TONEEL: Misdaad en straf

In het hoofd van de scheurmaker

‘Je hoeft Dostojevski’s roman Misdaad en straf niet voor het toneel te bewerken, ’t volstaat het theater in deze roman op te zoeken en uit te graven’, schreef een Duitse journalist vijf jaar terug naar aanleiding van een omstreden toneelbewerking van dit bijna achthonderd pagina’s tellende boek.

Een roman die in mijn studententijd nog als Schuld en boete in de boekenkast de schrik van de lezer stond te wezen. De idioot en Demonen bleken voor mij inderdaad onneembare hindernissen. Maar déze reus heb ik in mijn puberteit werkelijk verslonden. Terwijl de leraren op mijn katholieke kweekschool bezorgd en hoofdschuddend het ergste vreesden. Want uit een oogpunt van opvoedkunde zijn de bevindingen van Raskolnikov nogal kwestieus. ‘Raskól’ betekent in het Russisch ‘scheur’, ‘raskólnik’ was in de Russisch-orthodoxe kerk het scheldwoord voor ‘fundamentalist’. Boven iedereen verheven acht deze scheurmaker zich zeker. Vooral: verheven boven de wet. Raskolnikov heeft een ­theorie bedacht die de rechtvaardiging zou kunnen zijn voor een moord, door de omstandigheden op de plaats delict uitlopend op een dubbele moord. Gevolgd door een pandemonium in zijn kop. Waar wij, ooit zijn lezers, nu zijn toeschouwers, bovenop zitten.

Ko van den Bosch heeft deze Himalaya onder de negentiende-eeuwse romans voor het Noord Nederlands Toneel met precisie naar het toneel gebeiteld, gesecondeerd door Bas Heijne. Ola Mafaalani regisseert. André Joosten en Stefan Dijkman hebben een kaalgeschraapte versie van de hel op aarde ontworpen. Deze samenwerking is een uiterst vruchtbare gebleken. De tekst is helder als glas, pittig beroet glas, dat wel. De bewerkers hebben het euvel aangepakt dat Karel van het Reve, een berucht Dostojevski-hater, ooit het ‘overwicht van de fantast over de schrijver’ noemde: ‘De lezer wordt ontroerd door het boek dat de verteller had willen schrijven. Hij merkt niet dat dat boek er niet is.’ De verteller is hier echter soeverein en effectief opgesplitst over diverse personages. Die dolen door een omgeving die wordt gedomineerd door een kolossale glazen vrieskist vol hebzucht, tevens plaats delict. Voor de rest ziet de kaal ommuurde speelvloer eruit als een gymzaal bij aanvang van het spel apenkooien.

De acteurs en performers (er wordt intensief bewogen, gedanst en anderszins gespookt, zoals vaker bij Mafaalani) zijn zeer goed. In het centrum speelt Joris Smit die met zijn Raskolnikov een gedenkwaardig merkteken etst in een veelbelovende loopbaan als toneelspeler: aanwezig en alert, fysiek sterk als een acrobaat, muzikaal, goed in zijn ritmiek en niet te vergeten: woest gretig jonglerend met die overweldigende teksten. Naast hem: Kees Hulst, in de dubbelrol van de permanent om zijn as dronkenmannende outcast Marmeladov en het perverse, perfide, cynische alter-ego van Dostojevski zelf, Svidrigajlov – twee uit marmer gehouwen karakters, twee dolende spiegels voor de ideeëndronken ziel van Raskolnikov. En dan Malou Gorter als de rechter-commissaris Porfiri. Een vrouw in die rol, een vondst! Columbo zonder regenjas. En met een lekker potsierlijke houten poot. Sommige scènes spelen Gorter en Smit met een verdachtenbankhekje dat snel wordt opgereden en dat flitsend wordt gebruikt om directe rede en hardop denken van elkaar te scheiden. Zo maak je mise-en-scènes voor een koortsdroom.


Misdaad en straf is t/m 8 mei te zien, in april onder meer in Arnhem, Assen, Den Haag, Eindhoven, Haarlem, Utrecht en Rotterdam. nnt.nl