In Marokko

In Marokko

Negen terroristen ontsnapten een week geleden uit de ‘salafistenvleugel’ van de gevangenis van Kenitra ten noorden van Rabat. Ze groeven een tunnel van dertig meter, kwamen naar boven in de tuin van de villa van de gevangenisdirecteur, hoefden toen nog maar een twee meter hoge muur over en losten op in het niets. De politie kamde de bossen in de omgeving uit, zonder resultaat, en overal in het land zijn roadblocks opgezet, toegangswegen tot steden staan onder streng toezicht, maar dat heeft nog niets opgeleverd. De voortvluchtigen zijn zware jongens: twee terdoodveroordeelden, vier hebben levenslang aan hun broek, drie zijn veroordeeld tot twintig jaar. Het is de spectaculairste ontsnapping uit de geschiedenis van het Marokkaanse gevangeniswezen.

De ontsnapten lieten op een muur van de cel een tienregelig briefje achter, waarin men ‘nee tegen onrecht’ zegt en erop wijst alles geprobeerd te hebben, alle officiële wegen te hebben bewandeld (om hun onschuld te bewijzen en vrij te komen) en dat slechts dit middel restte. Men vraagt om begrip. Men belooft niemand kwaad te doen ‘als niemand ons kwaad doet’. Men wil slechts zijn vrijheid. Men vermeldt expliciet dat niemand ze geholpen heeft, ‘wij alleen zijn verantwoordelijk voor deze daad’. Ten slotte excuseert men zich voor de overlast. ’Nous nous excusons pour le dérangement.’ ‘En dan beweren sommigen nog dat takfiristen geen gevoel voor humor hebben’, schreef commentator Khalid Jamaï, de H.J.A. Hofland van de Marokkaanse journalistiek, naar aanleiding van deze laatste zin. In zijn geheel genomen doet het briefje wat kinderlijk aan, en het contrasteert nogal met het loodzware strafblad van deze nu ex-gevangenen. Ze zijn veroordeeld omdat ze deel zouden uitmaken van een terroristisch netwerk, sommigen zouden verantwoordelijk zijn voor de aanslagen in Casablanca in mei 2003, de bloedigste in Marokko tot nog toe. Ten minste één van hen zou de trainingskampen van al-Qaeda in Afghanistan hebben doorlopen. De terdoodveroordeelden zouden bovendien ‘betrokken’ zijn bij de moord op een politieman te Casablanca en op een joods-Marokkaanse burger te Meknès.

Naar aanleiding van deze ontsnapping meldde het officiële Marokkaanse persbureau MAP dat er in het land negenhonderd terroristen gevangen zitten, de overgrote meerderheid in de bekende ‘salafistengevangenissen’ van Casablanca, Salé (dicht bij Rabat) en Kenitra. Eerder overigens hadden ngo’s dat aantal op tweeduizend geschat. Hoe dan ook, het zijn er veel. Veruit de meesten zijn opgepakt na de aanslagen in Casablanca in 2003, waarna alles wat ook maar enigszins naar terrorist rook in de cel belandde. Sommigen werden daar daadwerkelijk terrorist, zoals de twintiger Abdelfettah Raydi, die zich een jaar geleden, kort na zijn vrijlating, half per ongeluk liet ontploffen in een internetcafé in Casablanca. Ook hij was opgepakt na de aanslagen van mei 2003 – vooral omdat hij het ongeluk had in dezelfde sloppenwijk te wonen als de kamikazes die zich in Casablanca hadden opgeblazen.

Uit voorzorg bergt men in Marokko liever te veel dan te weinig ‘mogelijke terroristen’ op, van een eerlijk proces is doorgaans geen sprake. Voorstanders hiervan zeggen dat het helpt en wijzen op het geringe aantal aanslagen in Marokko. Tegenstanders beweren juist dat deze politiek terroristen kweekt: in hun optiek fungeren de salafistengevangenissen als opleidingsinstituut.

De mate waarin de ontsnapten van Kenitra al dan niet schuldig zijn, valt voor buitenstaanders niet te bepalen. Zeker is dat ze de hoop binnen afzienbare tijd vrij te komen, hadden opgegeven – zoals ze zelf ook schreven. Ze waren niet alleen ‘uitgeprocedeerd’, ook hun verzoeken om gratie werden niet meer in behandeling genomen. De koning verleent sinds een jaar geen gratie meer aan salafisten.

Bleef alleen die tunnel naar de vrijheid over. Raadselachtig hoe de mannen daar zo lang ongemerkt aan hebben kunnen graven. En wat deden ze met het zand? Ze zaten met z’n negenen in twee aangrenzende cellen, waartussen ze, eveneens onopgemerkt, een opening hadden weten te maken, en waar men na de ontsnapping veertig graanzakken gevuld met zand aantrof – wat bij lange na niet genoeg lijkt voor een tunnel van dertig meter. Als íemand ‘m nu knijpt, zijn het de bewakers, die, zo wordt voetstoots aangenomen, gevoelig zijn voor steekpenningen – mede gezien hun lage salaris van tweehonderd euro per maand. Vier maanden geleden ontsnapte de beruchte drugsbaron El Nene uit dezelfde gevangenis, en in zijn plaats belandden acht bewakers achter de tralies. Wel zo voorkomend dus van die gevangenen om op dat achtergelaten briefje te schrijven dat ze zonder enige hulp zijn ontsnapt.