In Marokko

In Marokko

Il faut savoir vivre, zei de kapper. Waarom hij dat juist op dat moment zei weet ik niet, maar het sprak me wel aan. Je moet weten te leven.
Ik zei dat ik niet wilde dat hij al het haar aan de zijkant van mijn hoofd wegknipte, want dat was zo’n raar gezicht, alleen nog haar bovenop je hoofd, ik krijg er een eihoofd van. Daar had ik de vorige keer twee weken mee rondgelopen, tot mijn haar weer langer was geworden. Dus ik vroeg hem nu of hij het niet een beetje op kon knippen, tenminste, zo heet het in het Nederlands. Hoe je dat in het Frans of Arabisch zegt, weet ik niet, ik hield mijn handen schuin naast mijn hoofd en ik kreeg de indruk dat Zidane, de kapper, me begreep.
Zidane vraagt mij altijd: keen sahd? Dat betekent: is het erg warm? Hij doet dat omdat ik dat een keer tegen hem heb gezegd toen ik hier nog maar kort woonde. Misschien verbaasde het hem indertijd dat ik dat al in het Marokkaans-Arabisch kon zeggen, en waarschijnlijk sprak ik dat ook raar uit, in ieder geval blijft hij het herhalen, altijd lachend, een plezier dat ik wel herken. Ik denk dat de goedlachse Zidane er-gens begin dertig is, stoere jonge man, spijkerbroek, overhemd, ringbaardje. Hij was getrouwd, maar is nu gescheiden en ik denk dat hij inmiddels heeft geleerd hoe je moet leven. Iedere dag loop ik langs zijn kapperszaak, waar het voor Nederlandse begrippen een ouwe troep is, stoelen met barsten in de leren kussens, maar niet ongezellig. Er hangen posters van mooie vrouwen aan de muur en ook een van Ja-mes Dean. Vrouwen worden daar overigens zelden geknipt, de meeste gaan naar kapsters. In diezelfde straat, schuin tegenover de zaak van Zidane, is de hanoet Brahim. Dat is een klein kruidenierswinkeltje waar het de hele dag een komen en gaan van mensen is, die als zij binnenkomen niet op hun beurt wachten, maar onmiddellijk roepen: Brahim attini… Brahim attini… en met een biljet van twintig dirham zwaaien. Het betekent ‘Brahim, geef mij’ en ik vind het knap dat Brahim niet gek wordt van dat ‘Brahim, geef mij dit en geef mij dat’ de hele dag, van ’s ochtends acht uur tot ’s avonds elf uur, en ik overdrijf niet. Hij ziet er ’s avonds laat altijd behoorlijk afgepeigerd uit.
Brahim werkt de hele week, alleen op zondagen maar een paar uur. Dan heeft Zidane het toch gemak-kelijker, want die werkt alleen ’s ochtends en ’s avonds, ’s middags is de zaak dicht. Als Zidane mij aan het knippen is, steken mensen hun hoofd door de deur en zeggen iets en Zidane antwoordt dan en lacht. Sommigen komen ook binnen, als het meisjes zijn laat Zidane mijn hoofd even in de steek, maar hij komt altijd wel binnen een paar minuten terug. Dan knipt hij weer verder, pakt een pluk haar tussen twee vingers en knipt er wat vanaf, pakt de volgende pluk, en dan komt weer iemand binnen. Dit keer is het de kleermaker van iets verderop in de straat met een papier waarop iets in het Arabisch geschreven staat. Zidane houdt een pluk haar met twee vingers vast en draait zich naar de kleermaker om het pa-pier te lezen, er is een probleem, ik begrijp niet wat, ik begrijp alleen dat het iets te maken heeft met het muziekfestival van Fes dat nu bezig is. Maar Zidane, begrijp ik ook, kan dit probleem niet oplossen en keert zich weer naar mij om een stuk van de pluk haar af te knippen die hij nu al drie minuten tussen zijn vingers geklemd houdt.
Kijk, daar is de broer van Brahim, die soms voor hem invalt, want Brahim heeft ook rust nodig. Hij zegt salam aleikum en Zidane en ik groeten terug. De batterij van de telefoon van de broer van Brahim is leeg en of Zidane hier een oplader heeft, en Zidane, één hand op mijn hoofd, trekt met zijn andere hand een la open en haalt er een oplader uit. Terwijl Zidane zich weer op mijn haar concentreert, komt er een meisje binnen dat op een stoel gaat zitten en een verhaal begint te vertellen, waar Zidane veel om moet lachen, maar gelukkig knipt hij ondertussen wel door.
Vijf minuten later is hij klaar en weer vijf minuten later heb ik thuis gedoucht en kijk ik in de spiegel en stel ik tevreden vast dat ik dit keer geen eihoofd heb.