Popmuziek: Deerhunter

In felrode neonletters

Nu zowel de garage- als de psychedelische rock weer helemaal in is, lijkt het niet meer dan logisch dat de band Deerhunter met een nieuw album komt.

Het vijftal uit Atlanta begeeft zich sinds zijn debuut in 2004 tussen het rauwe en gestileerde. Tot en met voorloper Halcyon Digest (2010) leek het een evolutionaire beweging van het eerste naar het laatste, maar het recente Monomania heeft bij vlagen net zo veel haar op de tanden als de eerste platen.

De eigenzinnige frontman Bradford Cox houdt er ook niet van om het de luisteraar te gemakkelijk te maken. Zo beantwoordde hij eerder dit jaar een dronken verzoek uit de zaal voor My Sharona van The Knacks met een ontregelende versie van een uur.

Voorzover zijn vrij abstracte teksten je duidelijk lijken te maken is verlichting is bij hem sowieso altijd relatief. ‘Finding the fluorescence in the junk by night illuminates the day’, is een illustratieve zin voor Cox om Monomania af te trappen. De door feedback en vervormde vocalen gekenmerkte openers Neon Junkyard en Leather Jacket II gooien direct de luiken open. Hoewel Monomania behoorlijk meer punk heeft dan shoegaze of mooie gitaarpop blijkt daarna dat de plaat toch de nodige balans heeft met rustiger bakens als The Missing, T.H.M. of Nitebike.

Waar Cox op de vorige plaat het pijnlijke van herinneringen voelbaar wist te maken door zang en muziek in dromerige melancholie te drenken, is hij hier vooral stekelig en expressief. Het zijn ook felrode neonletters die de naam van deze plaat op de hoes uit het donker laten oplichten. Naar eigen zeggen hebben de tijden van crisis en apathie Deerhunter weer op scherp gezet.

Het lijkt een soort nieuwe start waarbij de essentie van de band en het geluid dat daarbij hoort opnieuw kritisch tegen het licht zijn gehouden. Zelfs de punkgedachte die Cox uitdraagt ontkomt daar niet aan. In een interview verklaart hij: ‘It’s such a concept you can sell… like a T-shirt: punk. But what it means really is a deliberation of the ugly or the decrepit, and a base of like the ornamental.’

Dat sierlijke mag nooit te mooi worden, of te voor de hand liggend. Zo zingt hij op afsluiter Punk (La Vie Antérieure) ironisch: ‘For a month I was punk, I remembered all my drunk, younger days, in a daze, I would spend my empty days.’ Tussen de haakjes refereert hij hier aan het gelijknamige sonnet van Charles Baudelaire. De geheimzinnigheid en onvoorspelbaarheid ervan lijken niet toevallig net zo goed van toepassing op Cox’s teksten en muziek. Monomania is dan ook opnieuw een bevestiging dat Deerhunter een van de meest interessante gitaarbands van de laatste jaren is.


Deerhunter, Monomania, label: 4AD/Beggars. Deerhunter speelt 22 oktober in Paradiso