Hoe de asielzoekers verdwenen uit Borne

‘In het donker zie je ze niet’

Negentien jaar lang leefden asielzoekers in de Twentse gemeente Borne. Nu het opvangcentrum moet sluiten, maakt de lokale bevolking de balans op. ‘Bij ons zijn zij de massa.’

MARJO MERKT HET vooral aan het bestek. Bakken vol opeens. Van achter de kassa loopt ze naar de stellingkasten die gereserveerd zijn voor keukenspullen. ‘Vroeger waren we blij met iedere lepel die binnenkwam. En moet je nu eens kijken.’ Ze trekt aan de bakken die uitpuilen van de messen, vorken en lepels, per setje netjes met een elastiek aan elkaar gebonden. 'Geen idee wat we ermee moeten. Ze blijven maar binnenstromen en er gaat niets meer uit.’
De kringloopwinkel ligt op de route tussen het asielzoekerscentrum (azc) Azelo en het centrum van het Twentse dorp Borne. Zo'n vier kilometer, voor een groot deel door de weilanden. 'De hele dag door zag je die vluchtelingen lopen, altijd onderweg van of naar het dorp’, vertelt Marjo. 'Met jengelende kinderen, of zware boodschappentassen van de Aldi. Vaak kwamen ze hier binnen om even uit te rusten, te plassen of een praatje te maken. En om dingen te kopen, natuurlijk. Bestek, dat was altijd het eerste wat ze aanschaften als ze hier kwamen wonen. Bestek en ander klein spul.’
Het was wel even wennen in het begin. 'Vrouwen ploften hier op de bank, en hop, zo de tit eruit. Midden in de winkel wilden ze hun kind de borst geven. Dat kon natuurlijk niet. En pingelen, ze probeerden altijd te pingelen. Op een gegeven moment kregen ze wel in de gaten dat dat hier zo niet werkt.’ Toch vonden Marjo en haar collega’s het leuk om tussenstation te zijn tussen het dorp en het opvangcentrum: 'Met sommigen bouwde je echt een band op, die kwamen hier haast iedere dag. Bij het boodschappen doen probeerden ze geld over te houden, zodat ze bij ons nog wat konden kopen. Langzaam sprokkelden ze hier de hele inboedel bij elkaar.’
Maar de tijd van asielzoekers in de kringloopwinkel is voorgoed voorbij. Op 1 maart sluit het azc Azelo zijn deuren, net als zes andere opvangcentra in het land. Het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) moet bezuinigen en omdat het aantal asielaanvragen in Nederland is gedaald en de procedures sneller gaan, zijn er steeds vaker bedden over. Dus moet een aantal centra dicht - vooral de kleinere, omdat die volgens het COA niet rendabel zijn. 'Het pand is niet meer van deze tijd’, zegt Remko Kootstra, locatiemanager van het COA in Azelo. 'Totaal afgeleefd, en bovendien te klein volgens de nieuwste maatstaven. Er kunnen maximaal 375 vluchtelingen in gehuisvest worden, veel te weinig.’
De voormalige kostschool van de fraters Maristen ligt midden tussen de weilanden van het buurtschap Azelo, gemeente Borne. 'Maria Mediatrix’ staat in sierlijke letters boven de deuren van het hoofdgebouw. In de hal hangt een bedompte lucht. Links aan de wand een kaart van Nederland, rechts achter glas een portier in beveiligingsuniform. Verder niemand. 'We hadden een prachtig plan liggen voor een nieuw gebouw’, zegt Remko Kootstra in zijn kantoor achter op het terrein. 'Erg jammer dat dat het niet heeft gered. Maar ja, dat is politiek en heb je te accepteren.’
In 2009 stelde het COA aan de gemeenteraad van Borne voor om het pand te vernieuwen en uit te breiden. Na veel politieke discussie en een vergeefse lobby van Gemeenschapsbelangen (groot) Azelo stemde Borne daar in 2011 uiteindelijk mee in. Maar wel onder een aantal strikte voorwaarden. Zo mochten er in het nieuwe centrum maximaal 550 mensen komen wonen, en moest de nieuwe populatie voor minimaal zestig procent uit gezinnen bestaan. 'Vooral aan die laatste eis kunnen wij onmogelijk voldoen’, zegt Kootstra. 'Wij hebben niet in de hand welke asielzoekers naar Nederland komen. Als wij zelf mogen kiezen wie we in ons centrum welkom heten, zullen andere dorpen binnen de kortste keren ook zulke eisen gaan stellen. Dan is er voor alleenstaanden op een gegeven moment geen plek meer.’
