Gescheiden vaders

In het belang van het kind

Na een scheiding gaat een kind in Nederland bijna altijd met de moeder mee. En de vader staat niet sterk. ‘Een paar belastende opmerkingen van de moeder maken een man meteen verdacht.’ Maar vaders vechten terug.

Marciano Trustfull was net negentien toen zijn dochter werd geboren. Ter voorbereiding op haar geboorte had hij een aantal ingrijpende keuzes gemaakt. Hij stopte met zijn opleiding en schreef zich in bij een uitzendbureau. In plaats van naar school te gaan deed Marciano nu beveiligingswerk en maakte hij schoon in het ziekenhuis. Van het geld dat hij daarmee verdiende, kocht hij babyspulletjes.

Het is niet zo dat Marciano het vaderschap beschouwde als een logische volgende stap in zijn leven. Hij was nog jong, het ging lekker op school en hij was net gescout door een voetbalclub. Bovendien had hij geen liefdesrelatie meer met de moeder van zijn kind. Maar toen hij zijn eigen moeder had verteld dat hij vader zou worden had zij tegen hem gezegd: ‘Ciano, laat zien dat je een man bent. Neem je verantwoordelijkheid.’

Nu hij de keuze had gemaakt een goede vader voor zijn kind te willen zijn, was hij zich steeds meer op haar komst gaan verheugen. ‘Geen woorden maar daden’, zei hij tegen zijn vrienden. Hij zou het allemaal heel anders aanpakken dan zijn eigen vader had gedaan.

Inmiddels is Marciano’s dochter tien en speelt hij geen enkele rol in haar leven. Wat is er gebeurd?

Ik spreek Marciano in zijn huis in Zaandam. Hij woont er alleen. Op de schouw staat een foto van zijn overleden oma, met twee waxinelichtjes ervoor. Verder is het huis bijna klinisch leeg. Als het gesprek op zijn dochter komt, gaat ­Marciano naar zijn slaapkamer, om terug te komen met een dikke multomap vol brieven, kaarten en foto’s. Allemaal draaien ze om zijn dochter Caya. ‘Het duurde bijna een jaar voor ik erachter kwam hoe ze heette’, zegt hij.

Marciano en Anne, de moeder van Caya, ontmoetten elkaar toen ze beiden zeventien waren. Ze werden verliefd en kregen verkering. Toen ze een jaar met elkaar gingen, werd Anne ongepland zwanger. Ze besloten het kindje te houden, maar Anne kreeg een miskraam. Na een uit de hand gelopen ruzie met haar moeder trok Anne in bij Marciano. Enkele weken later kreeg Marciano een brief van Anne’s moeder. ‘Anne heeft je voor de gek gehouden’, stond erin, ‘ze heeft abortus gepleegd.’

Voor Marciano betekende dit nieuws het einde van de relatie. Anne bleef echter wel bij hem en zijn moeder wonen. Soms hadden ze seks. Op een gegeven moment was Anne opnieuw zwanger. Na het advies van zijn moeder besloot Marciano dat hij zijn kind een goede jeugd wilde bieden. Tegelijkertijd wees hij Anne echter af als partner. ‘Als je geen relatie meer met me wil, kun je het wel vergeten om je kind te zien’, zei Anne destijds wel eens tegen hem. Enkele weken voor de bevalling had Anne er genoeg van. Ze pakte haar spullen en vertrok.

Toen Marciano zich realiseerde dat hij geen rol kreeg toebedeeld in de opvoeding van zijn kind besloot hij naar de rechtswinkel te gaan, waar hij als advies kreeg zo snel mogelijk een advocaat in te huren. Samen met een pro-deo-advocaat ging hij vervolgens op zoek naar Anne, die teruggegaan bleek te zijn naar haar moeder. Ondertussen was Anne zelf een procedure begonnen om Marciano uit het ouderschap te ontheffen. Als argument voerde zij aan dat hij crimineel zou zijn. De Raad voor de Kinder­bescherming startte een onderzoek naar hem. ‘Ik had zoveel opgegeven, m’n hele leven’, blikt Marciano terug. ‘Ik heb de zwangerschap tot enkele weken voor de geboorte meegemaakt, ben meegegaan naar alle testjes. En nu moest ik opeens bewijzen dat ik het waard was om mijn kind te zien.’

