Wat is het nut van een verkiezingsdebat?

In en uit de politieke bubbel

Debatten spelen een belangrijke rol tijdens verkiezingscampagnes, maar in hoeverre is dat ook een zinvolle?

Afgelopen zondag kruisten de lijsttrekkers van verschillende politieke partijen de degens tijdens het tweede grote tv-debat in de aanloop naar 15 maart. Eerder gingen ze al de discussie met elkaar aan op Radio 1 en in de Rode Hoed in Amsterdam. Debatten spelen een belangrijke rol tijdens verkiezingscampagnes. Soms zijn ze ware game changers. Denk bijvoorbeeld aan het RTL-debat in 2012, dat het begin van de daling van de SP en de stijging van de PvdA inleidde. Maar zelfs als debatten dit niet zijn, vervullen ze toch een belangrijke functie voor kiezers en partijen.

Medium carre debat
Het Carré-debat © RTL

Kiezers en partijen kunnen niet zonder debatten. Voor kiezers vormen ze een belangrijke bron van informatie. Waar staan de partijen precies voor? Welke leider weet zijn of haar standpunten overtuigend over het voetlicht te brengen? Debatten helpen kiezers om uiteindelijk een weloverwogen stemkeuze te maken. Voor partijen zijn de debatten minstens zo belangrijk. Ze bieden hen namelijk de mogelijkheid om twijfelende kiezers over de streep te trekken.

Maar verkiezingsdebatten zijn niet alleen functioneel voor individuele kiezers en partijen. Ze dienen ook een hoger doel. Debatten brengen kiezers in aanraking met alternatieve opvattingen. Als partijen naar elkaar luisteren en respectvol met elkaar omgaan, kan dat leiden tot meer onderling begrip. Dat kan mensen uiteindelijk dichter bij elkaar brengen en tegenstellingen verkleinen. Dit idee wordt mooi geïllustreerd door de website waaromkiesjij.nl. Bezoekers van deze website gaan in discussie met mensen met een andere partijvoorkeur. Het idee is dat door het debat met elkaar aan te gaan mensen uit hun ‘politieke bubbel’ komen en meer begrip gaan tonen voor mensen met andere opvattingen.

Helaas is de werkelijkheid weerbarstiger. Het is voor kiezers heel moeilijk om nieuwe informatie objectief tot zich te nemen en op basis van deze nieuwe informatie hun standpunten aan te passen. In de praktijk werken (verkiezings)debatten dus lang niet altijd verzoenend. Integendeel. Met name kiezers die zeer sterke opvattingen hebben over bepaalde thema’s en partijen blijven vaak lekker in hun politieke bubbel zitten.

Neem een kiezer die zich sterk verbonden voelt met de PVV. De kans is niet groot dat hij zich zal laten overtuigen om op GroenLinks te stemmen wanneer hij Jesse Klaver in actie ziet. Of neem iemand die zich zeer verwant voelt met het CDA. Deze persoon zal waarschijnlijk niet zo snel onder de indruk zijn van argumenten uit het SP-verkiezingsprogramma.

Dit is natuurlijk niet zo vreemd. Mensen laten zich nu eenmaal niet makkelijk overtuigen door partijen die ideologisch ver van ze af staan. Maar het probleem zit veel dieper.

Stel je een kiezer voor die immigratie hét belangrijkste thema van de campagne vindt, en hier ook sterk uitgekristalliseerde opvattingen over heeft. Zij is van mening dat Nederland de instroom van vluchtelingen en andere groepen nieuwkomers niet meer aankan. Vooral de komst van moslims zorgt volgens haar voor problemen, aangezien de islam niet verenigbaar zou zijn met onze democratische cultuur en onze Nederlandse identiteit.

Stel je nu voor dat zij in aanraking komt met politieke informatie die volledig in lijn is met haar opvattingen. Ze ziet bijvoorbeeld een verkiezingsspotje waarin een politicus stelt dat alle islamitische scholen dicht moeten en de koran moet worden verboden. Dit zal ertoe leiden dat zij gesterkt wordt in wat ze toch al vond. Als ze regelmatig geconfronteerd wordt met dergelijke politieke boodschappen zal haar opvatting over immigratie langzaam maar zeker steeds restrictiever worden.

Verschillende wetenschappelijke studies hebben aangetoond dat dit inderdaad zo werkt: als mensen informatie krijgen die overeenkomt met hun eerdere opvattingen zullen ze die informatie vrij kritiekloos accepteren en als gevolg daarvan radicaliseren. Bij dit mechanisme, dat de bevestigingsbias wordt genoemd, spelen emoties een belangrijke rol – met name als het over identiteitskwesties gaat zoals in het hier genoemde voorbeeld.

Maar kiezers zijn niet alleen gevoelig voor informatie die hun opvattingen bevestigt. Ze reageren ook sterk op informatie waar ze het mee oneens zijn. Wat zou er gebeuren met dezelfde dame wanneer zij wordt geconfronteerd met informatie die lijnrecht ingaat tegen haar eigen opvattingen? Stel, ze ziet een speech van een politicus die zegt dat Nederland meer vluchtelingen zou moeten opvangen en dat islam en democratie prima met elkaar verenigbaar zijn. De kans is klein dat deze speech haar zal overtuigen. Integendeel. Ze zal direct tegenargumenten gaan bedenken om zo de opvattingen uit de speech te ontkrachten. Bij het zien van meer van dit soort toespraken zullen haar bestaande ideeën over immigratie alleen maar sterker worden.

