Corona: Het gesprek aan de nationale stamtafels

In iedereen schuilt een Ab Osterhaus

Ruim een maand geleden kwam de bekende viroloog Ab Osterhaus voor het eerst in een talkshow om over corona te praten. Zijn stemming, die langzaam van zorgeloos naar verontrust oversloeg, vertegenwoordigde die van ons allemaal.

Artikelen in De Groene Amsterdammer over de coronacrisis zijn voor alle lezers gratis te lezen. Interesse om meer te lezen?

Ab Osterhaus 27 maart 2020 © Niels Wenstedt/Rights Managed

Het is dinsdag 25 februari wanneer de bekende viroloog Ab Osterhaus wordt ingevlogen om zijn kennis over corona te delen aan de talkshow tafel van Op1. Nou ja, ingevlogen, hij heeft in Hannover de auto gepakt. Niet dat hij drukke vliegvelden mijdt, hij is namelijk niet zo bang het virus op te lopen. Het vliegtuig zat vol. ‘Dus ik moest wel met de auto.’

De aanleiding voor zijn komst was het nieuws over Nederlandse toeristen die vastzaten in hotel Costa Adeje Palace op Tenerife - vanwege het nieuwe coronavirus dat in Nederland vooralsnog voor de meeste mensen een ver-van-ons-bed-griepje is. Osterhaus doet onderzoek in Duitsland, introduceert de presentatrice. Naar wat blijft volstrekt onduidelijk, maar in de lucht hangt inmiddels wel de suggestie dat het iets met het virus te maken heeft.

Osterhaus toont zich in elk geval de juiste man op de juiste plek. Op1 trekt die dag 675 duizend kijkers. ‘Het is een nieuwe virusinfectie’, legt hij uit. De cappuccino voor hem blijft onaangeroerd. ‘Dat geeft nu ook problemen in Europa.’ Vooral ouderen moeten zich toch wat zorgen gaan maken, maar niet al te veel. ‘Er gaan slachtoffers vallen’, zegt hij ook. Desalniettemin toont hij zich tevreden over de maatregelen die ‘we’ als Nederland nu nemen. Welke dat zijn wordt niet helder.

Hij relativeert vooral. ‘Als we kijken naar hoeveel mensen er aan influenza, de griep, doodgaan dan spreken we wereldwijd over een aantal doden van een kwart tot een half miljoen.’ Elk jaar. ‘Dat zijn enorme aantallen.’ Het coronaprobleem is, sust hij wederom, beheersbaar en hij heeft het idee dat Nederland de juiste maatregelen neemt - er wordt al snel weer gelachen aan tafel. In heel Nederland eigenlijk.

Als ergens de mentale stand van het land zichtbaar wordt, is het wel aan de stamtafels van de Nederlandse talkshows. En als het corona betreft, is viroloog Ab Osterhaus de perfecte graadmeter. Die staat nu, het is eind februari, op standje ‘Hollands nuchter’. Ook als het virus in Italië al vele slachtoffers maakt, waart de nuchterheid langs de stamtafels. ‘Ik voel me kiplekker’, meldt modejournalist Cécile Narinx, die vanuit de Fashionweek in Milaan is overgevlogen. Bij concurrent Jinek waarschuwde Jort Kelder, specialist in alles, vooral niet ‘te hysterisch’ te doen.

Ook in de politiek is corona niet bepaald het gesprek van de dag. Er werden eerder een paar kritische schriftelijke vragen gesteld. Dat wel. Maar de politieke waan van de dag gaat vooral over andere dingen. Het parlement viert nog reces en politiek in de media gaat vooral over wie het CDA gaat leiden, stikstof, de marinierskazerne in Zeeland die toch niet naar Zeeland ging en boze boeren. Eerder, op 28 januari, had Baudet wel een spoeddebat in de grote vergaderzaal aangevraagd, maar hij kreeg alleen steun van de Partij voor de Dieren. Wel werd er al in de kleine zaaltjes over gedebatteerd, tijdens de zogeheten algemene overleggen (de ao’tjes in Haags jargon). Maar die gesprekken liet Forum voor Democratie aan zich voorbij gaan, Forumleider Thierry Baudet trok die dagen volle zaaltjes in het land.

Ab Osterhaus vertegenwoordigt ons allemaal als het ons nationale coronagevoel betreft. Ook deze auteurs zitten eind februari ontspannen in de naderende crisis. Een van ons vierde vakantie op Tenerife, maar komt net op tijd terug voor het daar op slot gaat. ‘Jammer’, grappen wij. ‘Weekje verplicht in quarantaine op een zonnig eiland door de neus geboord.’ Natuurlijk zien wij ook de beelden uit China. Maar enge ziektes zoals de vogelgriep en SARS passeerden ons ook relatief geruisloos, dat zal nu vast ook weer gebeuren.

