In Marokko

In Marokko

Over premier Abbas al Fassi gaat een anekdote die verhaalt hoe hij op een goede dag een belangrijke Chinese delegatie ontving. De Chinezen wachtten beleefd het moment af dat Al Fassi terzake kwam, maar de premier, die geen idee had waar hij het met ze over kon hebben, begon ten einde raad de fiche de présentation voor te lezen – een A4’tje afkomstig van het ministerie van Buitenlandse Zaken, dat in dergelijke gevallen de gasten, het land waar zij vandaan komen, beknopt introduceert. En zo hoorden de Chinezen de Marokkaanse premier voorlezen over hun eigen geschiedenis, in het bijzonder die van de thee, die Marokko in het begin van de negentiende eeuw begon te importeren. Natuurlijk bleven ze beleefd glimlachen, want zo zijn Chinezen.

De anekdote zou onderstrepen dat de premier geen ‘dossiervreter’ is, of eenvoudig nergens wat van afweet. Hoe dan ook, dat dergelijke anekdotes over de premier circuleren, is natuurlijk een slecht teken. Er wordt de laatste weken dan ook volop gespeculeerd over zijn aanstaande vertrek. De koning zou plannen hebben de man te vervangen.

Dit speculeren beperkt zich niet tot de nationale pers. Ook een gerenommeerd, internationaal blad als Jeune Afrique publiceerde onlangs een portret van premier Al Fassi, nu een half jaar in het ambt, waarin hij le fantoche du Maghreb werd genoemd, de marionet van Marokko. Eerlijk gezegd heb ik hem in de onafhankelijke Marokkaanse pers nooit anders omschreven gezien, waar Al Fassi het zelf wel naar gemaakt heeft, aangezien hij bij zijn aantreden verkondigde ‘de directieven van de koning naar de letter te zullen volgen’. Inmiddels wordt hem heel wat meer verweten. Hij zou pas laat opstaan en lui zijn, eigenlijk niets zelf doen maar alles delegeren, vooral aan zijn schoonzoon en rechterhand Nizar al Baraka, die steeds vaker als zijn plaatsvervanger optreedt. Het gerucht gaat dat Al Fassi inmiddels door iedereen in de steek is gelaten, zelfs door zijn eigen Onafhankelijkheidspartij. Hij wordt door niemand nog serieus genomen en zelfs openlijk vernederd. Hij kampt de laatste tijd ook met gezondheidsklachten. De man, hij zal achter in de zestig zijn, begint op foto’s inderdaad een broze indruk te maken.

En Marokko heeft wél een daadkrachtige premier nodig, want de tijden dreigen roerig te worden. Ik heb al vaker geschreven over de demonstraties in het land tegen de prijsstijgingen van allerlei levensmiddelen. Zaken als brood, olijfolie, melk, eieren en couscous zijn in twee jaar tijd vaak anderhalf keer zo duur geworden. Voor veel Marokkanen telt nog altijd iedere dirham.

De vakbonden laten de laatste tijd weer van zich horen. Hoewel 1 mei, traditioneel een dag van demonstraties in Marokko, betrekkelijk rustig verlopen is, zijn de vakbonden nog lang niet tevreden over de door de regering-Al Fassi toegezegde maatregelen, en hebben massale stakingen aangekondigd. Zij vinden dat de belastingen voor vooral de lagere salarissen veel te hoog zijn, vinden dat het minimumloon omhoog moet (van tweehonderd naar driehonderd euro per maand), en de kinderbijslag ook, evenals de pensioenen, et cetera. De regering heeft zestien miljard dirham uitgetrokken om de bonden tegemoet te komen – wat bijvoorbeeld betekent dat het minimumloon tien procent stijgt. Dat vinden de bonden lang niet genoeg.

De werkgevers daarentegen willen best iets meer minimumloon gaan betalen (vijf procent omhoog) maar dan moet daar ook wat tegenover staan in de vorm van lagere belastingen. Men beweert dan men anders niet meer kan concurreren met landen als Tunesië of Turkije.

Wat Al Fassi algemeen verweten wordt, is dat hij niet met een goed plan is gekomen om zowel werkgevers als werknemers tevreden te stellen en de sociale onrust de kop in te drukken. De situatie is sinds de onderhandelingen vorige maand min of meer stukliepen alleen maar explosiever geworden. Incidenten als de brand in de matrassenfabriek in Casablanca dragen daaraan bij, want ze wekken de indruk dat iedere keer dezelfden de pineut zijn. Niet alleen werkt de onderklasse bijna voor niks, en kan men met het verdiende geld steeds minder kopen, men riskeert al werkend ook nog zijn leven.

De overheidsbegroting staat al behoorlijk in het rood, en de stijging van de olieprijs en de mondiale recessie raken Marokko natuurlijk ook. Het schijnt dat het toerisme, een belangrijke inkomstenbron, al aan het teruglopen is.

Dit alles kan Al Fassi niet oplossen, want niemand kan dat, maar wat hij wel kan doen, lijkt me, is zelf aftreden, want het zou me niet verbazen als onder deze omstandigheden het door hem altijd zo fel begeerde premierschap zijn dood zou worden.