In grote lijnen over Francis Bacon

Walter van der Kooi ziet veel meer dan hij in zijn wekelijkse kroniek kan bespreken. Deze week: De gewelddadige streek van Francis Bacon in Het uur van de wolf.

We zien een drieluik, Three Studies, dat voor het eerst tentoongesteld werd in april 1945 in de Lefevre Gallery in Londen. We horen een beschrijving. ‘Drie figuren, fallische nekken. Een heeft een soort poot in de vorm van een grote schuurborstel en hij grauwt. Met opengesperde bek uiten ze hun woede, hun pijn, hun wantrouwen tegenover het leven.’ Hoe raak misschien ook, het blijft tekenend voor de beperking van taal afgezet tegen het beeld dat we tegelijk zien, en, algemener, afgezet tegen alle beeldende kunst. Toch komt de descriptie niet van de minste, want van een vriend van de schilder die bovendien zijn biograaf is: Michael Peppiatt. De kunstenaar zelf: Francis Bacon. Als u bij die naam een vaag of zelfs preciezer beeld voor ogen hebt – niet van het drieluik maar van iets ‘Bacon-achtigs’, dan zal het niet verbazen dat Annalyn Swan, kunstcriticus en ook zijn biograaf, zegt dat de aanblik ervan voor de bezoekers in ’45 een schok was.

Volgen in hoog tempo filmbeelden van een bom die uit een vliegtuig valt, een detail uit het drieluik van tanden in een akelig opengesperde mond, een foto van mannen die een dode op een brancard uit een puinhoop dragen, nog een geschilderde schreeuwende mond, een foto van nauwelijks levende geraamtes met benen als stokjes, achter kampprikkeldraad. Een mannenstem: ‘Het was kort na de oorlog en mensen wilden niet opnieuw geschokt worden’. De stem van Mark Stevens, kunstcriticus en derde biograaf: ‘Er gaat iets kapot in dat schilderij, in de Engelse cultuur. Het was alsof de kunst was verwilderd.’ Maar… die oorlog, zegt Stevens ook, vormt wel de achtergrond van het werk maar verklaart de werken niet. ‘Wat Bacon deed was iets anders’.

Dan zien we voor het eerst de maker zelf die over die tentoonstelling zegt: ‘Een van de venijnige recensenten zei tegen me: waarom doen wat Picasso al heeft gedaan?’ En inderdaad leveren die monden in combinatie met beelden van vernietiging een associatie met vooral de Guernica op. John Richardson, kunstcriticus en vriend: ‘Niemand wist destijds wie Francis Bacon was’.

En dan, na deze inleiding die dus tegelijk de vraag stelt ‘als niet de oorlog, wat dan?’ begint het exposé met het tonen van een locatie, Gargoyle Club, Colony Room, ontmoetingsplek voor de bohème in Soho. We zien daar naast andere vrolijke drinkers een redelijk elegant bewegende, rondhoofdige dertiger die ‘van elke situatie iets moois en magisch’ wist te maken, die iedereen voor zich innam en een geweldig charisma had (zeggen getuigen). ‘Hij fladderde rond als een vogel, je moest naar hem blijven kijken; en die ogen!’ Geef toe: gruwelijk drieluik in combinatie met feestelijke beelden en liefdevolle signalementen door vrienden levert een raadsel op. Preciezer geformuleerd door Peppiatt: ‘Ik kon aanvankelijk geen verband leggen tussen zijn vermakelijke dronken zotheid en die verwrongen gruwelijkheden. Dat is het centrale enigma van Bacon: waar kwam dat duistere vandaan?’

Welnu, dat antwoord geeft de documentaire niet. De oorlog speelt verder geen rol in het verhaal en de heftige beginbeelden zijn dus hooguit nuttig om iets van de negatieve receptie in 1945 te verklaren. Niet helemaal koosjer, voor mijn gevoel. Of je moet het feit dat Peter Lacey, een van de belangrijker en langduriger minnaars in Bacons leven, Spitfire-piloot was geweest, en dat die psychisch door de oorlog beschadigd zou zijn, met extreem sadistische neigingen als gevolg, als vormende factor voor Bacon meetellen. Dat sadisme is onomstotelijk, maar niet alle piloten en niet alle oorlogsbeschadigden werden sadist.

Even onomstotelijk trouwens als het masochisme van Bacon dat in een verregaand gewelddadige seksuele relatie uitmondde. Als je gaat begrijpen dat zijn latere relatie met bokser/schurk George Dyer, afgebeeld op een groot aantal schilderijen, mede uitdoofde omdat Dyer steeds meer een watje bleek dat van kinderen, dieren en knuffelen hield, dan weet je dat de behoefte aan het ondergaan van lichamelijk geweld buitengewoon diep zat bij Bacon.

Maar het gaat toch om kunst, niet om biografie en karakteranalyse? Ja en nee. Wil je iets van het specifieke, unheimische, gruwelijke, agressieve van Bacons kunst begrijpen, dan kom je toch niet om ‘de vent’ heen. Maar de ‘wording’ van die vent ontbreekt nagenoeg. We leren hem pas kennen als hij 36(!) is. Of het moet zitten in commentaar op een ander schilderij waarin ‘een patriarchale figuur’ een kleinere figuur wegstuurt. Wikipedia raadplegen volstaat om te ontdekken dat hij inderdaad verstoten werd door zijn vader, beroepsofficier, die hem als kind systematisch mishandelde en die zijn homoseksualiteit en keus voor kunstenaarschap niet accepteerde. Twee dode broertjes ook nog.

Wat trouwens ook ontbreekt is een meer technische analyse van zijn schilderoeuvre. Ook daarover schrijft het veel gehoonde maar vaak verdomd nuttige Wikipedia verhelderende zaken. Waardoor nieuwsgierig geworden ik met andere ogen een deel van de documentaire herzag. Dat Bacon de Three Studies later in zijn leven bewerkte tot een veel minder gewelddadig drieluik, met zachtere vormen, dat zien en horen we; en dat hij steeds vaker mensen uit zijn directe omgeving portretteerde, dat ook. Maar ik had veel meer te weten willen komen over zijn thematiek, de pausen, de kruisiging, zijn vriendschap met Lucian Freud en noem maar op. De film gaat in grote lijnen over zijn carrière, vooral de twee grote doorbraaktentoonstellingen (die elk overschaduwd werden door de dood van minnaars – uitgesproken gruwelverhalen); over mensen die belangrijk waren voor zijn loopbaan; over geschilderde vrienden en bevriende vrouwen. Over verval, dat ieder wacht maar dat, volgens Bacon en anderen, voor homoseksuele mannen het ergst is.

Documentaire waar flink op af te dingen is, maar waarvan ik toch blij ben hem gezien te hebben. Vanwege dat geniale werk dat evenveel angst aanjaagt als dat van Goya in zijn somberste jaren. Vanwege kennis van een deel van zijn biografie, hoe akelig soms ook. Vanwege een blik op zijn omgeving en vrienden – die hem soms verschrikkelijk vonden maar toch trouw bleven. Waarbij optredens van Terence Stamp, Marianne Faithfull en Damien Hirst voor de publiciteit prettig, maar voor de inhoud minder belangrijk zijn. Het is niet een van de beste wolfsuren, maar de liefhebber van Bacon en zijn unieke figuratieve kunst zal toch wel aan zijn trekken komen.


Richard Curson Smith, De gewelddadige streek van Francis Bacon, NTR Het uur van de wolf, donderdag 16 augustus, NPO 2, 22.40 uur