In Marokko

In Marokko

En na Mawazine, het muziekfestival waarover ik schreef, was er voor ons Rbati, (‘Inwoners van Rabat’), het jazzfestival in de Chellah, de dertiende editie alweer, georganiseerd door de delegatie van de Euro-pese Commissie. Tijdens dit festival heb ik het woord époustouflant geleerd: verbijsterend. Ik heb het uiteraard over de muziek. Jazzliefhebbers let op.
Jazz au Chellah, zoals het festival officieel heet, speelt zich af in de Chellah, een imposante ruïne gele-gen op de top van een lage berg aan de rand van Rabat. De citadel heeft Carthagers, Romeinen en Berbers geherbergd, maar wordt dezer dagen vooral bezocht door toeristen, jazzmuzikanten en jazzlief-hebbers.
Het festival speelt zich af in de openlucht en de verlichte vestingmuren zijn een spectaculair decor – ook voor de optredende muzikanten. Op de openingsavond was dat onder anderen de Oostenrijks-Tunesische Dhafer Youssef, volgens de programmafolder ‘een van de mooiste stemmen ter wereld’, wat ik niet overdreven vond. De toch al feeërieke sfeer in de Chellah-bij-nacht werd door zijn stem, en de luit die hij bespeelde, de soefi-achtige muziek, nog versterkt. Époustouflant.
Op vrijdagavond, de tweede avond van de vijf, stond State of Monk op het programma, een Nederland-se jazzgroep. Helaas, ik heb ze gemist, want ik ben in een café blijven hangen om het Nederlands elftal te zien spelen tegen Frankrijk. Daar had ik geen spijt van aangezien de Fransen met 4-1 klop kregen. Wat me wel verbaasde was dat de Marokkanen om mij heen allemaal zo voor Frankrijk waren, want toen Nederland de eerste goal maakte waren ze stil en was ik de enige die juichte. Maar toen het 3-1 werd begonnen ook zij te juichen en bij 4-1 was er diep ontzag voor de Nederlandse ploeg. Ze waren om. Marokkanen die ik later sprak vonden het prachtig dat die altijd zo arrogante Fransen een pak slaag hadden gekregen. Bij de eerste wedstrijd overigens, die tegen Italië, was iedereen voor Nederland, mis-schien omdat Nederland twee Marokkanen in de selectie heeft.
Marokkaanse kennissen die voor het voetbal niet thuis waren gebleven maar naar de Chellah waren gegaan, toonden zich razend enthousiast over State of Monk. Ze vonden het optreden époustouflant. Nederland begint het hier te maken – voetballend een groot succes, jazz spelend een even groot suc-ces. Men begint mij bewonderend te bekijken.
Zaterdagavond was ik weer van de partij en kon ik me laten overdonderen door de Roemeense violist Florin Nicolescu die optrad samen met de even virtuoze Zweedse gitarist Andreas Oberg. Nicolescu werd geprezen om zijn ‘zigeunermuziek’. Perfect Frans sprekende Marokkanen gebruiken nog het woord tzigane – zigeuner – en kijken je raar aan als je over Roma begint. Daarop volgde het voor mij nog époustouflanter optreden van Fransman David Neerman en Malinees Lansine Kouyate – ze bespe-len allebei wat ik aanzag voor een xylofoon, de eerste een elektronische en de andere een van hout, maar de Franstalige folder noemt deze instrumenten respectievelijk vibraphone en balafon. David Neerman is volgens mij een genie, maar dat dacht ik zondagavond ook weer, toen ik de Engelse pianist Neil Cowley beluisterde, van het Neil Cowley Trio. Als iemand het publiek weer wist te verbijsteren, dan was hij het, die de piano afwisselend een pak ransel gaf en liefkoosde. Ook deze Neil was onder de in-druk van de Chellah en zag een overvliegende ooievaar aan voor een ‘terodactyl’. Een van zijn num-mers was geïnspireerd op zijn moeder ‘in gevecht met haar parkeerplaats’ – en je zag die moeder voor je, de auto manoeuvrerend, verontwaardigd wanneer de plek bezet was. Je hoorde de humor in de mu-ziek.
Vanavond zal nog optreden, onder anderen, de Duitse pianist Joachim Kuhn, die een levende legende zou zijn. Ik heb hem de afgelopen dagen al een paar keer gehoord, en wel in jazzrestaurant Le Pietri, waar veel muzikanten zich na afloop van het festival verzamelden om nog wat meer muziek te maken, tot een uur of drie ’s nachts, veel improvisatie, dolle boel. Ik vergeet helemaal te zeggen dat iedere avond in de Chellah ook Marokkaanse muzikanten optraden, grote namen als Majid Bekkas, Hassan Boussou, Youssef Oulmadani, Jauk el Maleh, die met de Europeanen meespeelden en zo een ‘dialoog’ tot stand brachten, een van de pijlers van Jazz au Chellah. Ook dit festival is het waard om voor naar Marokko te komen, jazzliefhebbers.