‘Als aanstaande vaders keuzes gaan maken in het teken van hun kind doet dat iets met hun identiteit’, zegt pedagoog Peter Tromp. ‘In 2008 toonde de Amerikaanse psychologe Cabrera aan dat ongehuwde vaders die nauw betrokken zijn bij de zwangerschap en het ongeboren kind mee-ervaren een grotere kans maken zich aan hun kind te hechten. Als ze belangrijke keuzes gaan maken in het teken van hun kind vormt dat hun identiteit als vader.’

Na enkele gesprekken met Marciano kwam de Raad voor de Kinderbescherming tot de conclusie dat hij geen gevaar kon zijn voor zijn dochter. Caya was toen anderhalf. De omgangsregeling begon voorzichtig. Marciano pakt een klein fotomapje dat op tafel ligt en bladert naar de foto die werd gemaakt toen hij zijn dochter voor het eerst zag. Op de foto staat een klein peutertje met twee staartjes in haar haar. Marciano zit gehurkt achter haar, met zijn handen in haar zij. Hij heeft een brede lach en zijn ogen stralen, maar zijn houding oogt gedwee. ‘Aan de ene kant besefte ik: dit is mijn kind! Tegelijkertijd voelde het zo oneerlijk dat ik haar nu pas mocht zien. Ik voelde me vernederd. Ze gingen daar filmen hoe ik met mijn eigen dochter omging. Alsof ik niet te vertrouwen ben. Ik mocht haar telkens maar een uurtje zien, met haar oma erbij. Gingen we een rondje lopen. Oma met de kinderwagen voorop, ik erachteraan. En dan vertrokken ze weer. Eens in de zes weken. Hoe kon ik zo een band met Caya opbouwen?’

Eens in de zes weken is inderdaad veel te weinig, vindt ook Peter Tromp. ‘Om te wennen moet een kind iemand juist frequent zien. Het is echt een misverstand dat je het contact rustig moet opbouwen.’

Nederland telt ongeveer twintig ontmoetingshuizen voor gescheiden ouders en hun kinderen. Een daarvan is TussenThuis Utrecht. Iedere zaterdag kan de niet-verzorgende ouder (bijna altijd de vader) hier maximaal een uur en drie kwartier met zijn kind spelen. ‘Wij adviseren niet en rapporteren niet aan derden. Wij opereren louter faciliterend’, zegt bestuurslid Keulen-Mulder. ‘Dat maakt ons uniek ten opzichte van alle andere ontmoetingshuizen in Nederland. Want het betekent onder meer dat ouders bij ons niet worden gefilmd, niet worden geëvalueerd.’

Wel hanteert TussenThuis een aantal huisregels. Zo mag de vader alleen Nederlands spreken met zijn kind, geen cadeautjes of snoepgoed meebrengen, geen foto’s van zijn kind maken, geen video’s laten zien, moet hij zijn mobiele telefoon inleveren en mag hij zijn kind niet meenemen naar buiten. ‘Die regels hanteren we om te waarborgen dat het kind in een veilige omgeving omgang kan hebben met de niet-verzorgende ouder’, zegt Keulen-Mulder. ‘Want meestal is er sprake van wantrouwen tussen beide ouders. Er wordt dan van alles over de vaders beweerd. Dat ze een traumatiserende invloed hebben op hun kind, dat ze het willen ontvoeren, dat ze drugsverslaafd zijn of crimineel. In negentig procent van de gevallen is het probleem echter gewoon dat de ouders niet meer samen door één deur kunnen. Bij zulke grote onenigheid wordt het kind de inzet.’

De omgang tussen ouder en kind is bij TussenThuis tot in de details geregeld. Eerst komen de moeders hun kind in het gebouw afleveren. Een kwartier later mogen de vaders naar binnen. De moeders worden ondertussen via een zij-uitgang naar buiten begeleid. Als de speelsessie met vader is afgelopen, herhaalt zich het proces in omgekeerde volgorde. De kinderen worden naar een nieuwe ruimte gebracht waar de moeders ze kunnen ophalen. Een kwartier later mogen de vaders het gebouw verlaten. Alles om ervoor te zorgen dat de vaders en moeders elkaar niet tegen het lijf lopen.

