In Marokko

In Marokko

Het wordt tijd dat ik eens iets over Fouad Ali el Himma schrijf, op de koning na de machtigste man van Marokko. Hij is parlementariër. Hoe kan een parlementariër in een land waar het parlement niets te vertellen heeft de op één na machtigste man zijn? Dat kan alleen door zeer nauwe banden met koning Mohammed VI te onderhouden.

De vriendschap tussen beiden – want dat is het – dateert van hun middelbareschooltijd. Fouad Ali el Himma maakte deel uit van het collège royal, het klasje van de koning. Behalve de kroonprins telt het nog elf leerlingen, zonen van notabelen, zeker, maar ook jongens van bescheiden afkomst, zoals Fouad Ali el Himma, wiens vader leraar is in het stoffige Ben Guerir, niet zo ver van Marrakesj. De jongens zijn vooral geselecteerd op hun slimheid. In 1981 behalen ze hun diploma – het Franse baccalauréat – en sindsdien hebben ze het, voorspelbaar, ver geschopt. Maar niemand zo ver als El Himma. Tussen hem en Mohammed VI ontwikkelt zich een vriendschap. El Himma is dé vertrouweling van de koning.

Hij gaat rechten studeren in Rabat, loopt vanaf 1986 stage onder de almachtige en gevreesde minister van Binnenlandse Zaken Driss Basri (we zitten midden in de ‘jaren van lood’), studeert er nog politicologie en bestuurskunde bij, en wordt in 1992 voorzitter van de gemeenteraad van Ben Guerir. Hij is dan dertig jaar. In 1995 komt hij in het parlement terecht als afgevaardigde van de streek Rhamna (waarin Ben Guerir ligt). In 1998 wordt hij benoemd tot ‘directeur van het kabinet van de kroonprins’. Een jaar later overlijdt Hassan II en wordt Mohammed VI koning. Binnen een jaar wordt El Himma een van diens belangrijkste steunpilaren: minister ‘toegevoegd’ aan het ministerie van Binnenlandse Zaken. Dat soort toegevoegde ministers, een Marokkaanse eigenaardigheid, is machtiger dan de eigenlijke ministers. Ze zijn een soort voogd, houden de boel in de smiezen, fungeren als brug tussen koning en ministerie. Ze staan dus dichter bij de koning, hebben meer macht.

In die invloedrijke en machtige hoedanigheid van toegevoegd minister aan het ministerie van Binnenlandse Zaken behandelt Fouad Ali el Himma vanaf het jaar 2000 de meest gevoelige dossiers: het formeren en begeleiden van de ‘waarheidscommissie’ die Marokko met de tirannie en mensenrechtenschendingen van de ‘jaren van lood’ moet verzoenen. Na de bomaanslagen in Casablanca in mei 2003, ruim dertig doden, neemt El Himma de coördinatie op zich van de verschillende Marokkaanse veiligheidsdiensten, die de jacht op ‘integristen’ hebben geopend. El Himma leidt ook de diplomatieke missies met betrekking tot de eeuwige kwestie van de Westelijke Sahara – wel of geen onafhankelijkheid voor dat in 1975 door Marokko bezette gebied? El Himma is betrokken bij alles wat er in Marokko echt toe doet. Ruim zeven jaar lang is hij de onbetwiste nummer 2 van het regime.

Maar dan, zomer 2007, maakt El Himma bekend dat hij aftreedt. Om mee te kunnen doen aan de parlementsverkiezingen, opnieuw als afgevaardigde van zijn geboortestreek Rhamna. Dat deze machtige man weer parlementariër wil worden, is nieuws dat inslaat als een bom. Wat is hier aan de hand? Hoe kan de nummer 2 van het regime vrijwillig van al die macht afstand doen, om een dergelijke bescheiden post in te nemen? Wat zit daarachter? De media tasten in het duister. Heeft El Himma ruzie met de koning? Is dit zijn val?

Van alle hypotheses die geopperd worden, is de volgende de meest plausibele. El Himma en de koning zijn nog altijd goed bevriend. Maar de koning vreest een overwinning van de PJD (de islamistenpartij). Pakt dat inderdaad zo uit, dan heeft Mohammed VI iemand in het parlement nodig die de boel kan organiseren en tegenwicht kan bieden.

De mensen uit Rhamna hebben groot vertrouwen in de beste vriend van de koning en stemmen massaal op El Himma. Overal in Marokko laat de kiezer het afweten – ‘stemmen heeft toch geen zin’ – maar niet in die streek. De Marokkaanse kiezer is niet gek.

De islamisten winnen helemaal niet. Wat moet El Himma nu in het parlement? Wel, hij zit er niet stil. Onmiddellijk creëert hij een ‘groep El Himma’, parlementsleden schurken graag tegen hem aan, en ook een ‘Beweging voor Traditie en Moderniteit’, waar zelfs ministers zich bij aansluiten. Wat betekent dit alles? Is hij bezig een politieke partij op te richten, ‘de partij van de koning’? En is dat weer een teken dat de koning ernst maakt met de democratisering van Marokko – zij het niet zonder een invloedrijke partij in het parlement, die op zijn hand is? We moeten het afwachten.