IN MAROKKO

IN MAROKKO

FES – Ik loop met de 35-jarige Samira door de oude stad van Fes. Het is geen prettige ervaring. De medina, normaal zo levendig, is leeg, de kleine winkels hebben hun luiken gesloten. Er zijn niet veel mensen, iedereen is naar de moskee, en degenen die er wel rondlopen staren ons vijandig aan. Samira voelt zich niet op haar gemak. Omdat ze met mij loopt zien de mensen haar voor een hoer aan. Ik voel me evenmin op mijn gemak, maar onmiddellijk weer weggaan willen we nu ook weer niet en dus lopen we door.

Zo zonder mensen ziet de medina er armoedig en troosteloos uit, vervallen, ja eigenlijk komt de beroemde medina van Fes op mij over als een krottenwijk. Even blijven we stilstaan bij een fontein om het mozaïek te

bekijken, en van dat moment maakt een twintigjarige jongen in een vale trainingsbroek gebruik om iets tegen Samira te zeggen, ik versta niet wat. Samira schudt haar hoofd en bedankt hem. De jongen gaat niet weg, hij doet wel een pas naar achteren maar blijft staan om Samira met verachtende

blik en neergetrokken mondhoeken op te nemen. Dan begint hij weer tegen haar te praten, op rustige, kalme toon maar met dezelfde geringschattende blik. Het is alsof hij een kind toespreekt dat zich van zijn slechtste kant heeft laten zien en nu uitgelegd krijgt waarom het niet anders dan verstoten kan worden.

Het valt me op dat Samira niks terugzegt, de jongen praat maar door en zij blijft het aan horen. Als hij haar inderdaad terechtwijst, of van alles verwijt, waarom verdedigt ze zich dan niet? Of zou hij wat anders tegen haar zeggen? Omdat Samira niet bepaald vrolijk kijkt, trek ik haar mee, laten we doorlopen Samira, en zij verzet zich niet. Gelukkig loopt de jongen niet achter ons aan.

Het blijkt dat hij haar verweet, zo vertelt Samira mij nu, zelfzuchtig te zijn: hij had haar gevraagd of hij onze gids kon zijn, en toen zij daarop nee zei, dankjewel, vroeg hij haar waarom ze deze toerist voor zichzelf wilde houden en niet wilde delen, en trouwens, schaamde ze zich niet om met hem door de medina te lopen, en nog wel op vrijdag middag, het tijdstip van het belangrijkste moskeebezoek, interesseerde het haar niet wat de mensen van haar dachten? Terwijl we de medina weer uit lopen, want de lol is ervan af, en Samira me vertelt wat er eigenlijk is gebeurd, wordt ze boos, nu pas, wat denkt die jongen wel dat hij haar zomaar kan terecht wijzen, als ze met een Marokkaan door de medina had gelopen had hij haar nooit durven aanspreken et cetera. Ikzelf denk terwijl ik naar Samira luister: maar je had toch zelf ook wat kunnen zeggen, je had dat van zo’n snotneus toch niet hoeven pikken?

Het doet me denken aan die keer tijdens de ramadan dat ik met een andere in Rabat gevestigde buitenlander en Samira in een pizzeria zat te eten, en dat wij wijn bestelden, en dat de ober voor ons alledrie een glas neerzette en ook inschonk maar dat even later de baas het glas dat voor Samira was ingeschonken weghaalde en zei dat het ramadan was en dat Marokkanen nu geen wijn mochten drinken. Toen voelde ze zich evenzeer vernederd, vooral om het botte gebaar van die baas, die zonder plichtplegingen haar glas voor haar neus weghaalde, zich niet excuseerde of niets, sorry mevrouw, maar u begrijpt, het is ramadan, dit is tegen de wet… Ook toen kon Samira geen woord uitbrengen, dat het zo nu ook weer niet had gehoeven.

Het is om dit soort redenen dat ze een visum voor Canada heeft aangevraagd, dat haar ook is toegewezen, een visum dat nu al drie jaar voor haar klaarligt. Vooral als vrouw, en zeker als talentvolle vrouw, die haar talent ook allang bewezen heeft, heeft ze te maken met allerlei beperkingen die haar niet alleen verhinderen zich vrij te bewegen maar ook om zich ten volle te ontplooien. Toch, Canada is ver weg en emigratie is een grote stap, tot nog toe heeft Samira het niet aangedurfd.

Het drukt op haar. Om Samira, met wie je toch ook kunt lachen, is niettemin altijd een voile van droefheid. Iets in haar, iets wezenlijks, is bezig hier in Marokko te verstikken. Ze staat weerloos tegenover dit soort terecht wijzingen, vernederingen haar aangedaan door pizzeriabazen en straatjochies, misschien omdat zij de moraal van een hele maatschappij achter zich weten, en Samira maar alleen is. Ik weet niet of ze de kracht heeft hier ooit weg te gaan.