Interview met Christianne Stotijn

In gevecht met de engel

Ze beleefde een sprookjesachtige doorbraak met Mahlers Rückert-Lieder onder Bernard Haitink in Parijs. ‘Als ik Mahler zing, vallen veel dingen op hun plek.’
Zangeres Christianne Stotijn over liederen en opera, Rembrandt en Caravaggio.

Christianne Stotijn is een alleraardigste, levendige jonge vrouw met een grote vaandel rood haar, een grote shawl om de keel – want zangeres – en een zeer open gezicht. Ze praat onophoudelijk, heeft eigenlijk geen vragen nodig. Je vraagt je af: hoe krijg je haar stil?

Ze studeerde viool en zang in Amsterdam en studeerde in 2003 af, met lof. Vorig jaar beleefde ze een sprookjesachtige doorbraak. Ze viel in, te Parijs, met Mahlers Rückert-Lieder, onder leiding van Bernard Haitink. Deze veranderde daarop onmiddellijk het programma van zijn eerstvolgende concert in Amsterdam, om haar daar te presenteren. Het werd een historisch debuut.

Ik zie Stotijn (Delft, 1977) in Rotterdam, direct na een concert tijdens het Gergiev-festival. Ze begroet vrienden en fans allerhartelijkst, maar ook met iets majesteitelijks, iets van distantie; er hangt nog een bedwelming over haar. Je denkt: allure, star quality, self-love, en dat kan het best zijn, maar wie haar hoorde zingen heeft gemerkt dat het onderdompelen in een staat van opperste concentratie voor Stotijn een atletische prestatie is, een krachttoer waarvan ze pas geruime tijd later bijkomt. Als het niet in De Doelen was, tussen de bruine vloertegels en het beton, zou je misschien het woord high gebruiken.

Jard van Nes zei: ‘Die Rückert-lieder moet je eigenlijk pas doen als je wat ouder bent.’

Christianne Stotijn: ‘Het voelt voor mij heel natuurlijk. Het moet nooit een gevecht zijn. Als je jong bent en je vindt het alleen maar heel mooi en je vecht je rot om die muziek te zingen, dan lijkt het me dat je er nog even mee moet wachten. Maar als ik Mahler zing, vallen veel dingen op hun plek. Dat is eigenlijk de reden, voor mij. En het is niet zo dat ik het alleen maar mooi vind. Ik word ervoor gevraagd.’

Mahler bepaalt haar seizoen. Ze zong in september al Mahler 2, met Haitink in Albert Hall; dit seizoen volgen Kindertotenlieder (ZaterdagMatinee), Lied von der Erde, Mahler 3 in de Scala, Milaan, nog eens Mahler 2 en dan ook nog een keer Rückert-Lieder. Stotijn: ‘Ik doe ook een heleboel andere dingen, maar telkens als ik Mahler zing, denk ik: hè hè, weer thuis. Ik moest op het festival van Aix-en-Provence een rol zingen in L’Italiana in Algeri van Rossini. Daar ben je dan twee maanden intensief mee bezig. Ik heb nog nooit zo sterk gevoeld dat ik o zo verlangde naar – niet specifiek naar Mahler, maar naar andere muziek. Voor mij is Mahler een antwoord op heel veel. Op diep bezig zijn met denken over het leven, over de dood, over de verbondenheid met de natuur. Bij Mahler komt dat allemaal samen.’

Rossini is dan te frivool?

‘Te oppervlakkig. Ik probeer het te zien als een uitdaging, en het is denk ik ook wel goed voor je stem, om te doen, maar ik zie het niet als een diepe ervaring, zoals Rückert-Lieder, of Sjostakovitsj. Liederen, dat is echt mijn wereld. Ik zing continu over onderwerpen als verdriet, afscheid, de dood, maar ook over liefde – het is niet alleen maar treurnis. Ik zoek niet de muziek van Mahler uit enkel omdat het vaak over afscheid gaat. Maar alles is afscheid! Het is voor mij een totale confrontatie met het leven zelf. (Haastig:) Ik hou echt van opera, begrijp me niet verkeerd, maar ik probeer het te minimaliseren tot twee keer per jaar. Dat ik niet, zoals veel zangers, van opera naar opera ga.’