En daarmee was het af. Nog geen half jaar na het besluit van de gemeenteraad kondigde het COA het einde aan van azc Azelo. 'Laat ik duidelijk zijn: daar hebben wij nooit voor gepleit’, zegt Wim Jansen van Gemeenschapsbelangen (groot) Azelo. 'Persoonlijk heb ik niks tegen asielzoekers, velen groeten ons ook gewoon. Maar die uitbreiding, daar waren wij tegen. Rondom het centrum waren steeds meer verkeersbewegingen: loopbewegingen, fietsbewegingen, auto’s reden af en aan. Op een gegeven moment kan zo'n gebied dat niet meer aan. Dan is de grens bereikt.’ En gezinnen, Jansen heeft gelobbyd voor een groter aandeel gezinnen: 'Die geven minder overlast. We hebben regelmatig kinderen op ons basisschooltje gehad, dat ging prima.’ Maar in Azelo kwamen steeds meer alleenstaanden, en dat veranderde de sfeer. 'Blikjes in de berm, ’s avonds fietsen zonder licht, je schrikt je soms dood. Ik heb het zelf ook wel eens meegemaakt, dat unheimische gevoel op de fiets terug naar huis. Pikkedonker, een onverlichte weg. Opeens een groepje mannen. Je belt, wilt er langs. Ze blijven staan. En dan? Dan ben je dus gedwongen door de berm te fietsen.’ Voor de mensen die in de grote stad wonen, wil hij graag een vergelijking maken. Ter verduidelijking. 'De Zeedijk, bijvoorbeeld, in Amsterdam. Vroeger liep je daar toch liever ook niet ’s avonds, in je eentje? Niet dat die asielzoekers hier een mes trekken, maar toch, echt lekker voel je je er niet bij.’
Jansen heeft de indruk dat het het COA eigenlijk wel goed uitkwam dat Borne een paar eisen op tafel legde voordat het akkoord ging met de uitbreiding. 'Met die nieuwe bezuinigingsronde moesten ze van een paar centra af. Onder het mom van “het dorp werkt niet mee” konden ze Azelo nu makkelijk sluiten. Het COA is een onbetrouwbare partner, dat heb ik in de afgelopen jaren wel gemerkt. Iedere drie maanden komen ze tot een nieuw inzicht. Bij nieuwbouw hadden ze ook zo kunnen besluiten dat het centrum nog groter moest worden. En dan zitten we hier opeens met duizend asielzoekers, of tweeduizend, zoals in Ter Apel. Of ze hadden na een paar jaar alsnog kunnen bedenken dat het dicht moet, omdat de stroom asielzoekers verder opdroogt. Zitten we opeens met zo'n groot, nieuw gebouw in Azelo waar een geïnteresseerde voor gevonden moet worden. Dan komt er een psychiatrische kliniek in, of een Van der Valk, ik zeg maar wat. Daar zitten we natuurlijk ook niet op te wachten.’
Het stuit Jansen tegen de borst dat de gemeenteraad van Borne ondanks zijn lobbywerk toch akkoord ging met uitbreiding naar 550 mensen. 'Borne heeft makkelijk praten. Azelo ligt een paar kilometer buiten de bebouwde kom, voor hen is het een ver-van-hun-bed-show. Ze zouden heel anders piepen als het asielzoekerscentrum zou verhuizen naar het centrum van het dorp. Bovendien hebben zij bijna 22.000 inwoners. 550 vluchtelingen? Die verdwijnen daar in de massa. Het buurtschap Azelo heeft 220 inwoners. Bij ons zijn zij de massa.’

MET DE SLUITING van het opvangcentrum eindigt een roerige episode uit de geschiedenis van de Twentse regio. De komst van de eerste groep vluchtelingen in 1993 zorgde voor behoorlijk wat opschudding. 'Vremd volk’, daar zat niet iedereen binnen de lokale gemeenschap op te wachten. Met een enquête probeerden de inwoners van Azelo de opvang van asielzoekers uit voormalig Joegoslavië tegen te houden. 'Oké, de enquête was misschien wat gekleurd’, erkent Wim Jansen nu. 'De vragen waren niet helemaal objectief gesteld. Maar we waren er met z'n allen gewoon niet blij mee, met een asielzoekerscentrum naast onze deur. Er komt veel op je af wat je niet kent. Waar je bang voor bent. Onder veel druk zijn we uiteindelijk toch bezweken.’
