteiten die schuilgaan achter grote politieke woorden registreert ze feilloos en niet zonder ironie. In die zin treedt Zuijdgeest zelfbewust in het voetspoor van de grote chroniqueurs van Afrika, zoals Ryszard Kapuscinski en Lieve Joris.

Samen bieden boek en cd-box een intrigerend panorama van een voor islamitische begrippen op vallend feminiene cultuur. Terwijl de mannen eindeloos debatteren over politieke zaken nemen de vrouwen voortvarend de wérkelijk essentiële zaken ter hand: koken, wassen en onderwijs, de organisatie van het exil-bestaan. Onder de erbarmelijke omstandigheden van de woestijn zijn het wederom vrouwen die de trots en waardigheid van de cultuur overeind houden.

Mariem Hassan treedt vrijdag 2 december op in Rasa te Utrecht, en zaterdag 3 december in het KIT Tropentheater te Amsterdam