Op 27 februari zetelt Osterhaus opnieuw aan de stamtafel van Op1. Een dag eerder had de NPO een corona-thema-avond georganiseerd waarop minister Bruno Bruins van Volksgezondheid een briefje voorlas: de eerste patiënt in Nederland was nu een feit. Die patiënt ligt in een Tilburgs ziekenhuis. ‘We weten verder niets over deze man’, informeert Osterhaus. Het RIVM, de artsen en overheid waarschijnlijk wel. Maar dat zegt Osterhaus niet. Hij voorziet nog geen grote gevolgen, er zullen wel meer coronapatiënten komen, voorspelt hij. Maar ‘we kunnen niet iedereen met griepachtige verschijnselen testen’.

De suggestie dat Nederland net als Italië ook lamgelegd wordt, wuift hij weg. ‘Wat er precies in Italië speelt weet ik niet, daar heeft het zich toch vrij snel verspreid. Ik denk dat we daar in Nederland, met alle ervaring die we hebben opgedaan, toch beter mee om kunnen gaan.’ Hij houdt zijn handen gevouwen om een glas water. ‘Carnaval speelt volgens mij geen enkele rol.’ Osterhaus vertelt over de laatste pandemie, de Mexicaanse griep. ‘We hebben toen geleerd hoe we dat moeten doen.’

Hij was destijds, in 2009, niet alleen een van de adviseurs van de regering maar ook de reden dat toenmalig minister van Volksgezondheid, Ab Klink, door de Tweede Kamer op het matje werd geroepen. De viroloog annex griepadviseur bleek ook zo’n 10 procent aandelen te bezitten van ViroClinics, het bedrijf dat meewerkte aan de productie van griepvaccins. Hij verdiende er niet aan, maar transparant was het niet. Osterhaus sprak destijds van ‘een venijnige griep’ en trok parallellen met de Aziatische en Spaanse griep waar vijftig tot honderd miljoen doden vielen.

Het werd door collega-virologen in een uitzending van Argos weerlegd. De adviseur van de regering vond echter dat ‘voorkomen nog altijd beter is dan genezen’. Dat vond ook minister Klink, want die ging - volgens Osterhaus - uit van het ‘worst case scenario’. Uiteindelijk kocht minister Klink onterecht 34 miljoen griepvaccins. Dat kwam hem later op forse kritiek te staan. Het is natuurlijk wel ‘een koe in de kont kijken’, zoals Rutte dit noemt. Want als de vaccins níet waren besteld en er vele slachtoffers waren gevallen, was er natuurlijk ook veel kritiek gekomen.

Anno 2020 slaat Abs graadmeter van ‘Hollands nuchter’ naar ‘licht verontrust’ als de tweede corona-patiënt op 28 februari in Diemen blijkt te bivakkeren. Maar ‘Italiaanse toestanden’ sluit hij uit. ‘De beer is zeker niet los.’ Aldus Osterhaus die een slok van zijn rode wijn neemt. ‘Ik maak me geen zorgen.’ In de studio wordt vooral gelachen, het woord ‘spatbril’ veroorzaakt om onduidelijke reden veel vrolijkheid. ‘We weten dat er een aantal gebieden zijn zoals Zuid-Korea en Lombardije waar het duidelijk niet goed onder controle is. In Nederland weten we dat het uit Lombardije komt.’ Osterhaus noemt alle maatregelen die ‘we’ nemen ‘behoorlijk’.

De Kamer komt terug van reces en het is vooral business as usual. Voor wat betreft het coronavirus laat het kabinet vooral het oor hangen naar de experts, laat minister Wopke Hoekstra van Financiën op 3 maart aan de stamtafel van Op1 weten. Hij zit er samen met politiek duider Joost Vullings van EenVandaag te praten over iets veel vrolijkers: de gunstige economische groeicijfers van het Centraal Planbureau.

Toch bereiken verontrustende berichten uit Italië ook Nederland: in krap twee weken steeg het aantal patiënten van drie naar meer dan drieduizend. Is dat geen addertje onder het gras voor onze voorspoedige economische groei? Hoekstra toont zich een zeer optimistisch man: ‘Een lockdown is niet het meest waarschijnlijke scenario, dat is wel erg somber.’ Dan zou Nederland nog maandenlang te maken hebben met het virus, aldus de minister van Financiën. ‘Het is in de eerste plaats vooral een kwestie van volksgezondheid.’

