IN MAROKKO

IN MAROKKO

FES – Ik ben blij dat Samira met me meeloopt door de oude stad van Fes, Fes el Bali, want ik zou in dit enorme doolhof van straatjes en steegjes binnen de kortste tijd verdwaald zijn. Samira heeft acht jaar in Fes ge woond, weliswaar in de nog door de Fransen gebouwde ville nouvelle, maar ze kent de weg in de medina redelijk, in ieder geval een stuk beter dan ik. Helaas, merk ik al snel, is het geen onverdeeld voordeel hier te lopen met een Marokkaanse, en dan nog op een moment dat alles gesloten is, omdat op vrijdagmiddag iedereen naar de moskee is, en weinig je afleidt van de deprimerende staat waarin de meeste huizen verkeren.

Ik heb de 35-jarige Samira in Rabat leren kennen, en ik heb een goede gids aan haar. Ze heeft in verschillende Marokkaanse steden gewoond, kent verschillende regio’s uit eigen ervaring, en ze is niet dom. Ze heeft gestudeerd en spreekt het standaard-Arabisch en het Frans even vloeiend als haar moedertaal, het Marokkaans-Arabisch. Ze spreekt ook nog Engels. Ze heeft wat algemeen gezien wordt als een goede baan bij de overheid, al denkt zij daar zelf anders over, met een salaris van vijfhonderd euro per maand. Ze woont op zichzelf en is wat je noemt een moderne, zelfstandige vrouw, wat niet betekent dat ze in Marokko kan doen en laten wat ze wil. Er zijn hier regels en aan die regels zijn vooral vrouwen onderworpen, ook de moderne, zelfstandige.

Een zo’n regel, zij het ongeschreven, is dat je niet op een gewijd tijdstip als vrijdagmiddag met een buitenlander door de medina van Fes loopt – als Marokkaanse, want dan heb je onmiddellijk de schijn tegen en ben je jezelf aan het «verkopen» – waarom zou je anders naast een buitenlander lopen? In Marrakesj zou het geen enkel probleem zijn, want Marrakesj is een van toeristen en mondaine Marokkanen vergeven stad waar je zelfs tijdens de ramadan overal kunt eten en drinken. Ook Rabat, waar ik zit, heeft iets werelds, al is het veel gematigder, ja saaier dan Marrakesj. Maar het oude Fes dat eeuwenlang geroemd is om zijn cultureel en geestelijk leven en nog altijd vermaard is om zijn universiteit, dit oude en gedistingeerde Fes ademt op een verlaten middag als deze, wanneer de medina zich als het ware naakt toont, een bekrompen en vooral vervallen sfeer, ja een sfeer van armoede. Op vrijdagmiddag door de medina van Fes lopen, is een benauwende ervaring, eigenlijk wil ik er zo snel mogelijk weer weg.

De smoezelige huizen, het vuile pleisterwerk en de morsige stank die in de steegjes hangt, zijn deprimerend, en de tegelijk vijandige en taxerende blikken van de enkeling die hier nu nog wel rondloopt, zijn storend, net als de opmerkingen van groepjes jongens die verveeld in dit doolhof rondhangen, opmerkingen die ik uiteraard niet kan verstaan, maar Samira wel. Maar ze doet haar best die te negeren, en terwijl wij door de steegjes lopen legt ze me uit dat tegenwoordig vooral arme boeren zich in de medina van Fes vestigen, plattelandsbewoners die na de zoveelste periode van droogte hun heil maar in de stad zoeken. Geld om die oude en half-op-instorten-staande huizen op te knappen hebben ze niet, ze hebben nauwelijks geld om te eten. De huizen worden dus niet opgeknapt maar integendeel verder uitgewoond, want de plattelandsbevolking bewoont ze met velen. En behalve Unesco, dat Fes tot cultureel erfgoed heeft verklaard, zijn er volgens Samira maar weinigen die iets voor Fes doen, en zeker de Fessies niet.

Daar raken we aan een punt, heb ik al eerder gemerkt, dat de temperamentvolle Samira gemakkelijk tot een boutade verleidt: de Fessies, de inwoners van Fes, die in Marokko de reputatie hebben zeer succesvol te zijn. Echte Fessies zijn verfijnde kosmopolieten en op z’n minst minister of chirurg. Maar zodra ze hun opleiding in Fes voltooid hebben en geld gaan verdienen, foetert Samira, verhuizen ze naar een chique buitenwijk van Fes of Rabat of Marrakesj, waar ze grote villa’s voor zichzelf laten bouwen, «net als jouw huiseigenaar». Het appartement dat ik hier heb gehuurd, betrek ik inderdaad van een Fessie, die als anesthesist in een privé-kliniek in Rabat werkt. «Wat doen mensen als hij terug voor de stad waaraan ze alles te danken hebben? Ze trekken er vandaan, ze willen er niet wonen.»

Ikzelf heb niks tegen mijn huiseigenaar, die ik aardig vind. Samira heeft hem een keer ontmoet en ergerde zich onmiddellijk aan zijn verfijnde manieren – en op dat moment kreeg ik voor het eerst het gevoel dat er misschien meer was dat haar stoorde aan Marokko dan alleen de Fessies. Maar daarover volgende week.