‘Vote or die’ gaat door

In Falluja zijn verkiezingen wapens

Afgelopen weekend meldde P. Diddy dat zijn «Vote or Die»-campagne doorgaat. De tournee van de hip hop-mogol voor kiezersregistratie tijdens de Amerikaanse presidentsverkiezingen was slechts «fase 1, onze eerste stap om mensen betrokken te maken», zei hij.

Geweldig. Ik heb een voorstel voor fase 2: P. Diddy, Ben Affleck, Leonardo DiCaprio en de rest van de zelfbenoemde «Coalitie der Willigen» moeten in hun gecharterde vliegtuig naar Falluja vliegen, waar hun inzet hard nodig is. Maar allereerst zullen ze hun slogan moeten veranderen van «Vote or Die!», «Stemmen of sterven», in «Die, Then Vote!»: «Eerst sterven, en dan stemmen!».

Want dat is wat daar gebeurt. Vluchtroutes zijn afgesneden, huizen worden verwoest, en een noodziekenhuis is met de grond gelijk gemaakt – allemaal uit naam van de voorbereiding van de stad voor de verkiezingen in januari. In een brief aan VN-secretaris-generaal Kofi Annan legde de door Amerika aangestelde premier van Irak, Iyad Allawi, uit dat de grootschalige aanval nodig was «om levens, verkiezingen en democratie in Irak veilig te stellen».

Nu er miljoenen zijn besteed aan «democratie-building» en «civil society» in Irak komt het hier op neer: als je een aanval van de enige supermacht van de wereld kunt overleven, kun je je stem uitbrengen. Mensen uit Falluja gaan stemmen, potverdorie, ook al moeten ze allemaal eerst sterven.

Voor de Fallujanen heeft «de vijand een gezicht. Hij heet Satan. Hij woont in Falluja.» Dat zei luitenant-kolonel Gareth Brandl tegen de BBC. Hij gaf tenminste toe dat sommige strijders daadwerkelijk in Falluja wonen, anders dan Donald Rumsfeld, die ons wil doen geloven dat ze allemaal uit Syrië en Jordanië komen. En aangezien Amerikaanse legervoertuigen de boodschap rondbazuinen dat mannen tussen vijftien en vijftig jaar de stad niet mogen verlaten, zou het betekenen dat er op z’n minst een paar Irakezen zijn onder wat CNN nu zo gehoorzaam beschrijft als de «anti-Iraakse troepen».

Verkiezingen in Irak zouden nooit vreedzaam kunnen zijn, maar ze hoefden ook geen complete oorlog tegen kiezers te worden. De Rocket the Vote-campagne van Allawi is het directe resultaat van een rampzalige beslissing van precies een jaar geleden. Op 11 november 2003 vloog Paul Bremer, op dat moment Amerikaans hoofd afgezant voor Irak, naar Washington voor een ontmoeting met president Bush. De twee mannen maakten zich zorgen dat als ze hun belofte nakwamen om binnen enkele maanden verkiezingen te houden in Irak het land in handen zou vallen van onvoldoende pro-Amerikaanse krachten. Dat zou het doel van de invasie dwarsbomen, en Bush’ kansen om te worden herkozen in gevaar brengen. Tijdens die ontmoeting werd een herzien plan gesmeed: verkiezingen zouden ruim een jaar worden uitgesteld en in de tussentijd zou de eerste «soevereine» regering van Irak worden uitgekozen door Washington. Door het plan zou Bush vooruitgang kunnen claimen in zijn campagne, terwijl Irak veilig onder Amerikaans bewind bleef.

In de VS diende Bush’ bewering dat «vrijheid oprukt» zijn doel, maar in Irak leidde het plan rechtstreeks naar de slachting die we vandaag zien. Bush schildert de troepen die zich verzetten tegen de Amerikaanse aanwezigheid in Irak graag af als vijanden van de democratie. In werkelijkheid kan een groot deel van de opstand direct worden herleid naar besluiten van Washington om de democratische aspiraties van het Iraakse volk te smoren, vertragen, manipuleren en anderszins te dwarsbomen.

