In maijemoanne

Met alle respect voor Gerard den Brabander en Peter Verstegen, de beste Heine-vertaler van Nederland is een Fries. Het was de dichter, onderwijzer en journalist Fedde Schurer (1898-1968).

Zijn boekje Heinrich Heine, oersettings út syn dichtwirk (1931) heeft een hoog niveau en een nog hogere zeldzaamheidswaarde. Het merendeel van deze vertalingen ontstond, blijkt uit Schurers memoires, op de boot tussen Lemmer en Amsterdam.
Schurer was naar Amsterdam uitgeweken, nadat hij in Lemmer, waar hij als onderwijzer werkte, in conflict met het plaatselijke school- en kerkbestuur was gekomen, omdat hij het in een voordracht had gewaagd ‘Kristendom en Oarloch’ onverenigbaar te verklaren.
Wegens deze onverdedigbare, door en door onchristelijke opvatting werd Schurer door het schoolbestuur ontslagen, terwijl het kerkbestuur hem de toegang tot het Heilig Avondmaal ontzegde.
'Fan 'e moderne talen ken ik alline wat Dútsk’, zei Schurer anno 1925, in een vraaggesprek met het weekblad Sljucht en Rjucht. Dat Duits bleek toereikend genoeg. Men oordele zelf, op grond van het beroemdste gedicht uit het Buch der Lieder, later door Robert Schumann nog beroemder gemaakt.
'In maijemoanne, wuêndermoai, en alle knoppen sprongen - Do is der yn myn herte de ljeafde iepengongen.//
In maijemoanne, wuêndermoai, en ’t tilde fen fuêgelsangen - Do haw ik hjar biliden, myn dream en great forlangen.’
Men vraagt zich af bij het lezen van Schurers Heine-vertalingen hoe het mogelijk is dat er zo'n volmaakte harmonie heeft bestaan tussen deze op het oog zo verschillende figuren, de een een neurotische, doodzieke, negentiende-eeuwse Duitse jood, de ander een zelfverzekerde, kerngezonde, twintigste-eeuwse Friese protestant. Een soort antwoord vindt men in Schurers definitie van het dichterschap. Een dichter, zei hij, is geen bovenaards wezen. 'In dichter is in keardel dy’t fersen meitsje kin.’ Kerels als Heinrich Heine en Fedde Schurer, mannen met belangstelling voor zowel het aardse als het bovenaardse en bovenal dappere soldaten in de bevrijdingsoorlog der mensheid.
Want zij streden, elk op hun eigen wijze, voor een meer bewoonbare samenleving. Schurer was pacifist. Hij had voor het oorlogsvraagstuk een eenvoudige, symphatieke en geldbesparende oplossing: algehele ontwapening, te beginnen met het afschaffen van de atoombom. Ook Heine was op zijn manier een man des vredes. 'Milde stemming. Wensen: een bescheiden onderkomen, strodak, comfortabel bed, goed voedsel, melk en (zeer verse) boter, bloemen voor het raam, voor de deur een paar mooie bomen en als de Goede God mijn geluk wil vervolmaken, laat hij mij dan het plezier doen dat aan die bomen zo'n zes à zeven van mijn vijanden worden opgeknoopt.’
Heine, dat 'joodse canaille’, heeft anderhalve eeuw op een behoorlijk monument ter zijner nagedachtenis moeten wachten. Het staat er inmiddels, op de Schwanenmarkt in zijn geboorteplaats Düsseldorf. Schurer, die als 'Koning van Friesland’ onomstreden was, werd onmiddellijk na zijn dood in plaatstaal vereeuwigd. Dit standbeeld staat in Heerenveen, waar Schurer het laatste deel van zijn leven woonde en werkte. Plaatstaal is geen ideaal materiaal. De Friese dichter oogt enigszins als een platgeslagen pannekoek en bij zwaar weer wappert hij in de wind.