In Idlib zitten drie miljoen mensen in de val

© Amany al-Ali

Als in haar woonplaats Idlib de bommen exploderen, grijpt Amany al-Ali (1984) haar penselen. Met het tekenen van spotprenten getuigt ze over het leven in de oorlog. Eind december verruilt ze haar profielfoto voor een schets waarbij de naam Idlib bestaat uit beenderen en een schedel met daarop zwarte figuren en hun zeis. Ze schrijft: ‘De dood belaagt ons van alle kanten.’ Haar berichtjes beginnen wanhopiger te klinken. ‘Ik ben bang voor elke dag. Vandaag stierven kinderen wier lichaam de kou niet langer verdraagt.’ Ze tekent kleintjes als engeltjes op wolken in de hemel, elk met een eigen commentaar. ‘Ik lag te slapen in een tent en toen kwam ik hier’, legt een van hen een lotgenootje uit.

De noordelijke provincie Idlib is de laatste enclave van gewapende oppositie die nog niet onder controle staat van president Assad. Het gebied is in handen van de jihadistische beweging Hayat Tahrir al-Sham, die is voortgekomen uit de Syrische tak van al-Qaeda. In de provincie bevinden zich naar schatting drie miljoen mensen, onder wie ook vele door het bewind gezochte activisten uit andere delen van het land. De burgers zitten in de val. De Syrische en Russische luchtmacht voeren intense bombardementen uit terwijl de grondtroepen oprukken. Turkije, dat al zo’n 3,5 miljoen Syriërs heeft opgenomen, houdt de poorten onverbiddelijk gesloten. De grensmuur wordt mede bewaakt door Cobra-pantservoertuigen die de EU financierde.

Een overeenkomst uit het najaar van 2018 tussen Rusland, Iran en Turkije vertraagde tijdelijk de opmars van het regeringsleger en hun bondgenoten. In april 2019 laaiden de gevechten weer op.

Volgens de unhcr, de vluchtelingenorganisatie van de VN, zijn sinds 1 december 948.000 mensen gevlucht. Ongeveer tachtig procent van hen zijn vrouwen en kinderen. Dat is de grootste stroom van ontheemden sinds de vreedzame protesten van 2011 in oorlog ontaardden. Een deel van deze bevolking is extra kwetsbaar omdat ze al meerdere keren moesten vluchten of verdreven werden.

Dronebeelden tonen onafzienbare rijen van tenten. Andere ontheemden bivakkeren in ziekenhuizen, scholen of huizen in aanbouw. Tallozen moeten zien te overleven in de open lucht, in modder en sneeuw met temperaturen onder nul. Humanitaire hulp is bij lange na niet toereikend. Ook in deze grensstreek wordt gebombardeerd. Amany al-Ali kent de verhalen over de deplorabele omstandigheden. Maar nu de inname van haar stad met de dag dichterbij komt, schrijft ze: ‘Het wordt tijd dat ik vertrek.’

Het aantal in 2020 getelde doden en vermisten op de Middellandse Zee was deze week, volgens cijfers van het Missing Migrants Project (IOM): 100

Naschrift 26 februari: Volgens hulporganisatie Save the Children en partner Hurras Network werden bij bombardementen en grondaanvallen op 25 februari tien scholen geraakt. Minstens tien burgers kwamen om onder wie een meisje en drie leerkrachten. Er vielen tientallen gewonden. In sommige van de gebouwen waren de lessen gaande, anderen dienen als noodopvang. Ook het centrale ziekenhuis van de stad Idlib werd geraakt in de gevechten. Scholen en ziekenhuizen zijn systematisch doelwit van de Russische en Syrische luchtmacht. Van een deel van deze getroffen medische voorzieningen werden de coördinaten door de Verenigde Naties aan de strijdende partijen doorgegeven in een poging tot deëscalatie van het conflict.