Popmuziek

In het besef van het gebrek

POPMUZIEK Cold War Kids

Weinig bands zullen zoveel werk maken van het bijhouden van hun tourervaringen op hun website als Cold War Kids. Iedere dag valt te lezen welke stad de band uit Californië vandaag binnenreed en welke indruk dat maakte, en als de lezer die indruk ook wil krijgen, zijn er nog de vele zwart-witfoto’s.

Het is meer dan hobbyisme; deze band wil on the road zijn, en dat uitstralen. De liefhebber kan desgewenst ook volgeling worden, al is het dan via zijn computer. Het is het community building van nu, maar tegelijk een blik achteruit, naar de troubadours en eindeloos rondtoerende folkbands. Zoals ook de bandnaam vernuftig jeugdigheid en een tijdsmarkering uit het verleden combineert.

Het aantal roemruchte namen dat doorgaans valt wanneer de muziek van Cold War Kids wordt beschreven, is niet alleen enorm, het is ook opvallend divers in zowel stijl als tijd, want strekt zich uit van Sam Cooke tot Tom Waits en van Bruce Springsteen tot de White Stripes. Dat laatste blijkt vooral van toepassing in de uitgeklede bluesrock van het nummer Saint John, waarin de stem van Nathan Willett ook nog eens treffend op die van Jack White lijkt, waar verder vooral de naam Jeff Buckley zich opdringt, maar dan zonder diens momenten van welhaast hysterische emotionaliteit. Enfin, zo associeert een luisteraar zich door dat intrigerende, licht ongrijpbare album van Cold War Kids heen. Ongrijpbaar, omdat de band te bewust rommelig klinkt voor een strakke rockband, maar te graag wil opzwepen om voor een indie-band door te gaan.

En een verhalenverteller, dat is die Willett ook. Soms passen ze maar ternauwernood in het liedje, die lappen van hem, en dan propt hij ze erin. De hoofdrolspeler in We Used to Vacation geeft af en toe wat geld aan ‘tax deductable charity organizations’, een term die met geen mogelijkheid in het strakke keurslijf van dit nummer valt te passen. Dan zet Willett er gewoon een schroevendraaier tussen en wringt hij het nummer open. Andersom doet hij precies hetzelfde: wanneer in de single Hang Me Up to Dry de zin ‘You wrung me out too many times’ de muziek niet vult, wordt het gewoon ‘too too too many times’.

Die hoofdpersonen van zijn nummers, ze hebben het niet zelden zwaar, en dan vooral met zichzelf. De alcoholist in het openingsnummer heeft zijn vrouw en kinderen beloofd nooit meer een slok te drinken, echt. ‘But even then/ It sounds so soothing/ To mix a gin/ And sink into oblivion’. Het is de self deception die de ik-persoon in het volgende nummer ronduit toegeeft: ‘I am my own thief in the night’.

Of niet in de nacht, maar in de kerk, zoals de hoofdrolspeler in Passing the Hat, die jat uit de opbrengst van de collecte. Hij moest wel, net zoals de Saint John uit het gelijknamige nummer, die een vechtpartij zag ontaarden in een bloedbad, en nu is geëindigd ‘on death row/ waiting for a pardon’. En zo slaan ze zich, al dan niet letterlijk, door het leven, die gemankeerde personages van Willett.

Wanneer hij ze laat terugblikken, is dat dan ook in het besef van het gebrek: ‘Man, we were still just babies/ Dreaming of the sixties’.

Cold War Kids, Robbers & Cowards (platenmaatschappij V2)