In het mapje ‘links’

Ik keek regelmatig tegen sommige mensen op. Dat waren lieden van wie ik vermoedde dat zij veel wisten: artsen, hoogleraren, politici.
Als er in de krant onder een artikel stond: ‘X is hoogleraar filosofie aan de UvA’, dan had ik in gedachten al mijn pet voor hem afgezet.
Je zou het natuurlijke onderdanigheid, of een minderwaardigheidscomplex kunnen noemen. Misschien wel 'respect’.
Maar sinds ik journalist ben, heb ik alle respect verloren; dat is zoiets als afvallig worden van een geloof. Als ik nu onder een column zie staan: 'X is filosoof’ - dan is die column meestal niks.
Het gelijk wordt in Nederland vaak uit de titel gehaald - vermoedelijk omdat wij een klein land zijn en daarom last hebben van hereditaire minderwaardige gevoelens.
Het is misschien door datzelfde minderwaardigheidscomplex van mij - ik heb geen studie afgemaakt - dat ik steeds vaker denk: ik wil die titel van die man of vrouw niet weten. Ik snap wel dat je als krant gezaghebbende opinies wil hebben, maar ik zou dan de regel hanteren dat je iemands status alleen vermeldt als hij ook met of door die status invloed heeft. Dus wel onder een stuk van Wilders zetten: 'Wilders is fractievoorzitter van de PVV, de partij die het kabinet-Rutte-Verhagen gedoogt’, maar onder een stuk van Pieterse die een mening schrijft over Wilders hoeft niet te staan: 'Pieterse is filosoof en schreef het boek Morele dilemma’s in etnische relaties.’ Want ik denk dan meteen: oeps, die mijnheer of mevrouw Pieterse zal wel thuis zijn in etnische relaties, hij of zij zal wel gelijk hebben, en dat is vaak niet het geval.
Onlangs kreeg ik een Franse krant in handen en daarin stond een stuk dat ondertekend was met 'BHL’ - ik vond dat arrogant, maar ook wel chique. Bernard Henry Lévy. Hij ging er vanuit dat iedereen wel wist dat hij filosoof was. Het arrogante zat ’m in het gebruik van die drie letters. Die waren een logo geworden dat als uitroepteken moest werken: opletten dames en heren, dé Bernard Henry Lévy heeft een artikel geschreven! Ik weet zeker dat wanneer er onder het artikel had gestaan: 'Bernard Henry Lévy is filosoof en publiceerde onder meer een biografie over Jean-Paul Sartre’ hij diep beledigd zou zijn. Terwijl men het hier als een compliment zou hebben beschouwd.
Ik kom hier op omdat ik mapjes aan het weggooien ben waarin ik in de loop van de tijd 'belangrijke artikelen’ heb bewaard.
Over de vrijheid van meningsuiting, over de islam, over links en rechts - over een grote periode merk je dat het niet de meningen zelf zijn en de professie van de auteur die de kwaliteit van het artikel uitmaken, maar dat het de stijl van schrijven is.
Dat we nu 'een ruk naar rechts’ maken, zou wel eens kunnen komen doordat rechts de pen beter is gaan hanteren.
Renate Rubinstein hield ons destijds voor: ’(…) ik zie niet in waarom het voor links onmogelijk zou zijn om weer links te worden, zich tegen elke dictatuur te keren welk etiket er ook op geplakt is en de werkelijkheid te helpen onthullen die door het propaganda-apparaat, waarover elke dictatuur zo ruimschoots beschikt, aan ons oog onttrokken wordt. Ik wil kortom dat links weer betrouwbaar wordt en het bedrog en zelfbedrog rechts laat liggen.’ (Links en rechts in de politiek en in het leven, Athenaeum-Polak en Van Gennep, 1983)
Dat was toen prachtig geschreven.
Daar vielen we toch voor? Het zit in mijn mapje 'links’.
Je werd er alleen rechts van op den duur, want links liet het bedrog en zelfbedrog niet rechts liggen.