Is er nog iets anders dan zingen?

‘Eigenlijk niet. Ik ben iemand die moet vechten om stilte te zoeken. Omdat er veel op mij afkomt, en omdat ik van nature erg chaotisch ben. Ik heb wel dat als ik ’s nachts wil slapen, er zóveel in mijn hoofd speelt, dat ik gewoon… bijna hysterisch word. Dat ik rus-tig moet blijven. Ik heb veel behoefte aan stilte. Ik ga ook altijd alleen op reis. Stilte is voor mij voeding.

Mijn leven is echt zingen; het is voor mij een noodzaak, ik zou absoluut niet gelukkig zijn als ik niet zou zingen. Ik doe mijn werk, zo zie ik het wel; ik kan ervan leven, dat is al ongelooflijk. Ik moet eerlijk zeggen dat ik het niet luchtig zie. Ik voel wel dat ik het soms te serieus neem, en dat ik hoop dat ik het ooit luchtiger zal zien. Dat zou ik meer moeten doen, want het is een gigantische verantwoordelijkheid om altijd in topvorm te zijn. Je wilt niet meer onder je niveau, je mag niet onder je niveau. Niet van jezelf, maar ook niet van anderen. Het is logisch dat dat van je geëist wordt.’

Haar tweede cd is – dankzij haar Borletti Buitoni Award 2005 – opgenomen in Stoke D’Abernon in Surrey, in de zaal van de Yehudi Menuhin School, met pianist Julius Drake.

Waarom daar?

Stotijn: ‘Het was een ongelooflijke plek om op te nemen. Het is een sfeervolle houten zaal, vrij droog, het geluid dat je krijgt is direct, maar wel eerlijk. Wat ik helemaal indrukwekkend vond: de zaal is gebouwd naast het graf van Menuhin, en Menuhin heeft ook nog zelf zijn eigen boom daar geplant. Een eigen eik. Voor mij is dat heel inspirerend.’

Ben je gelovig?

‘Ik ben verschrikkelijk religieus! (Lacht smakelijk) Ik heb een hervormde achtergrond. Mijn opa was dominee. Maar ik ben totaal niet gebonden aan een geloof. Ik heb mijn eigen rituelen, laten we het zo zeggen. Mijn cd gaat Urlicht heten, omdat ik dat de meest aangrijpende emotie vind van de mensheid. Het almaar zoeken naar licht of naar een betere wereld of naar… Het is een gevecht, uiteindelijk, in eenzaamheid. In de 2e symfonie staat na dat prachtige Urlicht, dat ‘ewig selig leben’, meteen: ‘attacca’. Je moet het meteen onderbreken. Iedereen schrikt ook altijd. Je denkt: waarom gaat-ie direct verder!? Maar dat is Mahler: het ís nog niet ewig selig leben, ik ben in gevecht met die engel, ik wil naar dat licht toe, maar ik mag nog niet, die engel houdt mij tegen. Je hebt nog niet die harmonie bereikt, in jezelf, het blijft een gevecht.’

Ze zegt het zonder een spoor van ironie, zonder gewichtigdoenerij: De Mensheid. De Engel. De Liefde. Ze is sterk genoeg, ze zingt Mahler, dus die woorden horen erbij.

Je kunt niet zeggen dat je het allemaal niet ernstig neemt.

Christianne Stotijn: ‘Nee, het is niet “zomaar een lied zingen”. Misschien zou ik dat wel moeten doen, gewoon eenvoudiger “een lied zingen”. Je bent ook maar een doorgeefluik. Soms heb ik mijn grote gevecht, in mijzelf, dat ik er te veel mee wil. Terwijl juist die stap terug vaak het essentiële is. Om het gewoon de muziek zelf te laten doen. Omdat die vaak zo sterk is geschreven, dat je er niet nog meer van hoeft te maken. Dat is voor mij vaak heel lastig. Daarom is een recital geven ook eigenlijk heel moeilijk. Ik ga met een lied meestal meteen op mijn gevoel, bwam! ik duik er zo diep mogelijk in. Ik ben daarin veel minder precies dan mijn pianist Joseph (Breinl – kk). Hij is iemand die me juist af en toe weer terugroept en zegt: wat staat er eigenlijk echt?’