De voormalige kostschool, die al een paar jaar leeg stond, werd ingericht als noodopvang. 'Ik weet nog goed dat ik in de zomer van 1993 terugkwam van vakantie en opeens al die mensen zag lopen langs ons raam’, vertelt Gerrie Bonekamp (61) in het kantoor van Vluchtelingenwerk Nederland, in het voorste gedeelte van het gebouw. Zij woont in Borne, precies op de route tussen het centrum en het azc. 'De tegenstand die er in eerste instantie was, veranderde toen we op televisie zagen hoe erg het eraan toeging in voormalig Joegoslavië. De meerderheid was er toen toch wel voor om deze groep op te vangen.’ Gerrie meldde zich aan als lerares Nederlands en ging als vrijwilliger op het centrum werken. 'Tijdens de officiële opening zei de toenmalige locatiemanager: “Het lijkt wel of de wereld gek is geworden.” Dat heeft veel indruk op mij gemaakt.’
Al gauw arriveerden ook andere groepen vluchtelingen. Uit Rwanda, Somalië, Afghanistan, Iran, Congo. 'Van een tijdelijke opvangplek voor Joegoslaven werd het een permanent asielzoekerscentrum’, zegt Gerrie. 'Ik vraag me af of de Bornse bevolking dat wel in de gaten had.’ Niet iedereen reageerde positief op haar inzet voor de asielzoekers. 'Wat moet je met die lui, met “die zwarten”, zag je sommigen denken. Vaak uit onwetendheid, maar toch.’ Ze trekt haar jas aan, het spreekuur van Vluchtelingenwerk is afgelopen. Van het onbegrip heeft ze zich zo min mogelijk proberen aan te trekken, al maakte ze zich er soms wel kwaad om: 'Als ik asielzoekers in het dorp tegenkwam, maakte ik altijd een praatje. En als zij op de heen- of terugweg langs m'n raam liepen, zwaaiden ze altijd heel hartelijk. Mijn buren hebben daar wel eens opmerkingen over gemaakt. Niet altijd negatief hoor, maar het viel ze wel op.’
Van de klachten uit het buurtschap Azelo heeft ze nooit wat begrepen. 'Azelo bestaat uit een paar boerderijen, de meeste liggen ver buiten de route richting het dorp. Als de asielzoekers boodschappen willen doen, gaan ze naar Borne. Als ze met de trein willen, gaan ze naar Borne. Als ze naar de tandarts moeten, gaan ze naar Borne. In Azelo hebben zij niets te zoeken, daar is helemaal niks.’ Toch heeft Gerrie ook voor de klachten uit Borne weinig begrip: 'Gezeur, dat is het. Dat die vluchtelingen met z'n drieën naast elkaar fietsen, bijvoorbeeld. Alsof schoolkinderen dat nooit doen. Het is ook met Gods gratie als je daar langs mag.’ Ze merkte dat ze door het aanhoudende geklaag wel beter ging opletten. 'Soms zag ik ze over straat wandelen en dacht ik: jongens, ga nou netjes op de stoep lopen. Hier krijg je gedonder mee.’
Op de vijver bij de opgang naar het hoofdgebouw ligt een dun laagje ijs. 'Het is zo desolaat hier’, zucht Gerrie terwijl ze een rondje loopt over het terrein. Sinds de sluiting van azc Azelo in september vorig jaar bekend werd, is de uitstroom van de bewoners hard gegaan. Ze zijn overgeplaatst naar andere centra, kregen een eigen huis, keerden 'vrijwillig’ terug naar hun land van oorsprong of werden door de Dienst terugkeer en vertrek vastgezet op 'vrijheidsbeperkende locaties’. Komende week vertrekken de laatste dertig bewoners, daarna halen vrachtwagens de inventaris op. 'Dan is het echt afgelopen. Uit.’ De meeste bewoners zijn vertrokken zonder afscheid te nemen van Gerrie of haar collega’s. 'Ook waar ik nauw contact mee had. Natuurlijk zijn we gewend aan vertrekkende mensen, maar nu zijn het er wel heel veel in één keer.’
Vanochtend was het tijdens het spreekuur dringen bij het loket, vertelt ze. Niet onder asielzoekers, maar onder Vluchtelingenwerk-medewerkers. 'Dat was vroeger wel anders. Mijn spreekuur begon soms al op het fietspad, als bewoners richting het dorp liepen en ik de tegengestelde kant op ging. Regelmatig waren we uren na het spreekuur nog bezig met dingen uitzoeken, brieven schrijven, telefoontjes plegen.’ Gerrie waakte er met haar collega’s - de meesten gepensioneerd, de oudste de tachtig al gepasseerd - altijd voor dat ze zich te veel inleefden in hun cliënten: 'Voordat je het weet zit je er midden in en krijg je zelf ook slapeloze nachten. Maar het gebeurde wel, hoor, dat wij iemand hielpen verhuizen, of naar een ambassade in België brachten om papieren op te halen. En af en toe komt er iemand bij ons thuis eten.’ Ze vraagt zich steeds vaker af hoe dat nou moet, als straks iedereen vertrokken is en niemand meer hulp nodig heeft. 'Dan gaan we zelf hulp zoeken’, lacht ze.

