De reiziger is gewoon een dinges

In het nieuws

Medium commentaar 32 2017 vliegtuigdinges

Beste lezers – Deze aanhef klinkt ‘inclusief’, zoals het nieuwste mot du jour luidt, maar is het bij nader inzien ook niet te familiair? ‘Beste’, dat gebruik je toch voor mensen die je op z’n minst persoonlijk kent, en als je de ‘beste lezers’ ook nog gaat tutoyeren krijgen veel mensen last van ongewenste intimiteiten. Geachte lezers, beter?

Taal maakt onderscheid, altijd, overal, want anders zouden we alles wel een ‘dinges’ noemen, waarbij iedereen volmaakt in het duister tast over wat er wordt bedoeld. En tegelijkertijd generaliseert taal; het particuliere wordt opgeofferd aan het algemene. Wie over ‘vrouwen’ spreekt, maakt van een diverse groep een geheel. De vraag is nu: wanneer is het gerechtvaardigd onderscheid te maken? Is het van belang te weten dat de reiziger een ‘m’ of een ‘v’ is? Zelden of nooit. Doet het ertoe of een beroepsvoetballer een man of een vrouw is? In de praktijk wel, er zijn aparte competities en de verschillen in salariëring zijn enorm.

Het afgelopen weekend werd in Amsterdam de Pride gehouden, gewoon de Trots zonder meer, waarbij het voorvoegsel ‘gay’ het loodje legde. Want ook bi- en interseksuelen, transgenders, transseksuelen, a- en panseksuelen en andere genderfluïde mensen moeten zich er thuis voelen. O ja, en ook de heteroseksuelen die zich solidair verklaren, vooral als het om grote bedrijven gaat. Zo kon het gebeuren dat ik dit weekend door de hoofdstad fietste en straten doorkruiste met rijen regenboogvlaggen. De slager waar ik tot voor kort nietsvermoedend de fijne vleeswaren betrok. Goh, die ook al? Nee, niet per se homo of lesbo of trans, maar wel solidair. Het heet coalitievorming, het heeft iets opportunistisch en ook iets ontroerends, en je hoopt dat de winkels en cafés zich er ook na dit weekend aan verplicht voelen.

De slager waar ik tot voor kort niets­vermoedend vleeswaren betrok. Goh, die ook al?

De vraag is: hoe inclusief kan taal zijn, zonder haar noodzakelijk discriminerende karakter te verliezen, want het verschil tussen stoel en tafel blijft relevant. Het ‘beste reizigers’ dat de Nederlandse Spoorwegen willen gebruiken in plaats van ‘dames en heren’ moet ook al diegenen aanspreken die een minder eenduidige genderidentiteit ervaren. Van de Amerikaanse filosoof Richard Rorty leerde ik ooit dat men als ‘liberal’ moet proberen ‘onnodige wreedheid’ te vermijden, en in het geval van de spoorwegen lijkt deze aanpak daarom voor de hand te liggen. Bijkomend voordeel: het kost niets, ook in die zin is het gratuit.

Bovendien: de gevoelswaarde van woorden kan veranderen met de tijd. In de jaren vijftig klonk de ‘homofiele medemens’ heel begripvol, maar als ik nu iemand hoor praten over ‘homofielen’ denk ik daar iets zeer ongunstigs van. Zo ging het ook met ‘negro’, ooit door Amerikaanse burgerrechtenactivisten routineus gebruikt, terwijl wij in Nederland nu volstaan met het N-woord (om over die andere scandaleuze term maar niet te spreken). Zo’n woord valt uit zijn tijd; wat gewoon was wordt onverdraaglijk.

Toch zijn er ook grenzen aan de inclusiviteit. Neem het voorbeeld van wat vroeger de homobeweging werd genoemd, en nu voluit de lhbtqia heet (Q: queer, I: intersekse, A: a-seksueel). Van oudsher hebben homo’s (m/v) zich ingespannen om mannen- en vrouwenrollen op te rekken, ruimer te definiëren, terwijl transseksuelen zich vaak toeleggen op het maximale man- of vrouw-zijn. Niet alles en iedereen die te maken krijgt met achterstand of onderdrukking hoort bij elkaar, de belangen kunnen uiteenlopen, en anders de mensen zelf wel. Hoe zei ‘onze’ onvolprezen Carry van Bruggen (1881-1932) het ook al weer: ‘Distinctiedrift is levensdrift, eenheidsdrift is doodsdrift.’

De enige effectieve gelijkmaker is, jawel, de dood.