Ondanks de strenge regels zijn de vaders bijzonder dankbaar voor de mogelijkheid contact met hun kind te maken. ‘Ik heb een zoon van zes en een dochter van negen die ik al vier jaar niet had gezien’, zegt een tengere man van midden dertig. ‘Vorige maand was het eindelijk zo ver. Ik was zo bang dat mijn kinderen me niet meer zouden herkennen dat ik van tevoren nog met de coördinator heb gebeld. “Wat als het misgaat? Hoe geef ik ze de ruimte om me te leren kennen?” Maar mijn zoontje kwam meteen op me af gerend! “Papa, papa!” Hij vloog me in de armen. Het was te mooi om waar te zijn. Ik ben de gelukkigste man van Nederland.’

Een andere vader ziet zijn dochter al twee jaar via TussenThuis. ‘De donderdag en vrijdag zijn voor mij altijd stressvolle dagen omdat ik bang ben dat de afspraak niet doorgaat. Dat is namelijk al zes keer gebeurd. Begrijp me niet verkeerd, ik vind het fantastisch dat ik mijn dochter kan zien. Maar ik vind het moeilijk te verkroppen dat ik zo sterk afhankelijk ben van haar moeder.’ Een andere vader knikt vol instemming. ‘Als mijn ex zegt: “Ik wil het zo”, dan gaat het zo. Was de situatie maar omgekeerd, dan zou mijn ex onze zonen gewoon iedere zondag bij mij kunnen ophalen. Nu zie ik ze eens per maand. Ik kan hier met ze rennen, met ze tekenen. Maar ik kan mijn band met ze niet verder uitbouwen.’

Ook pedagoog Peter Tromp is een gescheiden vader van een zoon en dochter. Hij heeft ze al twintig jaar niet gezien. Als ze jarig zijn, stuurt hij ze een berichtje via Facebook. ‘Al zijn we geen Facebook-vrienden. Ik heb ze nooit een verzoek gestuurd. De afwijzing lijkt me te pijnlijk. Voor mezelf, maar ook voor mijn kinderen.’ Toen Tromp ze voor het laatst zag, was zijn zoon Pieter drie jaar en zijn dochter Kiki één jaar oud. Tromp was destijds ongeveer een jaar gescheiden van de moeder van zijn kinderen. Drie maanden na de scheiding had hij zijn kinderen weer voor het eerst mogen zien. Daarna was de omgangsregeling met zijn kinderen telkens uitgebreid. Eerst twee uur per week, daarna drie, toen vijf. Uiteindelijk kreeg Tromp de zondag, van negen tot zes. ‘In augustus 1992 mochten Kiki en Pieter voor het eerst een heel weekend bij me doorbrengen. Dat weekend verliep fantastisch. Begin september zou het worden geëvalueerd. Alles leek goed te gaan.’

Op 23 augustus brachten Pieter en Kiki zoals inmiddels gebruikelijk de zondag bij hem door. Pieter had van Tromp een grote speelgoedvrachtwagen gekregen, waar hij de hele dag mee had zitten spelen. Toen ze naar huis moesten, wilde Pieter de vrachtwagen graag mee. Iets later dan afgesproken arriveerde Tromp bij het huis van zijn ex-schoonmoeder. ‘Een paar minuten moeten het zijn geweest. Niet meer. Mijn ex stond al met de fiets voor de deur, strakke blik in haar ogen. Ze pakte de kinderen zonder een woord te zeggen uit mijn handen, draaide zich om en reed weg. Pieter begon te huilen. “De vrachtwagen!” riep ik ze achterna. “Pieter heeft hier nog z’n vrachtwagen!” Mijn ex fietste door. Waarop ik naast haar ging rijden met mijn raam open, vertellend dat ik Pieter z’n vrachtwagen wilde meegeven. Dat hij daarom zo zat te huilen. Mijn ex negeerde me. Enkele dagen later lag er een brief op de mat van de advocaat van mijn ex. Hierin stond aangekondigd dat de omgangsregeling werd stopgezet omdat Pieter overstuur was geworden van het vrachtwagenincident.’