IN BORNE - vorig jaar verkozen tot 'het leukste dorp van Overijssel’ - halen de meeste mensen hun schouders op over de sluiting van het asielzoekerscentrum. Sommigen weten niet eens dat de laatste mensen op dit moment hun koffers aan het pakken zijn. 'Ik dacht dat het al gesloten was’, zegt de barman van café Het Station, waar op vrijdagmiddag al stevig wordt gedobbeld en gedronken. 'Maar ik heb er geen moeite mee, hoor. Met die mensen bedoel ik. Je zag ze haast nooit.’ Een stamgast veert op van zijn kruk. 'In het donker zag je ze niet, inderdaad. Maar overdag wel! Ze kwamen massaal lopend naar Borne, en gingen op de fiets weer terug.’ Hij krijgt luide bijval van de andere stamgasten, volgens hen zijn er aanhangers vol fietsen teruggevonden bij het opvangcentrum. 'Die buitenlanders flessen de boel’, buldert de man. 'Ik heb ze gezien met gouden kettingen om hun nek. Zijn dat nou asielzoekers? Ik geloof er niks van. Ze komen hier voor het geld. Net als die Turken, vroeger. Schrijf dat maar in die Blauwe Amsterdammer, of hoe die krant ook heet waar je voor schrijft.’
Remko Kootstra van het COA zucht. Tegen alle aantijgingen die hij in de afgelopen jaren heeft gehoord valt niet op te boksen. 'Tuurlijk heeft de politie op ons terrein wel eens gestolen fietsen aangetroffen. En er is ook wel eens winkeldiefstal gepleegd. Maar het is altijd binnen de marge gebleven, zware incidenten zijn er nooit geweest.’ Toch zijn er allerlei overlegcommissies in het leven geroepen, en luisterde Kootstra aandachtig naar de klachten. 'We hoorden dat vaak: “In het donker zie je ze niet.” Met fietsverlichtingssetjes en fluorescerende armbandjes hebben we dat proberen op te lossen. Ook klaagden buurtbewoners over rommel langs de weg. In mijn hart denk ik: de schoolgaande jeugd is voor de helft verantwoordelijk. Toch maakten we met een groepje asielzoekers periodiek de berm en sloten schoon, want overlast is ook een gevoelsbeleving. We wilden een goede buur zijn. Noaberschap (buurthulp - jh) is hier zo'n prachtige term.’
Bovendien zorgden de asielzoekers in het dorp niet alleen voor overlast, benadrukt Kootstra. Ze zorgden ook voor inkomsten. 'Sluiting azc Azelo economische slag voor Borne’, kopten de lokale media toen het nieuws over de sluiting eind vorig jaar bekend werd. Ondernemers zouden het vertrek van de 375 asielzoekers goed merken in hun portemonnee.
'Nou, nou, dat lijkt me lichtelijk gechargeerd’, zegt Wim Hesselink van de Bornse ondernemersvereniging in zijn appartement tegenover de Sint Stephanuskerk. 'Die mensen zullen heus wel een beetje zakgeld krijgen, maar je hoeft geen hogere wiskunde gestudeerd te hebben om te zien dat dat al met al niet veel geld is.’ Hij haalt z'n smartphone uit z'n broekzak. 'Hoeveel krijgen ze? 56 euro per week? 56 euro maal 52 weken maal 375 asielzoekers is iets meer dan een miljoen, op jaarbasis. Of minder zelfs, want ze zullen niet alles achterlaten in Borne. Met alle respect, maar voor ons is dat een druppel.’
In de luxe modezaak waar hij jarenlang eigenaar van is geweest, heeft Hesselink nooit een asielzoeker gezien. 'Je zag ze alleen maar lopen met tassen van de Aldi, de Action en de Schoenenreus. Maar ook die winkeliers hebben nooit geroepen dat we tegen de sluiting moesten ageren. Terwijl ze regelmatig aan ons jasje trekken; bij verkeerd parkeren krijgen we direct een signaal. Nee hoor, niemand gaat failliet omdat het azc dichtgaat.’ Winkeldiefstal is er volgens Hesselink inderdaad weinig geweest. 'Ach, de lokale bevolking steelt ook wel eens wat. Maar Borne is een vrij veilige gemeente, dat heeft ook in Elsevier gestaan.’ Dat de vluchtelingen vorig jaar hebben meegeholpen met de actie NederlandSchoon, dat kon hij wel waarderen. 'Met een bezem en zo'n prikding liepen ze door het dorp, zelf heb ik ook nog even meegedaan. Alleraardigste mensen moet ik zeggen, ze waren zeer bereidwillig. Dat is een goede zaak, het bevordert de integratie.’ Dit jaar zal Hesselink een andere oplossing moeten verzinnen voor de schoonmaakactie. 'Moeten we het zelf doen, waarschijnlijk.’
