In Marokko

In Marokko

Al draagt de landbouw in Marokko maar vijftien procent bij aan het bruto nationaal product, hij herbergt wel veertig procent van de actieve beroepsbevolking. Dat zegt iets over het geringe inkomen dat het land oplevert, merkt NRC-_correspondent Steven Adolf terecht op in _Marokko achter de schermen. De Marokkaanse boer werkt eerder voor zijn eigen levensonderhoud dan dat hij nu zoveel bijdraagt aan de economie. Vier van de vijf boeren, aldus Adolf, hebben nooit enige opleiding genoten en bewerken het land vrijwel zonder mechanische middelen.

En toch hoort men in Marokko vaak de gevleugelde woorden ’quand l’agriculture va, tout va’. En dat is begrijpelijk, want als het goed gaat met de landbouw, gaat het goed met de economie. Een vruchtbaar jaar remt ook de trek van arme boeren van platteland naar stad, waar de helft van de Marokkanen inmiddels woont, en voorkomt dus dat de sloppenwijken rondom de grote steden blijven uitdijen (met alle problemen van dien). Verder hoeft er bij voldoende regen minder graan te worden geïmporteerd, zodat de broodprijs laag kan blijven, wat volksoproeren voorkomt. En ten slotte ‘loopt alles’ omdat al die boeren meer geld in hun zak hebben en dus meer kunnen kopen.

Vandaar dat men wel zegt dat regen de smeerolie is van de Marokkaanse economie. Zon is er immers genoeg; de Marokkaanse landbouw heeft regen nodig. Daarom wordt de mens die het in dit land kan laten regenen, een enorme baraka (goddelijke, zegenende kracht) toegeschreven.

En laat dat nu de koning zijn, die onder meer ‘aanvoerder der gelovigen’ is. Een maand geleden was de nood aan de man. Wilde het met het komende landbouwjaar nog wat worden, dan moest het echt eens gaan regenen. Vorig jaar was een slecht regenjaar. Ging dat dit jaar weer zo worden? Niet alleen de boeren, heel Marokko maakte zich zorgen.

De koning besloot dat het inderdaad lang genoeg droog was geweest en dat op de eerstkomende vrijdag in alle moskeeën in het hele land gebeden moest worden om ‘de Allerhoogste om weldadige regens te smeken en Zijn genade op de gelovigen te doen neerdalen’. Aldus geschiedde: imams en miljoenen moskeegangers smeekten tezamen om regen, en warempel, God bleek genadig. Vier dagen later werd heel Marokko overspoeld door langverwachte, weldadige regens. Niet alleen de boeren, alle Marokkanen waren blij, met de regen – en met hun koning.

‘Om regen smeken’ wordt vermoedelijk al sinds mensenheugenis gedaan, maar de islamitische orthodoxie heeft er zijn eigen betekenis aan gegeven: droogte als straf voor de door een heel volk begane zonden, en de weldadige regens die die zonden vervolgens ‘wassen’. Zo bezien kleeft aan het smeken om regen wel een risico voor hen die daartoe het initiatief nemen, want wat als die regen vervolgens niet komt? In vroeger tijden was het niet de koning maar konden imams zelf besluiten tot zo’n regenbede – en was het risico van gezichtsverlies (geen baraka) dus ook voor hen. Hoewel ze altijd wel een excuus achter de hand hadden: dat de zonden van de plaatselijke gelovigen kennelijk te talrijk waren om nog door een bui te kunnen worden gewassen.

De weldadige regens zijn alweer van ruim een maand geleden. Het is alweer vier weken droog. Wil het nog iets worden met de inmiddels ontkiemde plantjes, dan zou het nu toch weer moeten gaan regenen. Waarom roept de koning het hele volk niet opnieuw op te bidden voor overvloedige regenval? De vorige keer had hij daar toch succes mee.

Omdat de koning ook niet achterlijk is en het weerbericht in de gaten houdt. Om regen smeken als je zeker weet dat die toch niet komt, kan zijn imago alleen maar schaden. Zo’n smeekbede is daarentegen pure winst wanneer het lang droog is geweest en donkere wolken zich aan een verre einder samenpakken. Natuurlijk weten ook Marokkanen dat er zoiets als een weersvoorspelling bestaat, en dat de koning daar niet onkundig van zal zijn, en toch – want Marokkanen zijn gelovig – onderstreept Mohammed VI met zo’n succesvolle oproep zijn magische status van bemiddelaar bij Allah. Het is bijna alsof hij het zelf is die de zonden van de Marokkanen wast, en het land vruchtbaar maakt. Een soort zelfpromotie die goed past bij dit autocratisch koningschap.

Overigens is er geen genade geweest voor de zes ‘verdachten’ van de ‘homobruiloft’ in Ksar el Kbir. Die hebben allemaal gevangenisstraf gekregen, variërend van vier tot tien maanden. De rechter, die de druk van de publieke opinie vermoedelijk niet heeft kunnen weerstaan, of de opdracht heeft gekregen de islamisten niet in de kaart te spelen, heeft de verdachten schuldig bevonden aan ‘aantasting van de goede zeden’ en ‘seksuele perversie’.