In Honduras verandert alleen de dader, niet het geweld

Tegucigalpa – Hoewel na de coup van 2009 de democratie in Honduras is hersteld, lijkt de normale staat van het land er een van schier onstopbaar geweld. En dat is niet beperkt tot een paar streken of gevaarlijke wijken.

In het afgelegen Bajo Aguán werden de afgelopen drie jaar tientallen boeren vermoord, vermoedelijk door grootgrondbezitters, in een slepend conflict om landbouwgrond. De destijds afgezette president Zelaya wilde de boeren tegemoet komen in hun eis om grond. De landbouwgrond die aanvankelijk voor hen was bedoeld, was hun in de jaren negentig tijdens een hervorming op schimmige wijze afhandig gemaakt. Maar Zelaya werd door coupplegers op het vliegtuig gezet naar Costa Rica en sindsdien is de oplossing ver weg. Afgelopen weekend werden er weer twee boeren dood gevonden.

Maar niet alleen de boeren lijden in Honduras onder het geweld. Het Centraal-­Amerikaanse land heeft sinds vorig jaar de twijfelachtige eer het meest moorddadige land ter wereld te zijn. Elke 74 minuten wordt er een moord gepleegd. Sinds de staatsgreep moesten al 21 journalisten hun verslaggeving met de dood bekopen. Veel van het geweld heeft van doen met drugs. Maandelijks worden er tonnen cocaïne overgeslagen op weg naar de VS. Bij de strijd tussen rivaliserende drugsbendes en ordetroepen vallen doden. Maar meer nog is het gebruik van geweld als conflictoplossing al sinds jaar en dag een gebruikelijke modus operandi die niet alleen criminelen, maar ook de regering en grote bedrijven in Honduras inzetten.

Zo ook in het geval van het landbouwgrondconflict in Bajo Aguán. Na aandacht in internationale media voor het conflict besloot president Lobo uiteindelijk in juni de betwiste grond voor de boeren op te kopen. Maar het probleem is dat de overheid grote delen van het land niet onder controle heeft. In Bajo Aguán is Miguel Facusse de baas. Hij is een van de rijkste industriëlen van Honduras en bezit veel van het land dat door de boeren wordt opgeëist. Hij wordt ook verdacht van drugshandel.

Zo veranderen sommige dingen nauwelijks in Honduras. Het verwerd van de bananen­akker van grote Amerikaanse fruitbedrijven aan het einde van de negentiende eeuw tot een speelbal in de Koude Oorlog in de jaren tachtig. Drie jaar geleden was er de coup en nu is er de drugshandel, die de cultuur van geweld in Honduras voortzet. Een cultuurverandering lijkt nog niet in zicht.