Na die middag heeft Tromp zijn kinderen nooit meer gezien. ‘Terwijl later nog werd uitgesproken dat ik een omgangsregeling met overnachting kreeg. Er waren geen doeltreffende handhavingsmiddelen om mijn ex te dwingen zich aan die regeling te houden. Ik probeerde het op verschillende manieren’, zegt Tromp. ‘Via bemiddelaars. Even overwoog ik zelfs een civiele gijzelingsbeschikking te executeren, wat zou betekenen dat ik mijn ex-vrouw gevangen liet nemen om haar op die manier te dwingen mee te werken. Maar toen dacht ik bij mezelf: en dan? Wil ik het conflict zo hoog laten oplaaien? Zijn mijn kinderen daarbij gebaat?’ In 1997 zette Tromp een punt achter zijn inspanningen.

Hij vertelt: ‘Mensen zeggen wel eens tegen me dat mijn kinderen vanzelf naar me toe zullen komen. Maar die kapotgemaakte relatie is geen tijdelijk probleem. Tussen ons kan er nooit meer een ouder-kind-relatie bestaan.’ De eerste periode voelde Tromp zich machteloos. ‘Hoe kan het dat we in Nederland een systeem hebben waarin dit mogelijk is?’ vroeg hij zichzelf af. Toen hij wat meer afstand van zijn eigen situatie kon nemen, besloot hij dat hij zich wilde inzetten voor een sterkere positie van gescheiden vaders.

Hij richtte het Vader Kennis Centrum op, een platform dat allerhande informatie geeft omtrent de rol van vaders in de opvoeding. ‘Gescheiden vaders hebben een uitgesproken zwakke rechtspositie in Nederland. Waar in bijvoorbeeld België verblijfs-co-ouderschap het uitgangspunt is na een scheiding, wat inhoudt dat de kinderen afwisselend bij de ene en bij de andere ouder verblijven, gaat in Nederland een kind bijna automatisch met de moeder mee. Alleen wanneer zij het ermee eens is kan co-ouderschap worden ingesteld. Vaders hebben bovendien weinig mogelijkheden als een moeder de omgangsregeling niet nakomt. Officieel kunnen ouders in zo’n geval twee dingen doen. Ze kunnen een advocaat inhuren, of naar de politie. Vaders worden door de politie echter nauwelijks serieus genomen. Terwijl als een moeder aangifte doet van onttrekking door de vader de politie met loeiende sirenes en zwaailichten voor het huis van de vader zal staan. Civiele procedures duren lang en schorten de omgangsregeling intussen op.’

Marciano leek in eerste instantie meer geluk te hebben. Anne nam na enkele maanden de omgangsregeling van haar moeder over. Toen Marciano en Anne elkaar weer vaker zagen, kregen ze opnieuw een relatie. Een tijdje leefden ze met z’n drieën als gezin. Het huiselijk geluk duurde niet lang. Na ongeveer vijf maanden besloot Marciano dat hij niet verder wilde met Anne. ‘We zagen elkaar in het geheim, haar moeder mocht er niets van weten. Zelf had ik een nieuwe relatie verbroken om dit gezin te kunnen vormen. Doordat we alles stiekem moesten doen, lukte het me niet Anne weer te vertrouwen. Zo wilde ik niet leven.’

Marciano verbrak de relatie en ging terug naar zijn ex-vriendin. Vanaf dat moment zag hij zijn dochter weer eens in de zes weken. Toen Caya vier was, raakte Marciano’s nieuwe vriendin zwanger. Dit nieuws bereikte ook Anne. Twee weken nadat Marciano’s zoon was geboren kreeg hij een oproep van de politie. Er was aangifte tegen hem gedaan van een zedendelict, hij moest per direct naar het bureau komen. ‘Anne bleek te hebben beweerd dat ik haar had verkracht. Dat ze daarom zwanger was geworden.’

Marciano werd uitgebreid verhoord en opgesloten. ‘In de cel realiseerde ik me dat ik een hele map had vol kaartjes en brieven van Anne. Er stond van alles in over onze relatie. Dat ze me miste, dat ze weer bij me wilde zijn, dat soort dingen. Ik belde mijn vriendin op en vroeg of ze die map wilde meenemen naar het politie­bureau.’ In zijn cel sorteerde Marciano de brieven van Anne, belangrijke zinnen onderstreepte hij met een gele marker. ‘Eigenlijk zou ik worden overgeplaatst naar het huis van bewaring, maar met de brieven als bewijsmateriaal voor mijn onschuld werd ik voorwaardelijk vrijgelaten.’

