In Italië heeft de straatkat een wettelijke status

Rome – Ze staan o zo fotogeniek, gedrapeerd over ruïnes, tempels, stompen van zuiltjes of bij een wenend engelenbeeld over een graf. Als de katten van Rome copyright konden opeisen voor de ontelbare amateurkliks waarmee ze per dag worden vereeuwigd, waren ze geen zwerfkatten meer. Maar dat zijn ze nu juist wel officieel voor de Italiaanse wet: onderdeel van een colonia fellinia, een ‘zwerfkattenkolonie’. In hoesjes gestoken vodjes papier waarschuwen de kwaadwillende voorbijganger met grote viltstiftletters: ‘Hier resideert een officiële kattenkolonie!’ Dat betekent dat er plastic bordjes en bakjes met onwelriekende etensresten mogen staan in de brandende zon en dat de katten met rust moeten worden gelaten, meer niet. Zijn ze ziek en ondervoed, zijn hun ogen dichtgeplakt van de korsten, dreigen ze te stikken in hun slijm, het maakt niet uit, als je ze maar met rust laat. Zo staat het in de wet.

Een typisch Italiaanse oplossing voor een typisch mediterraan probleem. Zwerfkatten in zuidelijke landen zijn van alle tijden. Maar in plaats van een wet waarmee het treurige lot van de zwerfkat enigszins wordt verbeterd, maak je een wet waarin dat lot slechts wordt omschreven. Italiaanse katten ‘mogen’ officieel zonder baasje, zonder huis, zonder schuilplek in de winter en de regen, zonder dierenarts, zonder sterilisatie, op straat hangen. En eenzame kattenvrouwtjes, waar je er in Italië heel veel van hebt, mogen hun visresten en andere vieze dingen op bordjes kieperen om ze uren in de brandende zon te laten stinken. Want de katten zijn ook niet gek. Hoe veel honger ook, dat eten ze niet.

De beschaving van een land kun je aan van alles afmeten. Bij aankomst op Schiphol zijn het moderne ondergrondse treinstation, de glanzende metrowagons en de kloppende dienstregeling een grote vreugde. Maar het ware onderhuidse beschavingsgevoel krijg je van de katten in Nederland. Weldoorvoed, met een gezond glanzende vacht, opgewekt bezig aan een rondje door de buurt, thuis wacht het baasje, een dak, een mandje en een bordje eten. Als je in Nederland een papiertje in een plastic mapje op een boom ziet hangen staat erop: ‘Onze Flip is zoek! Beloning voor de vinder.’ Met een foto erbij van een ondeugende lapjeskat die met grote groene ogen opkijkt in de lens. Als je het in Italië vertelt, verandert het ongeloof langzaam in een lachbui: ‘Onze Flip is zoek! Voor een kat!’