Wat wil je overbrengen?

‘Ik heb die tentoonstelling van Rembrandt en Caravaggio gezien. Dat was ongelooflijk. Mijn ervaring was: bij Rembrandt ga je dichter naar het schilderij toe, omdat het zo’n intimiteit is en zó integer geschilderd, zo zacht vaak, dat je ernaartoe gaat. Bij Caravaggio spring je achteruit. Dat is zo’n energie, zo’n ongelooflijk sterke emotie. En dat is bij een lied ook. Je kunt een lied zingen waarbij mensen naar jou toe gaan, omdat ze naar het lied worden toegetrokken, maar er zijn ook liederen waarbij je iemand echt flink in z’n gezicht kunt slaan – en dat dat niet erg is. Dat mensen niet weten waar ze moeten kijken.

Ik wil overbrengen wat er in de muziek staat. Wat de tekst voor mij zegt. Als ik iets heftigs meemaak, merk ik dat muziek mij daarin ongelooflijk helpt, en troost, maar dat dan weer het gevaar dreigt dat het te persoonlijk wordt. Dat je jouw verdriet erin legt. En dat is nu juist niet de bedoeling. Dat is mijn grote gevaar, en ik denk van veel zangers, dat je een recital geeft en dat je jezelf op de voorgrond stelt. Dat is het allereerste wat je in de gaten moet hebben: dat je “maar” een verteller bent. Maar het is allemaal zo gemakkelijk gezegd. Je hebt zoveel momenten dat je iets doet, waarbij je jezelf in de weg staat, ofwel in de vorm van angst ofwel in de vorm van “bewijsdrang” – dat heeft iedereen. Je wilt toch indruk maken.’

Vind je jezelf leuk genoeg, of interessant genoeg, om dat soort emoties over te brengen, via je liederen?

‘Ik hoop het. Dat ga ik niet over mijzelf zeggen. (Lacht) Dat moet jij maar zeggen. Ik neem aan dat mensen het mooi vinden. Anders zou ik niet tot 2009 vastzitten.’

Is het programma al tot 2009 ingevuld?

‘Ja.’ (Lacht verlegen)

Kun je daar nog wat in veranderen?

‘Heel weinig.’

Goh, 28 jaar en dan al zo’n volgepland leven…

‘Ja, 28! 28 al! Aaagh! Een Engelse interviewer vroeg laatst: “You’re 28. What next?’ – Hoe moet het verder? Het schijnt dat als je 28 bent en zo bezig bent met levensvragen, je niets meer over hebt voor daarna. (Lacht) Maar ik ben achter zoveel dingen nog lang niet. Dat heeft nog wel even.’

Wat ga je in 2009 doen?

‘Rückert-Lieder. Met Haitink.’

Klik hier voor een track van de cd Urlicht.

fragmenten:
Track 1: Scheiden und Meiden
Track 2: Urlicht
Track 3: Das Irdische Leben
Track 4: Um Mitternacht
Track 5: Ich bin der Welt abhanden gekommen

volledige track:
Frülhlingsmorgen
Erinnerung
Das Irdische Leben

Cd: Christianne Stotijn, Julius Drake, piano. Mahler: Urlicht. Onyx Records,
www.onyxclassics.com. Een track van de cd is te beluisteren op www.groene.nl.

21 oktober: Mahler, Kindertotenlieder. Radio Kamer Filharmonie olv Daniel Reuss. Concertgebouw Amsterdam (ZaterdagMatinee).

Vanaf 17 december: Mahler, Das Lied von der Erde. Gelders Orkest, tournee