In Marokko

In Marokko

Vorige maand verscheen bij Bantam Books In Arabian Nights, A Caravan of Moroccan Dreams, door Tahir Shah. Shah is een Engelsman van Afghaanse afkomst, met allerlei banden met Marokko: zijn grootvader woonde ooit in Tanger, zijn vader nam zijn gezin mee op reis door Marokko, en zelf woont de 41-jarige Shah sinds een paar jaar met vrouw en twee kinderen in Dar Khalifa, Het Huis van de Kalief. Dat is tegelijk de titel van het boek dat Shah een paar jaar geleden schreef over het kopen, opknappen en bewonen van dat, tijdens tien jaar leegstand, door dzjinns in bezit genomen huis, een klein paleis midden in een krottenwijk aan de zuidelijke rand van Casablanca. In Arabian Nights kan worden gelezen als een vervolg op The Caliph’s House, omdat Shah opnieuw strijd moet leveren met dzjinns, of liever, met zijn Marokkaanse tuinman, bewaker en werkster, die heilig overtuigd zijn van het bestaan van deze kwade geesten, die alleen door middel van rituelen onschadelijk kunnen worden gemaakt. De muren en toiletpotten waarin de dzjinns huizen worden gewassen met het bloed van pas geslachte geiten en kippen, deuren worden ingesmeerd met een speciale honing die Shah alleen maar kan vinden in dat ene afgelegen bos. Een en ander levert vervolgens weer een vliegenplaag op in Dar Khalifa – in het beschrijven van dat soort perikelen, waaraan nooit een eind lijkt te komen, is Shah een meester.

Maar In Arabian Nights is, zoals de titel ook aangeeft, veel meer dan de strijd met het bijgeloof van Shah’s Marokkaanse personeel. Het is een boek over het vertellen van verhalen – we herinneren ons dat Sheherazade haar leven redde door de sultan gedurende duizend-en-één nachten geïntrigeerd te houden met de meest wonderlijke vertellingen. Shah gaat in zijn boek op zoek naar de traditie en betekenis van het vertellen van verhalen in de Arabische wereld, en dan vooral in Marokko.

Neem dit laatste vooral niet te zwaar: het thema van In Arabian Nights is serieus maar het boek is luchtig en vooral grappig geschreven. Op het eerste gezicht lijkt het non-fictie, ook al omdat Shah zichzelf en zijn familieleden onder hun eigen naam opvoert, maar realisme kan dit toch niet zijn. Het komt er griezelig dichtbij, zeker, de belevenissen van Shah blijven ook steeds geloofwaardig, en toch word je zonder het in de gaten te hebben meer en meer een sprookjeswereld binnen getrokken. In Arabian Nights is magisch realisme – even magisch als de vertellingen van de duizend-en-één-nacht. Het is een heerlijk boek.

Op vrijdagmiddagen zit Shah – het personage in het boek – in Café Mabrook, niet ver van zijn huis. The walls were gray-black, and the air so smoky that if it were anywhere else there would have been a health warning nailed to the door. The chairs were all wobbly and broken, and the floor permanently concealed by a thick layer of cigarette ends. The only waiter was called Abdul-Latif. He was middle-aged, hunched over, and missing both his thumbs. The deformity made counting out the change all the more difficult. He didn’t take orders but instead slapped down a glass of syrupy black coffee and an ashtray to anyone and everyone who walked through the door.

Abdul-Latif is maar één van de vele personages. In Arabian Nights doet een stoet van bonte figuren aan de lezer voorbij trekken, en allemaal hebben ze Shah iets te vertellen, iets dat hem dichter bij the story that lives in his heart brengt, dat ene verhaal, zíjn verhaal, waarnaar hij op zoek is. Te weten zien te komen wélk verhaal het is dat in je hart leeft, is een Berbertraditie, althans, volgens de gepensioneerde dokter met wie Shah regelmatig spreekt in Café Mabrook. Deze dokter is een van de vaste klanten van dit half vervallen café. Ze worden zo beschreven: Most of the clients were henpecked local men, all hiding from their wives. Their faces bore the same pained expression, the look of man hunted every waking hour. Their wives were all clones of the same alpha female, beefy and fearless, the kind of woman who preyed on the weak. But, thankfully, the henpecked husbands had come to learn that they were safe from persecution in the no-man’s-land of Café Mabrook.

Iedereen weet dat Marokkaanse mannen overdag graag in cafés zitten, en de westerling beticht ze gemakkelijk van luiheid, of voelt een zekere wrevel omdat die cafés zo nadrukkelijk mannelijk domein zijn. Shah daarentegen beschrijft deze mannen met groot mededogen. Dat is een van de grote kwaliteiten van deze auteur: dat hij dingen ánders ziet, Marokko voor je doet kantelen, terwijl hij er tegelijkertijd grote sympathie voor weet te wekken. In Arabian Nights is het werk van een goedaardige dzjinn.