Ook wij, de auteurs, zien de toekomst zonnig in. Een van ons is druk bezig een roadtrip uit te stippelen langs de Amerikaanse westkust, de andere droomt over een verbouwing. Op een paar kritische deskundigen, artsen en journalisten na lijkt het coronavirus langs de Nederlandse hoofden heen te gaan. De schoolvakantie is net afgelopen en iedereen pakt het werkzame leven weer op. Wel debatteert de Kamer op donderdag 5 maart over het virus, de stemming is daar wel ongerust. Vrijwel alle partijen maken zich zorgen om de aankomende druk op de ziekenhuiscapaciteit - en er worden moties ingediend om Nederland beter voor te lichten over de risico’s van besmetting.

De dag erna overlijdt de eerste patiënt in Nederland aan corona, een 86-jarige man in een Rotterdams ziekenhuis. Osterhaus schuift weer aan bij Op1 om een en ander toe te lichten. ‘Het is triest, maar ongeveer wat je verwacht.’ Hij neemt een slokje rode wijn en legt rustig verder uit: ‘We weten hoeveel mensen er per honderd doodgaan, dat is ongeveer 1 procent. In China zaten we hoger, zo rond de 3 procent. Maar we weten nu dat het aantal waarschijnlijk veel minder zou zijn.’ De grenzen hoeven echt niet dicht, zegt hij ook. ‘We kunnen het behoorlijk indammen.’ Henk Krol van 50Plus zit ook aan de stamtafel, bijna tegen Osterhaus aan. ‘Nee, met een klein kuchje blijf ik gewoon werken, maar als ik nou écht ziek zou zijn dan denk ik dat ik er alles aan zou doen om de collega’s niet te besmetten.’ Osterhaus knikt instemmend.

Youp van ‘t Hek schrijft dat weekend een column over alle handen-was-commotie in het land. ‘Terwijl dat virus niets anders is dan een stevig griepje met een iets hogere kans op de eeuwige jachtvelden. God, Allah en hun collega’s zullen er wel een bedoeling mee hebben. Een soort opruiming. Alles moet weg. Sommige verpleeghuizen snakken trouwens naar het virus.’

De graadmeter staat nu op ‘ons-overkomt-het-niet’. De Boekenweek breekt aan en schrijver Özcan Akyol schuift aan bij álle talkshows om als dwarsdenker te praten over de kleffe ons-kent-ons-cultuur in schrijversland. Die laconieke houding blijft de hele week. Er wordt gelachen om Australiërs die wc-papier hamsteren en filmpjes uit het buitenland die leren hoe je handen effectief moet wassen. Als op maandag 9 maart premier Mark Rutte maatregelen (schudt geen handen) afkondigt die íedereen moet nemen, blijft de sfeer laconiek. Een dag later benadrukt klinisch viroloog Anne Wensing hoe serieus corona is bij Op1: ‘Het is belangrijk dat we beheersmaatregelen nemen zodat het virus zo langzaam mogelijk over het land komt, als dat in een piek gaat zoals in Italië dan krijgen we problemen.’

De boodschap lijkt niet beklijven. Ook niet bij ons, de auteurs. Sterker, op reportage vergeten we de regels snel. Een hand is al snel geschud, blijkt. Soms volgt dan een ongemakkelijke lach, of een ‘het-zou-toch-niet-zo-erg-zijn’-opmerking. De zenuwen beginnen pas toe te nemen als op donderdag 12 maart ook evenementen worden afgelast. Osterhaus wordt aan de stamtafel dit keer aangekondigd als de man die ‘weet waarom corona nu dreigt te escaleren’. ‘De maatregelen komen niet heel onverwacht, ik herinner me dat ik het hier twee weken geleden al over had gehad.’ Het was toen moeilijk te verkopen, zei hij er ook bij. ‘De grens is arbitrair, wat kun je handhaven?’

Hij noemt Singapore als voorbeeld waar corona lijkt te zijn bedwongen. ‘De vraag is of dit überhaupt kan.’ Het glas wijn voor zijn neus is vrijwel leeg. De gasten zitten vrij dicht tegen elkaar aan tafel. ‘Je moet het enigszins relativeren. Elk jaar gaan er ook een kwart tot een half miljoen mensen dood aan influenza. Dat accepteren we.’ Het belangrijkste is dat de zorg niet verstopt raakt, benadrukt hij. Politiek commentator Vullings vertelt dat de stemming in Den Haag is omgeslagen. ‘Er is echt wat aan de hand in het land.’

