In Hongkong klinkt een Koreaans strijdlied

Hongkong – De demonstranten zongen aanvankelijk vooral de christelijke hymne Zing Hallelujah voor de Heer, terwijl slechts tien procent van de inwoners van Hongkong christen is. Maar ze dachten dat dit lied een positieve invloed zou hebben omdat Hongkongs hoogste bestuurder, Carrie Lam, katholiek is. Lam is immers de regeringsleider van Hongkong wier vertrek wordt geëist, naast het intrekken van de wet waardoor burgers aan China kunnen worden uitgeleverd. Een nieuwe eis is dat er een onderzoek komt naar het gewelddadige optreden van de politie.

Een ander lied dat al elf weken wordt gezongen is Hoor je het zingen op de straat? dat uit de Broadway-musical Les Misérables komt. Dat werd ook tijdens de bezetting van de luchthaven vorige week veelvuldig gezongen, begeleid door uitbundig handgeklap.

Maar het opvallendste lied tijdens de protesten komt uit Zuid-Korea en heet Een mars voor mijn geliefde. Het werd geschreven ter nagedachtenis aan twee activisten die tijdens de volksprotesten tegen de Zuid-Koreaanse dictatuur in mei 1980 in de stad Gwangju werden doodgeschoten door militairen. Tijdens die opstand werden honderden betogers gedood.

De melodie van dit Koreaanse lied werd in Hongkong al midden jaren tachtig gebruikt bij vakbondsdemonstraties. De activiste/zangeres van nu heet Mary Ann Pui Wai King. Zij vertaalde de Koreaanse tekst naar het Kantonees, geholpen door haar docente Koreaans. Ze bleef dicht bij de originele tekst: ‘Tot de nieuwe dag komt, laten we ons niet beïnvloeden. Als ik het voortouw neem, volg mij!’ Mary Ann is een opvallende verschijning met haar bril en korte broek. Om haar heen staan trommelaars, en demonstranten klappen mee en zwaaien met hun mobieltjes.

Dit is een omslag, want tot 2014 waren veel demonstranten in Hongkong tegen het gebruik van protestliederen. Die zijn goed voor de sfeer maar je bereikt er niets mee, was de gedachte. Dat is wel veranderd, volgens Mary Ann. ‘Goede strijdliederen kunnen mensen kracht geven wanneer ze veranderingen nastreven.’

Toch is het geweld van de politie met traangas en rubberkogels zo heftig dat ze niet weet of ze doorgaat met zingen tijdens protesten. ‘Ik ben bang voor staatsterrorisme. Ik wil een koor samenstellen, want samen staan we sterker. Dat is helaas nog niet gelukt. Maar of we sterker zullen zijn, weet ik niet. Want als er echt gevochten wordt, is zingen niet genoeg.’