‘Een paar belastende opmerkingen van de moeder maken een man meteen verdacht’, zegt emeritus hoogleraar pedagogiek aan de Universiteit van Amsterdam Louis Tavecchio. ‘Het is een ijzersterk wapen tegen vaders. Op papier hebben beide ouders gelijke rechten, de praktijk is toch anders. Ik was enkele jaren geleden bij de opening van een omgangshuis in Amsterdam. Eén aanwezige vader kreeg eindelijk weer een omgangsregeling met zijn kind. Van die ontmoetingen tussen vader en kind werden video-opnamen gemaakt zodat moeder die kon bekijken. Alsof de vader examen moest doen. Je ziet dat vaders zich op twee verschillende manieren gaan gedragen. Ze worden ontzettend meegaand, of verschrikkelijk kwaad. “Je moet de mensen niet boos maken”, wordt er dan tegen ze gezegd. Waarom zouden die vaders hun frustratie niet mogen tonen? Op zo’n moment voel ik schaamte voor het rechtssysteem in Nederland.’

Mannen zijn net zo goed opvoedingsverantwoordelijk als vrouwen, zegt Tavecchio. ‘Vaders hebben een eigen rol in de opvoeding. Waar veel vrouwen risicomijdend en verzorgend zijn, trekken vaders hun kinderen mee in onbekende domeinen. Vaders hebben een grensverleggende invloed op hun kind en bieden het nieuwe perspectieven.’ Zelf geeft Tavecchio graag het voorbeeld van zijn kleindochter. ‘Toen ze zo’n zeven maanden oud was begon mijn schoonzoon haar wel eens in de lucht te gooien, zoals veel vaders dat doen. Mijn dochter was daarover niet bepaald enthousiast. Veel te gevaarlijk. Maar ook dat soort ervaringen zijn belangrijk voor de ontwikkeling van een kind. Zo leren ze dat ze risico kunnen nemen om vervolgens terug te vallen in de vertrouwde armen van papa. En, gaf mijn dochter een keer stiekem aan me toe, ze had haar dochter nog nooit eerder zo veel plezier horen hebben.’

Een kind heeft recht op beide ouders, benadrukt Tavecchio. ‘“In het belang van het kind” is dan ook de meest misbruikte zin in de rechtspraak. Het is misdadig om een van de ouders te schaden in zijn recht op en plicht van ouderschap.’

Pas begin 2010 kwam Marciano voor de rechter. In het proces werd hij vrijgesproken van verkrachting en legde de rechter Anne opnieuw een omgangsregeling op, deze keer met dwangsom. Iedere keer dat Anne zich niet aan de afspraak houdt, zal ze vijfhonderd euro ­moeten betalen. Wel vond de rechter het belangrijk dat het contact tussen Marciano en Caya rustig opgebouwd werd via een omgangshuis. ‘Anne vertelde de mensen van het omgangshuis dat ze het belangrijk voor Caya vond dat wij ook weer samen door een deur konden. Het omgangshuis stemde daarmee in. Ik stemde in met één gesprek. Dat liep natuurlijk op niets uit. Ik kwam daar niet om met Anne te ­praten over onze relatie en het verleden. Ik wilde mijn dochter zien. “Dit is niet de afspraak”, zei ik tegen de mensen van het omgangshuis. “Géén relatie­therapie, géén mediation, gewoon contact­begeleiding met mijn kind.” Maar bij het omgangshuis waren ze het eens met Anne. Ze besloten dat ik voorlopig alleen met Caya mocht mailen en ondertussen met Anne moest blijven praten. Het ging weer niet zoals de rechter had bepaald.’

Marciano kreeg er genoeg van. ‘Ik was nu voor de zoveelste keer teleurgesteld. Ik trok het niet meer.’ In juli 2012 besloot hij dat hij wilde stoppen met zijn pogingen contact te krijgen met Caya. Hij laat het nu van haar afhangen. Afgelopen oktober heeft zijn advocaat het dossier gesloten.


Anne’s naam is om privacyredenen gefingeerd