De graadmeter staat op ‘gedesillusioneerd’ die vrijdag erna. De presentatrice laat een audiofragment horen van een bezorgde Italiaanse verpleegster die emotioneel vertelt hoe er op de eerste hulp bepaald wordt wie sterft en wie blijft leven. Er is geen capaciteit meer om iedereen te helpen. Het fragment komt van de NOS die al liet weten de originaliteit ‘niet te kunnen verifiëren’. Osterhaus is aangeschoven en noemt dit ‘heel extreem’. Hij praat rustig. ‘De maatregelen in Nederland zijn gericht op dit te voorkomen.’

Van rustig blijven werken met een kuchje, is Nederland 48 uur later bezig om ‘Italiaanse toestanden’ te voorkomen. De Nederlandse Vereniging voor Intensive Care (NVIC) laat weten rekening te houden met een Italiaanse ‘oorlogssituatie’ want ‘in Italië worden mensen boven de zeventig niet meer opgenomen op de intensive care’.

We nemen contact op de Italiaanse koepelorganisatie voor eerste hulp en anesthesie (AAROI EMAC) en leggen zowel het audiofragment van de ‘bezorgde verpleegster’ als de bewering dat patiënten boven de zeventig worden geweerd van Italiaanse intensive cares voor. Dit laatste wordt resoluut van de hand gewezen. ‘Absoluut niet. Onze medici hier verrichten echt wonderen, wij zijn echt niet geholpen met dit soort simplistische berichten’, laat Veronica da Capua vanuit de AAROI EMAC weten.

Ze heeft het audiofragment nooit eerder gehoord en denk dat ‘dit nep is’. ‘Het komt niet overeen met de situatie destijds.’ Don Adriano Bianchi, woordvoerder van bisdom Brescia, zegt dat er heel veel audioberichten circuleren van bezorgd medisch personeel. ‘Maar die identificeren zich netjes. Ze zeggen wie ze zijn, waar ze werken en op welke afdeling.’ Het fragment ‘is te dramatisch voor waar we destijds mee te maken hadden. Maar laat ik er geen doekjes om winden: de situatie is ernstig hier, we komen echt wel op het punt dat de middelen op raken.’

Alsof de crisis nog niet erg genoeg is, worden ook steeds meer moeilijk verifieerbare berichten de wereld ingestuurd. Pointer van KRO-NCRV meldt een enorme stijging van het aantal nepnieuwsberichten op twitter. De paniek slaat toe, tegelijkertijd gaan steeds meer Nederlanders (voor wie corona twee weken geleden tijdens de vakantie nog zo ver weg was) hamsteren. En ja, vooral ook wc-papier. De roep om strengere maatregelen zwelt aan, mede door de stroom aan onheilspellende berichten.

Op zondag 15 maart gaan de horeca en scholen dicht. Osterhaus verwacht dat ‘we’ het met dit pakket aan maatregelen ‘een stuk beter gaan doen’. Hij ergert zich wel aan de lappendeken van acties door heel Europa. ‘Al die verschillende adviezen. Het is verschrikkelijk moeilijk te verkopen.’ Voor hem staat zijn glas rode wijn. Ruim 1,3 miljoen mensen kijkt naar Op1.

De volgende dag is hij er weer om de ‘historische’ speech van Mark Rutte te duiden. Het gevoel van saamhorigheid breekt aan. ‘Ik denk echt dat dit het beste scenario is, ik ben er zelfs nog een stuk positiever over dan hij.’ De populariteit van Rutte neemt subiet toe volgens het vaste opiniepanel van EenVandaag. Voor de coronacrisis schommelde het vertrouwen in de premier tussen de 25 en 45 procent en dat ging na de uitbraak al naar de 54 procent. Na de speech steeg dit tot maar liefst 68 procent. Dit effect - het acuut stijgen van de populariteit van zittende leiders in crisistijd - staat in de literatuur bekend als het rally around the flag-effect. De groep komt samen om de dreiging van buitenaf te lijf te gaan, onderlinge verschillen worden vergeten. Het virus raakt immers ook sterren als Tom Hanks en Idris Elba.

Die saamhorigheid werd versterkt omdat het lastig oppositie voeren is in crisistijd, zo constateerde ook Trouw vlak voor het debat in de Kamer dat op woensdag 18 maart plaatshad. Veel fracties zaten opgescheept met een dilemma, want ‘te hard erin gaan kan de indruk geven van: ‘’kijk ons eens kritisch zijn’’, middenin een van de grootste crises van de afgelopen jaren’. Vandaar dat de regering vooral op lof kon rekenen vanuit de Tweede Kamer. Want, ‘met de coronacrisis gaat het leiderschap van Rutte in nieuwe fase in’, analyseerde de Volkskrant en tekende uit de mond van oppositiepartijen op dat dit ‘een tijd is waarin we elkaar moeten vinden’.

