In goede kunstkritiek komt het kunstwerk tot leven

Door de vele bezuinigingen in de kunstsector staat ook de kunstkritiek onder druk. Wat is de toekomst van de kunstkritiek? Als reactie op Wouter Hillaerts eerdere betoog benadrukt Steven ten Thije het belang van de discussie over kunst.

Medium jkk bg

Het artikel van Wouter Hillaert De toekomst van kritiek ligt in de vorm is een welkome poging om het wat grimmige debat over de staat van de Nederlandse kunstkritiek te verbreden. Ik knik vooral instemmend als Hillaert stelt: ‘De criticus zelf is een medium: een vertalend “midden” tussen kunstenaars en publiek.’

Wat ik aan het stuk zou willen toevoegen is een opmerking over het publieke karakter van kunstkritiek. Wat maakt kunstkritiek publiek? Het feit dat het te vinden is op publieke plaatsen als in de krant, op de televisie en het internet, of omdat het een publieke functie heeft?

Ik opteer voor het laatste. Kunstkritiek is een integraal onderdeel van de kunstbeleving en zonder goede kritiek kan kunst in een samenleving als de onze niet floreren. Waarom? Kunst verbindt algemene gedachten met individuele ervaringen en emoties. Alleen gebeurt dit pas in het samenspel met kunstkritiek. Want in het kunstwerk zelf staat de ervaring centraal. Er kan wel taal aan te pas komen – de rijke traditie van conceptuele kunst laat dit overduidelijk zien – maar de basis van een kunstwerk is een beleving. Kunstkritiek is de plek waar de kunstervaring onderzocht kan worden op haar (actuele) betekenis. In kritiek kunnen individuele observaties van de beschouwer gekoppeld worden aan algemene oordelen. In goede kunstkritiek komt het kunstwerk tot leven. Het opent nieuwe wegen voor het publiek om het werk te bekijken en is van wezenlijk belang voor kunstenaars die hun praktijk kunnen aanscherpen op basis van nieuwe inzichten.

Dit is niet alleen belangrijk voor de kunst, maar dient een breder maatschappelijk doel. Eigenlijk ontstaat de maatschappelijke waarde van kunst pas in het speelveld tussen kunstkritiek en kunstwerk en publiek. De maatschappelijke waarde van kunst is tweeledig. Ze bestaat uit het feit dat kunstwerken maatschappelijke thema’s kunnen aankaarten en zo zelf nieuwe inzichten kunnen oproepen. Maar ook het kunstwerk zonder actueel thema versterkt de gemeenschap doordat het uitnodigt om ervaring en gedachte op een onalledaagse manier aan elkaar te verbinden. Gewoonlijk interpreteren we ervaringen vanuit wat we weten. Kunst draait dat om.

In het kunstwerk staat de ervaring zelf centraal en kan deze op verschillende manier voorzien worden van betekenis. Kunst vraagt aan ons te proberen om het specifieke van een ervaring te doorgronden. We zoeken woorden voor het onbekende, voor iets dat tot op zekere hoogte onnoembaar is. Want een kunstwerk is nooit volledig te verklaren en de betekenis verschuift met de tijd. Juist die openheid en nieuwsgierigheid zijn maatschappelijk relevant omdat de kunstbril als het ware onze alledaagse bril besmet. We leren niet alleen om kunstwerken open tegemoet te treden, maar kunnen ook onze omgeving en medeburgers opnieuw leren zien. Voor een samenleving die bestaat bij de gratie van een constructieve dialoog tussen de leden van de gemeenschap is die openheid geen luxe, maar een basisvoorwaarde.

Om die reden juich ik het ook toe dat Hillaerts stuk is geschreven in het kader van de ‘Prijs voor de Jonge Kunstkritiek’ die wordt mogelijk gemaakt door een belangrijke verzameling publieke instellingen die kunst ondersteunen en presenteren. Een publieke functie verdient steun van publieke partijen. Want dat is misschien wel de grootste systeemfout die is ontstaan na de bezuinigingsronde van Rutte I: het praktisch stopzetten van de subsidies voor publicaties over kunst en kunsttijdschriften. Wie investeert in het maken en presenteren van kunst moet ook investeren in receptie en kritiek. Om het experiment waar Hillaert om vraagt mogelijk te maken, maar ook om simpelweg ervoor te zorgen dat kwalitatief hoogwaardige kunst kan rekenen op een overeenkomstige receptie. Niet alleen in het belang van de kunst, maar vooral in het belang van ons allemaal.


Prijs voor de Jonge Kunstkritiek 2014

De Prijs voor de Jonge Kunstkritiek is een stimuleringsprijs voor een nieuwe generatie critici en essayisten die schrijft over hedendaagse beeldende kunst. De prijs wil jonge kunstcritici stimuleren en de aandacht voor kwalitatief hoogstaande kunstkritiek en kunstjournalistiek in de mainstream media vergroten. De Prijs voor de Jonge Kunstkritiek is een initiatief van de Appel arts centre, Vlaams Nederlands Huis deBuren, het Mondriaan Fonds, het Stedelijk Museum, STUK en Witte de With, Center for Contemporary Art.

In 2014 wordt de tweejaarlijkse prijs voor de vierde keer uitgereikt, in de categorieën ‘essay’, ‘recensie’ en ‘visuele kritiek’. De Prijs voor de Jonge Kunstkritiek richt zich op critici tot 35 jaar. Deadline: 12 september 2014. Zie voor meer informatie jongekunstkritiek.net