Met dank aan vader en moeder

In het nieuws

Medium in het nieuws 15 2017

Bijna honderdduizend oud-studenten kunnen niet voldoen aan hun maandelijkse verplichting om een deel van hun studieschuld terug te betalen. Uit cijfers die dagblad Trouw had opgevraagd bij het leenloket van de overheid, de Dienst Uitvoering Onderwijs, bleek dat het aantal achterstallige betalingen de afgelopen jaren is verdrievoudigd.

Wie kampt met een betalingsachterstand heeft óf een hoge schuld óf een te laag inkomen. Dat lijken twee manieren om hetzelfde te zeggen, maar voor de oud-studenten met schulden zijn het twee aparte problemen. Om met de zware schuldenlast te beginnen: verrassend is dit niet. Toen in 2014 de studiebeurs werd ingeruild voor een ‘studievoorschot’ voorspelde het cpb dat een gemiddelde student met een schuld van 24.000 euro zou komen te zitten. Wie zijn hele studententijd op kamers woont, weinig tijd heeft voor een bijbaan en niet wordt gesponsord door ouders gaat al snel richting het dubbele daarvan. Met een beetje pech begint een jong stel het werkende leven met samen een ton schuld.

En let op: dankzij de lage rente is lenen nu nog extreem goedkoop. Die studieschuld gaat een stuk zwaarder wegen als de rente zou stijgen. Wie een idee wil hebben waar deze situatie toe kan leiden, kan naar de Verenigde Staten kijken waar studeren op basis van privéschuld al veel langer de norm is. De studieschuldenberg bedraagt daar inmiddels 1,4 biljoen dollar en vormt daarmee een bedreiging voor de economie, net zoals de hypotheekschulden tien jaar geleden. Amerikaanse praktijken? De gemiddelde oud-student staat daar voor 34.000 dollar in het krijt, niet eens zoveel meer dan zijn Nederlandse evenknie.

Een gemiddelde student zou met een schuld van 24.000 euro komen te zitten

Dan het te lage inkomen. Een diploma blijft een goede garantie op werk, maar het type baan dat je kunt verwachten in ruil voor een ‘investering in jezelf’ is veranderd. Er is werk, maar wel op tijdelijke basis en dat wordt meestal minder goed betaald. Vooral het aantal pas afgestudeerde flexwerkers groeide de afgelopen jaren, voor de oudere groepen is er veel minder veranderd. Daarmee is de huidige generatie jonge werkenden de windvaan van een nieuwe arbeidsmarkt waarin onzekerheid de norm is.

Het resultaat hiervan is onlangs opgetekend door de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid: ‘levenslooponzekerheid’, die zich toont in het uitstellen van het zelfstandig wonen, het eventueel kopen van een huis en het stichten van een gezin. In hun rapport Voor de zekerheid haalt de wrr de Duitse gezinsminister Manuela Schwesig aan. Die zei eens dat tijdelijke contracten hetzelfde doen als de anticonceptiepil: voorkomen dat er kinderen worden verwekt.

Opnieuw geldt dat wie hulp van zijn ouders krijgt de dans kan ontspringen. Het geld dat momenteel de stedelijke huizenmarkt in Nederland opfokt, bijvoorbeeld, is voor een belangrijk deel afkomstig van ouders die hun nageslacht alvast een voorschot geven op de erfenis. Dit is onderdeel van het ‘eindeloos ouderschap’ dat journalisten Anneke Groen en Herman Vuijsje beschrijven in hun pas verschenen boek met die titel. Deze ‘ouders van de altijddurende bijstand’ passen op de kleinkinderen (spaart dure opvang), helpen bij financiële tegenvallers of nemen hun nageslacht weer in huis.

Lief van die ouders, maar ook hier tekent zich een maatschappelijke verandering af. Verticale solidariteit tussen generaties is bepalender voor je levenskansen dan de horizontale solidariteit waarmee de babyboomers zelf opgroeiden. Wie boft beschikt tot halverwege het eigen volwassen leven over een ouderlijk opvangnet dat behoedt voor de eventuele negatieve gevolgen van onzeker werk en schuldenlast. Bij anderen waait de ‘levenslooponzekerheid’ vol in het gezicht. Eigenlijk heeft iemand die kampt met een betalingsachterstand drie problemen: te veel financiële verplichtingen, te onregelmatig inkomen en ouders met een te kleine portemonnee. Voor die groep is het geen onredelijke eis dat ze hun werkende leven kunnen beginnen zonder studieschuld.