Mensen met sterke opvattingen over een bepaald onderwerp zullen informatie die tegengesteld is aan de eigen ideeën dus zeer sceptisch tegemoet treden en direct proberen om deze informatie te ontkrachten. Na verloop van tijd zal ook dit leiden tot het sterker worden van de eigen opvattingen. Dit proces wordt de ontkenningsbias genoemd.

De kracht van de ontkenningsbias kwam duidelijk naar voren tijdens de verschillende gemeentelijke debatten over asielzoekers. Toen grote groepen vluchtelingen in 2015 moesten worden opgevangen in nieuwe asielzoekerscentra (azc’s), organiseerden verschillende gemeenten debatten om draagvlak te creëren en het wederzijdse begrip te vergroten. Zo gingen honderden mensen op 21 oktober 2015 in de Steenbergense sporthal ’t Cromwiel met elkaar in debat over de komst van een azc. Mensen waren dus uit hun politieke bubbel gekomen.

Maar wat gebeurde er toen een vrouw het woord nam en zei dat er ook in Steenbergen ruimte moest zijn voor asielzoekers? Toonden tegenstanders van de komst van het azc begrip voor haar standpunt? En stelden de tegenstanders hun opvattingen misschien zelfs bij? Afgaande op de videobeelden is er maar één conclusie te trekken: dit was niet bepaald het geval. Woedende mensen stonden op om met veel verbaal geweld hun afkeer van deze mening te tonen. Dit debat (en vele andere debatten over asielzoekers) toont aan dat debatten mensen lang niet altijd dichter bij elkaar brengen – zeker niet als ze gaan over identiteitskwesties. Deze roepen namelijk heftige emoties op.

Met andere woorden: mensen die al sterk uitgekristalliseerde opvattingen hebben over een bepaald thema zullen niet snel geneigd zijn om uit hun politieke bubbel te komen. Ook niet bij het zien van verkiezingsdebatten. En zeker niet als het gaat over identiteitskwesties. Of zij nu argumenten horen die mooi aansluiten bij hun eigen ideeën, of met opvattingen geconfronteerd worden die daar lijnrecht tegenin gaan, zolang er veel over het betreffende thema gesproken wordt zullen zij zich juist steeds verder ingraven in hun positie, en steeds minder geneigd zijn om anderen tegemoet te treden.

Er bestaat dus een groot gevaar dat verkiezingsdebatten kiezers die al stevig in hun politieke bubbel zitten niet dichter bij elkaar brengen, maar juist verder uiteendrijven.

Moeten we de verkiezingsdebatten dan maar afschaffen? Natuurlijk niet. De debatten zijn van grote waarde voor een aanzienlijk deel van het electoraat aangezien ze zwevende kiezers helpen een weloverwogen oordeel te vormen voor ze het stemhokje in stappen. Maar we moeten beseffen dat de heilzame werking van het debat grenzen kent. Niet iedere kiezer reageert hetzelfde op politieke informatie. Voor mensen die al stevig in een politieke bubbel zitten, zal die bubbel waarschijnlijk alleen maar hardnekkiger worden.

Het is zeer lastig om de politieke bubbels door te prikken. De ontkennings- en bevestigingsbias schakel je immers niet zomaar even uit. Toch kunnen politici een belangrijke bijdrage leveren aan het beperken van de maatschappelijke polarisatie. Wat zij in ieder geval niet moeten doen is herhaaldelijk identiteitskwesties benadrukken. Door kiezers telkens weer aan te spreken op hun groepsidentiteit zullen de politieke bubbels alleen maar hardnekkiger worden.

Maar helaas is identiteitspolitiek bedrijven precies wat veel politieke partijen nu juist wél doen – en in steeds sterkere mate. Dat de Nederlandse identiteit het hoofdthema is van Geert Wilders is algemeen bekend. Maar ook andere partijen bedrijven steeds meer identiteitspolitiek. Neem het ‘doe normaal of ga weg’ van premier en VVD-leider Mark Rutte. Of het ‘progressief patriottisme’ waarvoor PvdA-leider Lodewijk Asscher pleit. Een belangrijk en veel herhaald onderdeel van het RTL-debat van vorige week ging over de stelling dat de islam een bedreiging vormt voor de Nederlandse identiteit. En bij dat debat waren PVV en VVD niet eens aanwezig…

De debatten die ons de komende dagen te wachten staan zullen voor veel kiezers zeer informatief zijn. Maar of ze mensen dichter bij elkaar brengen? Wij hebben zo onze twijfels.


Matthijs Rooduijn (Universiteit Utrecht), Bert Bakker en Gijs Schumacher (beiden Universiteit van Amsterdam) starten deze maand met hun onderzoeksproject OnderbuikNL, over de rol van emoties in de politiek. Meer weten over dit project? Kijk dan naar De kennis van nu op donderdag 9 maart om 19.20 uur op NPO 2, of op hotpolitics.eu.