In het speculatieve domein

In de drukwerkplaats van Aldus Manutius ontstond het cursief, de interpunctie, de paginering en de inhoudsopgave © Deutsche Nationalbibliothek Leipzig

Een historische roman over Aldo Manuzio? Ik kon me niet herinneren ooit van de man te hebben gehoord, maar uit Wikipedia en naslagwerken was me snel duidelijk dat het in de roman van de Spaanse filoloog Javier Azpeitia om een gerenommeerde Venetiaanse drukker uit de hoogtijdagen van de Renaissance moest gaan. Aldo Manuzio (of Aldus Manutius) gaf leiding aan een van de belangrijkste werkplaatsen van Europese drukkers waarin zich omstreeks 1500 de mediarevolutie voltrok die het intellectuele leven in Europa beslissend zou veranderen.

Om de portee van De drukker van Venetië naar waarde te kunnen schatten is enige achtergrondkennis wenselijk; mij stuurde de roman van Azpeitia in elk geval de nodige keren naar de boekenkast om kennishiaten te dichten of verwijzingen na te trekken. Noodzakelijk is dat niet, je kunt het boek ook ‘gewoon’ lezen, vanwege de sappige maar niet per se geloofwaardige intriges en het tijdsbeeld. In beide gevallen hoef je je niet te vervelen, maar interessanter is het op cultuurhistorisch niveau, en dan nodigt dit geleerde maar geen moment saaie boek je regelmatig uit om het even elders te zoeken.

Allereerst bij Johannes Gutenberg in het kleine Mainz, van waaruit de ‘zwarte magie’ zich vooral dankzij gezellen uit zijn werkplaats in recordtijd over Europa verbreidde, eerst naar Keulen, Augsburg en Neurenberg, daarna naar Rome, Parijs, Venetië, Napels, Valencia, Brugge. Het belang van die Gutenberg-archipel valt moeilijk te overschatten, het snelle succes van de Reformatie bijvoorbeeld was zonder de boekdrukkunst ondenkbaar geweest. Met de nieuwe druktechniek met losse letters slaagde men er in Mainz in 180 bijbels te vervaardigen in tweeënhalf jaar, dezelfde tijd die een vaardige monnik nodig had om één bijbel te kopiëren.

Omstreeks 1500 telde Europa zo’n 250 drukwerkplaatsen, stuk voor stuk trefpunten van geleerden en schrijvers, broedplaatsen dus ook van nieuwe ideeën en heterodoxe wereldbeschouwingen.

Drukwerkplaatsen waren rond 1500 de broedplaatsen van nieuwe ideeën en wereld­beschouwingen

Die van Aldus Manutius – en daarmee zijn we terug bij de roman van Azpeitia – springt er om diverse redenen uit. Manutius, althans iemand uit zijn werkplaats, blijkt de uitvinder van diverse lettertypes, van het cursief, de interpunctie, de paginering en de inhoudsopgave, van het ‘boekenrad’, een machine die via de druk op een pedaal een tiental opengeslagen boeken voor het oog van de gretige lezer laat rouleren. En, wat mij betreft het meest verrassend: van het ‘zakboek’, waarvan George Steiner nog dacht dat het een verderfelijke uitvinding van de moderne tijd was, typerend voor de degeneratie van het klassieke boek en het klassieke lezen.

Het tegendeel blijkt waar. Dankzij het zakboek kon men voortaan ook ‘buiten de donkere werkkamers’ lezen, waardoor het een niet geringe bijdrage heeft geleverd aan de alfabetisering van Europa. Aan de drukker van Venetië danken we bovendien een goed deel van de renaissance van de antieke Grieken. Een hoogtepunt: Manutius’ vijfdelige uitgave van Aristoteles voor de prijs van een goed rijpaard. Een cruciale rol, ook voor de intrige, is weggelegd voor een gefingeerd (?), verdwenen of gestolen manuscriptfragment ‘Over de liefde’ van Epicurus, de God-ontkennende filosoof van de tuin, de matiging en het beheerste genot – uiteraard een verwijzing naar Eco’s De naam van de roos.

Daarmee speelt Azpeitia hetzelfde spelletje als zijn protagonist, die aan zijn controversiële uitgave van Lucretius’ De rerum natura (de lezer zij verwezen naar de schitterende Nederlandse vertaling De natuur van de dingen door Piet Schrijvers) een ‘proloog’ toevoegde, zogenaamd om de verontruste katholieke lezer te waarschuwen voor de onchristelijke inhoud, in werkelijkheid natuurlijk in de hoop dat die waarschuwing lezers zou trekken. Want ook toen moest er al flink reclame worden gemaakt, wilde men het hoofd boven water houden. In het rijke, decadente Venetië draait alles om het geld, ‘de Venetianen lezen niet meer, het is een stelletje onbeschaafde kinkels’. Nog één titel die Manutius ook werkelijk (in 1499) heeft uitgegeven: Hypnerotomachia Poliphili (De droom van Poliphilus), vermoedelijk geschreven door de dominicaner monnik Francesco Colonna, een van de mooiste, meest bizarre en wonderlijke boeken die ooit gedrukt zijn (de Nederlandse lezer kan zich daarvan overtuigen dankzij de sublieme vertaling van Ike Cialona).

Misschien het interessantste deel van De drukker van Venetië betreft het hoofdstuk waarin Erasmus wordt opgevoerd, sprekend tegen Johann Froben, de ‘Manuzio van Bazel’ en zijn latere uitgever, twintig jaar nadat hij een maand of acht in het huis van Manutius heeft gewoond en gewerkt. Erasmus was naar Venetië gereisd in de hoop via Manutius ‘de belangrijkste schrijver van de christenheid’ te worden. Dat moest gebeuren met een nieuwe, uitgebreide uitgave van zijn Adagia (Spreekwoorden, 757 boeiende pagina’s integraal vertaald door Jeanine De Landtsheer), nadat hij van zijn Parijse uitgever, ‘de smeerlap’, geen cent had gekregen voor een eerdere versie van zijn ‘levenswerk’.

Azpeitia werpt als altijd een ongecensureerde blik achter de schermen van het speculatieve domein waarin zijn tot personages herleide auteurs zich in hun eigen werk niet wagen. Zo lezen we dat Erasmus zijn broodheer Aldus vergeefs heeft trachten te verleiden, dat hij hem vervolgens ‘een zielig stuk groot wild’ noemt, ‘een armzalige geleerde en onderwijzer van snotjongens’, heel wat minder waard dan zijn intelligente vrouw Maria, die er zelfs in geslaagd is hem, Erasmus, een punt te laten zetten achter zijn ‘liefde voor jonge jongens’. Maar als wij, wantrouwige lezers, het aan Aldus gewijde hoofdstuk ‘Haast je langzaam’ in zijn Adagia erop naslaan, stuiten we op niets dan lof voor de genereuze drukker en diens geleerde vrienden, zij bezorgden de straatarme Erasmus spontaan de zeldzaamste manuscripten voor zijn boek in wording. Die lof verdient ook de romancier die al deze heerlijke boeken van een te denken gevende context voorziet.