Ja, de democratie heeft echte tegenstanders in Irak, maar voordat Bush en Bremer besloten hun belofte de macht over te dragen aan een gekozen Iraakse regering te breken, waren die krachten geïsoleerd en beteugeld. Dat veranderde toen Bremer terugkeerde naar Bagdad en de Irakezen ervan probeerde te overtuigen dat ze nog niet klaar waren voor democratie.

Bremer betoogde dat het land te onstabiel was om verkiezingen te houden, en daarbij waren er geen kiesregisters. Weinig mensen waren overtuigd. In januari 2003 gingen honderdduizend Irakezen vreedzaam de straat op in Bagdad, en nog eens dertigduizend in Basra. Hun slogan was: «Yes yes elections. No, no selec tions.» Op dat moment vonden veel mensen dat Irak veilig genoeg was voor verkiezingen en wezen erop dat de lijsten van het olie-voor-voedsel-programma uit het tijdperk-Saddam konden dienen als kiesregisters. Maar Bremer gaf geen krimp en de VN steunde hem.

In The Wall Street Journal voorspelde Hoessein al-Shahristani, van de Iraakse Nationale Academie van Wetenschappen (die onder Saddam tien jaar gevangen zat) wat er vervolgens zou gaan gebeuren: «Er zullen verkiezingen worden gehouden in Irak, vroeg of laat. Hoe vroeger ze worden gehouden, en een echt democratisch Irak wordt gevormd, des te minder Iraakse en Amerikaanse levens verloren gaan.»

Tien maanden en duizenden verloren Iraakse en Amerikaanse levens later zijn de verkiezingen gepland met een deel van het land in de greep van een nieuwe invasie en de rest grotendeels onder oorlogsrecht. Wat de kies registers betreft, de regering-Allawi is van plan de olie-voor-voedsel-lijsten te gebruiken, precies zoals een jaar terug werd voorgesteld én verworpen.

En dus blijken al de excuses leugens te zijn geweest: als verkiezingen nu kunnen worden gehouden, hadden ze zonder meer een jaar geleden ook gehouden kunnen worden, toen het land aanzienlijk rustiger was. Maar dat zou Washington de kans hebben ontnomen een marionettenregering in Irak te installeren, en mogelijk hebben verhinderd dat George Bush een tweede termijn won. Is het verbazingwekkend dat Irakezen sceptisch zijn over de versie van democratie die hen wordt gebracht door Amerikaanse troepen, of dat verkiezingen inmiddels worden gezien als oorlogswapens in plaats van instrumenten van bevrijding? Eerst werden de beloofde verkiezingen van Irak opgeofferd in het belang van Bush’ hoop op herverkiezing; vervolgens werd de belegering van Falluja zelf gekoppeld aan diezelfde belangen. De gevechtsvliegtuigen zetten nog geen uur na het einde van Bush’ aanvaardingsspeech de luchtaanval op Falluja in, waarbij de stad minstens zes keer werd gebombardeerd. Toen de Amerikaanse verkiezingen veilig voorbij waren kon Falluja worden verwoest uit naam van zijn eigen aanstaande verkiezingen.

In een ander betoon van hun toewijding aan de vrijheid was het eerste doel van de Amerikaanse soldaten in Falluja het belegeren van het belangrijkste ziekenhuis van de stad. Waarom? Klaarblijkelijk omdat het de bron was van de «geruchten» over vele burgerslachtoffers toen Amerikaanse troepen Falluja de vorige keer belegerden, en grote woede opwekten in Irak en de hele Arabische wereld. «Het is een centrum van propaganda», zei een anonieme Amerikaanse officier tegen The New York Times. Zonder artsen om de doden te tellen zou de woede- uitbarsting waarschijnlijk worden gesmoord – afgezien van het feit dat de aanslagen op ziekenhuizen natuurlijk hun eigen woede hebben opgewekt, en de legitimiteit van de komende verkiezingen verder in gevaar gebracht.

Volgens The New York Times was het Algemene Ziekenhuis van Falluja gemakkelijk te pakken, omdat de artsen en patiënten zich niet verzetten. Toch was er één gewonde, «een Iraakse soldaat die per ongeluk zijn kalasjnikov ontlaadde, waarbij hij zijn onderbeen verwondde». Volgens mij betekent dat dat hij zichzelf in zijn voet schoot. Hij is niet de enige.