In het moeras

Time van deze week heeft op het omslag een gruwelijke foto van de achttienjarige Aisha, een Afghaans meisje. Ze heeft zich mooi aangekleed, het is alsof ze voor een staatsieportret poseert. Ernstig kijkt ze in de lens. Haar neus en oren zijn afgesneden door de Taliban, voor straf, omdat ze is weggelopen uit het huis van haar echtgenoot. In het artikel van bijna drie pagina’s wordt het lot van de Afghaanse vrouwen onder de orthodox-islamitische wetgeving beschreven. Ten slotte wordt een bekende persoonlijkheid van de Afghaanse televisie, Mozdah Jamalzadah, geciteerd. ‘Als je de vrouwen opoffert voor de vrede, dan doe je hetzelfde met de mannen die de vrouwen steunen. En je laat het land over aan de fundamentalisten, die de diepste oorzaak van alle problemen zijn.’
Afgelopen weekend is het officiële einde gekomen aan de Nederlandse militaire expeditie. Heeft Nederland na vier jaar opbouwen en vechten de Afghaanse vrouwen in de steek gelaten? Moeten we deze foto zien als een impliciet verwijt aan de Nederlandse regering die de knoop heeft doorgehakt, en aan al die bondgenoten waarvan de publieke opinie genoeg heeft van een bijna negen jaar durende vruchteloze oorlog? Hoe vraag je een soldaat of hij de laatste wil zijn om te sneuvelen voor een vergissing? Dat zei John Kerry, toen hij kort voor de publicatie van de Pentagon Papers in 1971 ondervraagd werd door een Senaatscommissie over de oorlog in Vietnam. Nu geciteerd door Frank Rich in The New York Times. Het lijkt me een redelijk antwoord op de stelling van Mozdah Jamalzadah.
Sinds we met onze rol van lead nation in Uruzgan begonnen, zijn er 24 soldaten gesneuveld en heeft onze aanwezigheid daar de schatkist meer dan twee miljard euro gekost. Hoeveel meer is nog niet uitgerekend. Van het begin af hebben onze kabinetten grote beoordelingsfouten gemaakt. Ze zijn ervan uitgegaan dat Nederland een bilaterale verhouding met Uruzgan had, terwijl we in feite onderdeel van een groot, steeds chaotischer complex zijn geweest. In onze provincie pasten we de Dutch approach toe. Misschien verhoudingsgewijs een succes. Maar Uruzgan blijft deel van Afghanistan en buurland van Pakistan. Over de strategie en politiek in dit grote geheel hadden we in Washington, Islamabad en Kaboel niets in te brengen. De toestand daar is gestaag verslechterd.
Onze ministers hadden kunnen weten (of hebben misschien geweten) hoe beperkt de Nederlandse invloed was. We hebben onze militaire experts, onze diplomatieke vertegenwoordiging in de betrokken hoofdsteden, onze geheime diensten, de AIVD en de MIVD. Is door al die instanties geen beeld geschetst van het grote geheel waarin we onze bescheiden rol gingen spelen; geen twijfel geuit aan de goede afloop? Hadden we niet wat verstandiger kunnen zijn in plaats van door minister Van Middelkoop de Dutch approach nog twee jaar te laten verlengen?
In Amerika heeft Julian Assange met zijn Wikileaks het complex van het Midden-Oosten weer hoog op de politieke agenda gezet. Hier is de SP van mening dat er een parlementair onderzoek naar onze betrokkenheid bij Afghanistan moet komen. Maar uit recente ervaring weten we hoe het met zulke voorstellen gaat. Niet opportuun. Te zwaar middel. En in de media, de publieke opinie, is er ook vrijwel geen haan die ernaar kraait. We hebben de wereldkampioenschappen gehad, de Tour de France, er zijn nog een paar parades in aantocht. In Den Haag wordt het curieuze cabaret van de informatie en formatie opgevoerd. En nu, na vier jaar kostbare aanwezigheid, komen onze jongens en meiden weer terug. Dat hebben we achter de rug!
Maar zo eenvoudig is het niet. De oorlog in Afghanistan zoals het Westen die tot nu toe heeft gevoerd, is een van de belangrijkste onderdelen van een mislukte wereldpolitiek. Het andere is Irak. We doen alsof daar nu alles in orde is, maar afgelopen maand is er door onderling toedoen een record aantal Irakezen opgeblazen, er zijn nog vijftigduizend Amerikaanse soldaten, maar ondanks de nu zeven jaar oude belofte van George W. Bush (met hartelijke medewerking van J.P. Balkenende) is er nog geen democratie. En dan hebben we het Iran van Ahmadinejad. Maakt hij nu wel een atoombom of niet? En hoe staat het met de plannen van Israël om de kerninstallaties te bombarderen voor het zo ver komt?
Dit zijn stuk voor stuk enorme vraagstukken, niet alleen voor Washington maar voor het hele Westen, ook Den Haag. Negen jaar geleden, op 11 september, is voor het Westen een nieuwe buitenlandse politiek begonnen. Onder leiding van Bush heeft die ons een nieuw moeras binnengevoerd. Obama is er nog niet in geslaagd ons daaruit te bevrijden. Wie wordt onze volgende minister van Buitenlandse Zaken? Zal die enig besef hebben van de nieuwe gevaren en onafhankelijk genoeg zijn om te weigeren een uitzichtloos beleid te volgen? De Amerikaanse kiezers willen weg van die hele problematiek. Dat is de overeenkomst met de Nederlandse.