In het spoor van chirac aan de prozac

Misschien is het maar goed dat in Frankrijk nu een gepatenteerd gaullesk warhoofd als Jacques Chirac de touwtjes in handen heeft. Diens nu al routineuze boutades tegen het ‘lakse’ Nederlandse drugsbeleid en het dreigement de Franse grenzen om die redenen potdicht te houden, versterkt de ‘splendid isolation’ van de Lage Landen. Als de juridische egalisering van Europa, zoals vastgelegd in het door Chirac zo innig gehate Schengenverdrag, toch uitblijft, hoeft Winnie Sorgdrager zich bij het opstellen van haar nu al legendarische drugsnota niets aan te trekken van archaische gevoeligheden zoals die heersen in de steeds meer naar een reddeloos conservatisme afglijdende buurstaten.

Reeds nu al onderscheidt Nederland zich in Europa door een alras slinkend legertje probleemspuiters. Er is in Nederland de afgelopen jaren een soort algeheel ‘savoir faire’ ontstaan met betrekking tot druggebruik.
Met het wegvallen van de grote taboes en mysteries die elders in stand worden gehouden met heksenjacht-achtige vervolgingen (voor een kruimeltje hasj gaat men in Belgie nog altijd twee jaar de bakin), blijkt er zowaar ruimte gekomen voor een werkelijk beredeneerde vorm van maatschappelijk verantwoorde drugsrecreatie. De politicus die daartegen wil vechten, profiteert wellicht korte tijd van het morele fundamentalisme, maar zal op de wat langere termijn op een gigantische manier voor schut komen te staan.
De oproep van de gezamenlijke korpschefs van de Nederlandse politie (de onder Schelto Patijn steeds bangelijker opererende Eric Nordholt uitgezonderd) om de heilige oorlog tegen de drugshandel te staken en te vervangen door een meer realistische kijk, moet dan ook van harte worden gesteund. De politiechefs gooien de handdoek niet alleen in de ring vanwege een portie opportunisme. Zij hebben de afgelopen maanden in samenwerking met een denktank van ondernemers en medici ook door een niet-politionele bril naar de drugsproblematiek gekeken, en ze kwamen daarbij tot de enige mogelijke conclusie: gedogen en zelfs legaliseren is in alle opzichten een probate remedie. Vaak blijkt het nu al een kwestie van naamgeving, c.q. verdoezeling. Men herinnere zich het zware gevecht dat Sorgdragers voorganger Hirsch Ballin aanging tegen de party-drug XTC. Het massale gebruik daarvan kwam pas goed op gang toen deze aanvankelijk legale pil op de lijst van verboden hard drugs kwam te staan. Vanaf dat moment stegen de prijzen, kwamen de neppillen op de markt en begonnen de ongelukken. Het betekende een fikse economische impuls voor de internationale drugsbendes. Ondertussen kwam de farmaceutische industrie met een variant op de XTC-formule die onder de naam Prozac tot een ware stormloop op de apotheek zou leiden. Nu verkondigen bijna alle psychiaters in koor dat Prozac de sleutel is tot de bevrijding van de mensheid uit de boeien der neerslachtigheid of zelfs schizofrenie.
Nergens in Europa wordt Prozac zo gretig geslikt als in Frankrijk. Een land met een president als Jacques Chirac heeft ook wel een dringende behoefte aan 'anti- depressiva’.