Op maandag de 16e was Osterhaus nog rustig. ‘Volkomen terecht’ noemde hij het feit dat de premier geen draconische acties uitvoert zoals in China omdat dit ‘hier niet zou kunnen’. ‘Vergeet ook niet dat hier de zwaardere maatregelen pas drie dagen geleden zijn ingevoerd. De incubatietijd is tussen de tien en veertien dagen. Je kunt echt pas over een tijdje zeggen of het voldoende is.’

Twee dagen later is de innerlijke rust in Osterhaus verdwenen als hij weer aan de stamtafel zit. Osterhaus is nog niet aan het woord geweest, maar de presentatrice ‘ziet veel aan zijn mimiek’. Hij valt meteen in. ‘Ik denk dat we moeten beginnen aan die lockdown, zo snel mogelijk en de politiek interesseert me niets.’ Hij had gekeken naar de modellen van zijn Britse collega Neil Ferguson (die in quarantaine zit) en is daarmee aan het rekenen geslagen. ‘Aan het einde van de rit krijg je ergens tussen de vijftig- en honderdduizend mensen die komen te overlijden.’ Dat gaat niet gebeuren, maar met de maatregelen die er nu zijn, komt hij op ‘vijftigduizend IC-bedden en tiendduizend mensen die overlijden’. ‘Dan schrik ik.’

De graadmeter staat nu op ‘rekenen’. Overal duiken cijfers, aantallen en modellen op. Pieter Klok, hoofdredacteur van de Volkskrant, maant bij het radioprogramma Spraakmakers aan tot rust. Hij houdt een pleidooi Osterhaus niet te veel ruimte te geven. ‘Het verbaast me dat ie elke avond op tv is.’ En: ‘Laat je niet leiden door degene die op wil komen draven.’ In tijden van crisis, als de angst groot is, moet de journalistiek ‘met één mond praten’, vindt hij. Kritiek op het RIVM vindt hij nu niet slim. ‘Ik denk dat het verstandig is om als land één lijn te trekken en die lijn te steunen.’

Het staat voor de kramp waarin het land momenteel verkeert. Je bent óf aan het rekenen en vertellen wat er allemaal fout gaat, óf je staat in het kamp van de overheid. Wie kritiek heeft op de overheid is ‘een doemdenker’, wie kritiek heeft op de critici is een Rutte-adept. Wie buiten loopt is de vijand van de staat. Zo is Nederland weer het vertrouwde land van de tegenstellingen op basis van he-said-she-said. Osterhaus trekt zich er weinig van aan. En als we heel eerlijk zijn, zijn we qua opinie allemaal minimaal een keer Ab Osterhaus geweest.

Youp van ‘t Hek, die eerder cynisch over de coronacommotie schreef, is inmiddels opgenomen en weer ontslagen uit het ziekenhuis. ‘Tip van een ervaringsdeskundige’, twittert hij. ‘BLIJF BINNEN.’

Op zondag 22 maart is het drie-en-een-halve week geleden dat Osterhaus vrijwel zonder zorgen de auto vanuit Hannover naar de studio in het Amsterdamse Westerpark pakte. Hij zit er weer, met een glas rode wijn voor zijn neus en hij is boos. Nú moet er iets gebeuren, nú moeten er boetes komen. De aanvankelijke bedeesdheid is verdwenen als sneeuw voor de zon. Er kijken nu 1,8 miljoen kijkers. Bijna drie keer zoveel als de eerste keer dat hij bij Op1 aanschoof.

Hoewel vijf wetenschappers, gespecialiseerd in modelleren van infectie-uitbraken in NRC waarschuwen voor ‘bierviltjesberekeningen op Twitter’ staart Osterhaus vanaf de talkshowtafel bezorgd naar een door redacteuren gemaakte Excel-grafiek waarin de Nederlandse besmettingen naast die van Italië worden gelegd. De presentator vindt ‘de prognose’ er niet best uit zien. Ab Osterhaus knikt instemmend.

Een week later zit hij er weer. Nederland staat op scherp, het aantal doden blijft maar toenemen. ‘U wordt weggezet door sommige wetenschappers en journalisten als paniekzaaier? Is dat zo?’ vraagt de presentator. ‘Dat trek ik me absoluut niet aan’, antwoordt Osterhaus. En eerlijk is eerlijk, zijn gevoel van zorgeloos richting ‘dit is niet best’ correspondeert exact met dat van ons.