In Marokko

In Marokko

De arme gardien Ahmed, die hier de straat bewaakt, was er laatst een paar dagen niet en toen hij weer terug was had hij een verband om zijn hoofd. Ik vroeg wat er met hem gebeurd was en hij zei dat hij met vier dieven had gevochten. Ter illustratie trok hij het verband ietwat opzij, wat hij tamelijk routineus deed, en trok een zielig gezicht, terwijl ik de gapende wond op zijn achterhoofd inspecteerde. Ik kon het niet laten hem een dag later uit medelijden honderd dirham in handen te drukken – evenveel als ik hem iedere maand voor zijn werk geef –, waarvoor hij me omstandig bedankte.

Ik heb Marokko lange tijd voor een vredelievend land gehouden, de Marokkanen voor een vredelievend volk. Ik wist wel dat de oude dictator Hassan II er anders over dacht en zijn onderdanen zag als ‘leeuwen, die alleen met de zweep te temmen zijn’, maar zelf merkte ik daar niks van. Op straat ben ik weliswaar dagelijks getuige van talloze ruzietjes, waarbij beide partijen doorgaans buiten zinnen raken, maar ook altijd door omstanders in bedwang worden gehouden. Ik zie vrijwel nooit dat iemand daadwerkelijk een pak slaag krijgt.

Tot, afgelopen nacht, de arme Ahmed weer werd belaagd. Dit keer sliep ik er niet doorheen maar werd midden in de nacht gewekt door een hoop geschreeuw en gejoel. Ik ging kijken vanaf het balkon en daar stond rondom Ahmeds wachtershuisje een man of tien, de een nog kwaaier dan de ander. Het wachtershuisje was dicht en men deed zijn best het open te rukken, en ik vermoedde dat Ahmed zichzelf had opgesloten om het vege lijf te redden, totdat ik de gardien herkende als een van de figuren rondom zijn huisje. Hij deed zijn best de gemoederen te kalmeren, wat hem niet lukte, men bleef aan de deur van zijn huisje rukken, totdat het iemand lukte die open te krijgen en een ander onmiddellijk met een knuppel begon in te hakken op iets dat zich daarin bevond. Ahmeds huisje is hooguit een halve meter diep. Er kwam een gegil uit van een kat in doodsnood, dat onophoudelijk aanhield. Ik belde de politie, die zei dat ze eraan zouden komen. De hele straat was inmiddels wel wakker, meer mensen bekeken het nachtelijke tafereel vanaf het balkon, andere bewoners gingen naar buiten en probeerden de groep tot bedaren te brengen. Al hoorde ik een paar keer het woord pédé – homo – ik had geen idee wat er aan de hand was. Een paar minuten later dacht de groep dat de politie eraan kwam en dook men snel een auto in om in de nacht te verdwijnen. Ahmed en de bewoners bleven pratend achter, de politie bleek helemaal niet te komen, en de pédé die zijn toevlucht tot Ahmeds huisje had gezocht, kwam voorzichtig te voorschijn en maakte vervolgens dat hij wegkwam, half voorovergebogen van auto naar auto hollend, waarachter hij dekking zocht. Met zijn lange haar en witbepoederde gezicht leek hij vanaf mijn balkon op een travestiet.

De volgende dag vroeg ik Ahmed wat er aan de hand was, maar ik begreep helaas niet veel meer dan dat deze ‘pédé’ een spiegel van een auto kapotgemaakt zou hebben. Ahmed zei dat al die verontwaardigden allemaal een of twee grote stenen bij zich hadden, anderen hadden een knuppel of een stuk hout in hun handen. Dat laatste had ik zelf ook kunnen zien en ik had het idee dat ze, toen zij inhakten op degene die zich in het huisje bevond, bezig waren die te vermoorden. Het slachtoffer moet zich hebben beschermd met de deken die Ahmed altijd in zijn huisje heeft liggen, want hij kwam zo op het oog nogal ongeschonden het huisje uit.

Er zijn momenten dat ik walg van dit land, dat ik inmiddels ook niet meer als vredelievend kan zien. Ik heb dat lange tijd wel gedaan omdat dat typische opgeblazen gedrag van baldadige en halfdronken figuren hier min of meer ontbreekt, omdat de Marokkaan in de openbare ruimte zelf niet veel ruimte inneemt, een weldadig soort bescheidenheid. Inmiddels is me duidelijk dat dat niet betekent dat er geen geweld is. Ik weet wel dat ik nu de neiging heb van de weeromstuit de dingen om te keren, maar toch: waarom heeft iedereen een knuppel in zijn auto? Waarom pakt iedereen die knuppel ook onmiddellijk bij de minste onenigheid? Waarom gebruikt men die ook, als men niet door anderen wordt tegengehouden? Heeft niemand hier het besef van fair play? En waarom moet één iemand door tien man met stenen en knuppels worden belaagd?