In Marokko

In Marokko

Touria Jabrane is een 56-jarige comédienne die nooit anders dan lachend op foto’s staat. Eigenlijk wás ze een comédienne, want sinds een paar maanden maakt ze deel uit van de regering als minister van Cultuur. Maar op foto’s blijft ze lachen. Ze is denk ik een aardige vrouw. Laatst stond er een interview met haar in weekblad Le Journal en de journalist vroeg haar wat ze op haar terrein voor elkaar hoopte te krijgen. Ze zei dat het ministerie van Cultuur beter beheerd moest worden, dat bovenal, en ze noemde als tweede het lezen: dat moest worden gestimuleerd, vooral op het platteland. Daar heeft Touria Jabrane beslist een punt. Niet alleen is bijna de helft van de bevolking analfabeet – vijftien miljoen Marokkanen – de rest leest nauwelijks. Er is hier niet wat je noemt een leescultuur, hoewel er wel veel kranten en tijdschriften zijn. Maar het is maar een kleine minderheid die daar gebruik van maakt.
Hoe wilde de minister de leescultuur op het platteland bevorderen? Daar was ik nieuwsgierig naar, dus ik las door. Wel, dat wilde ze doen door ‘een strategie’ te ontwikkelen om de boekenprijs te verlagen, vooral de prijs van kinderboeken. Kinderen immers, voegde ze eraan toe, waren ‘de hoop voor de toekomst’.

Hier hield ik op met lezen om de woorden van de minister van Cultuur tot me door te laten dringen. De boekenprijs omlaag? Maar zo duur zijn Marokkaanse boeken niet. Boeken die hier worden gedrukt en uitgegeven kosten de helft van wat ze in Europa kosten. Maar dat blijft veel geld voor veel Marokkanen en vooral voor plattelanders, die van hooguit een paar honderd euro per maand moeten rondkomen. Die geven geen geld uit aan wat ze zien als luxe.

Maar de prijs is niet eens het probleem, dacht ik daarna. Kinderboeken. Hier heb ik zelf ervaring mee, want bij mij in huis woont ook de zevenjarige dochter van mijn vrouw. Voor dit meisje zíjn helemaal geen kinderboeken te koop, om de eenvoudige reden dat in haar moedertaal niet wordt geschreven. Mijn stiefdochter spreekt Marokkaans-Arabisch, ‘het dialect’ zoals dat hier wordt genoemd, waarin alleen gesproken wordt.

Als ik mijn stiefdochter een sprookje wil voorlezen, moet ik dat in het Frans doen. Ze zit op een privé-school waarop de helft van de tijd in het Frans wordt onderwezen, dus ze begrijpt me steeds beter als ik haar voorlees. Mijn vrouw kan haar voorlezen in het Standaard Arabisch, daarin zijn ook kinderboeken geschreven, maar die taal is bijna even moeilijk voor de kleine als Frans. Maar ook dat gaat steeds beter, dankzij het onderwijs dat ze krijgt. Maar de meeste kinderen krijgen zulk goed onderwijs niet.

Nu is de moedertaal van mijn stiefdochter nog het Marokkaans-Arabisch, maar er zijn ook veel kinderen die als Berber ter wereld komen. Voor hen is er ook niks. Welke Berbers kunnen het berberalfabet lezen, dat met alle kruisjes, rondjes en driehoekjes meer op wiskunde dan op taal lijkt? Sinds kort wordt op sommige scholen in door Berbers bevolkte regio’s het Amazight onderwezen, vaak door docenten afkomstig uit bijvoorbeeld Rabat, die dat Amazight zelf eerst als tweede taal hebben moeten leren, en ook het alfabet, om daar in de klas iets mee te kunnen doen. Laten we bovendien niet vergeten dat in Marokko drie berbertalen worden gesproken – een in de Rif, een in de Midden-Atlas en een in de Souss – die niet hetzelfde zijn. Welke berbervariant heeft men gekozen om op die scholen te onderwijzen? Welke variant wordt door het alfabet gereflecteerd? Hier liggen nog veel problemen.

Die arme Berberkinderen moeten drie soorten schrift leren, maar voor hun moeite worden ze niet beloond want in hun moedertaal zijn geen kinderboeken te koop.

Maar aan de kwestie van de talen wil Touria Jabrane zich niet branden. Het Standaard Arabisch is heilig in Marokko. Het is de taal van de Marokkaanse Onafhankelijkheid, van de Arabische eenheid en van de koran. Het is en blijft dé taal van Marokko, zo verkondigde minister-president Abbas al Fassi onlangs nog eens, braaf als-ie is. Alsof het de moedertaal is van alle Marokkanen, terwijl het de moedertaal is van niet één Marokkaan. Al Fassi zelf spreekt trouwens altijd Frans – want dat is nu eenmaal de taal van de bovenlaag, en voor hen zijn er Franse kinderboeken.

Voor de kinderen op het platteland moeten mooie kinderboeken dus worden vertaald, uit het Frans of uit het Standaard Arabisch, in het Marokkaans-Arabisch. Daar zou je een grote meerderheid van de Marokkaanse kinderen blij mee maken. Daarmee promoot je het lezen. Maar dat kan de minister niet zeggen, want dat kan ‘ideologisch’ niet. Zo los je dus nooit iets op.