In de kringloopwinkel, op de route tussen azc Azelo en het centrum van Borne, zal de sluiting misschien nog wel het hardst aankomen. Hoewel Marjo in eerste instantie helemaal niet in de gaten had dat de voormalige kostschool langzaam leegliep. 'Het viel me pas op toen we steeds meer koffers verkochten’, vertelt ze. ’“Ga je op reis?”, vroeg ik op een gegeven moment aan iemand. “Wij moeten weg”, antwoordde hij. Toen begreep ik het pas.’ De tweedehands koffers en weekendtassen zijn inmiddels bijna uitverkocht. 'Gisteren kwam er nog een man, om vijf voor vijf. Hij ging naar Schiphol, zei hij. Terug naar zijn eigen land. Ethiopië, of ergens die kant op. Ik kreeg er een naar gevoel van in mijn maag.’
Doodzonde vindt ze het, de sluiting van het opvangcentrum: 'De asielzoekers horen bij Borne.’ Terwijl ze in de kantine achter in de zaak een boterham eet, vertelt ze dat bewoners van het azc regelmatig vrijwilligerswerk in de kringloopwinkel kwamen doen. Al met al wel een stuk of veertig, schat ze. 'Goedemiddag mevrouw, goedenavond meneer, dat was het eerste wat ze hier leerden. Je had de oude Salem, de jonge Salem, je had Aziz, Aslan en al die Russen, van Arthur tot Jakob. De een bleef maar een paar weken omdat hij dan al weer werd overgeplaatst, de ander bleef jaren.’ Aan een paar mensen is ze in de loop der jaren erg gehecht geraakt: 'Er waren erbij die het liefst iedere dag kwamen, om hun zorgen te vergeten.’ Met enkelen heeft ze nog steeds contact, al wonen ze al lang niet meer in Azelo. Soms wordt ze uitgenodigd om ergens te eten of op een feestje te komen. 'Laatst kreeg ik zelfs een sms'je uit Frankrijk. “Alles goed, Salem”, stond er.’
Volgens Marjo zijn er wel meer mensen in Borne die in de loop der jaren vriendschap sloten met asielzoekers: 'Niet veel misschien, maar ze waren er wel. En via de kerk kregen enkelen ook hulp, geloof ik.’ Er zijn zelfs een paar gezinnen in het dorp komen wonen nadat ze een verblijfsvergunning hadden gekregen. 'Bij ons kochten ze dan hun huisraad. Hele bedden knoopten ze achter op hun fiets.’ Toch zal ook de kringloopwinkel niet failliet gaan met het verdwijnen van de asielzoekers. 'Hun vertrek wordt opgevangen door de economische crisis’, lacht Marjo. 'We hebben nu andere klanten in de zaak. De lokale bevolking.’
Ondertussen zwellen de geruchten aan over de nieuwe bestemming voor de voormalige kostschool.
'Azelo als opvang voor Polen’, was het laatste bericht in de lokale media. Een detacheringsbureau zou het pand 'perfect’ vinden voor de huisvesting van zeshonderd Poolse arbeidsmigranten. De provincie Overijssel onderzoekt momenteel of dit plan haalbaar is. Een krankzinnig idee - daar is iedereen in Borne het wel over eens.


Krimpen
Tegelijk met asielzoekerscentrum Azelo sluiten op 1 maart ook de centra in Aalten, Bellingwolde, Crailo, Geeuwenbrug, Rotterdam en Sweikhuizen. Hiermee verdwijnen 2600 opvangplaatsen. Het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) heeft inmiddels een nieuw ‘krimpbesluit’ aangekondigd van nog eens 2400 bedden. Welke locaties hierdoor dicht zullen gaan, wordt op 6 maart bekendgemaakt. Door de bezuinigingen en de verminderde instroom van asielzoekers moet ook op het hoofdkantoor van het COA flink gereorganiseerd worden: naar verwachting zal veertig procent van de arbeidsplaatsen verdwijnen.