In Marokko

In Marokko

In Fès werd onlangs een ramadanvreter gemolesteerd. Zo, ‘ramandanvreter’, drukte een dertienjarige leerlinge bij mij in de klas het ooit uit, toen ze een medeleerling ervan beschuldigde te hebben gegeten. In Fès betrof het een vijftigjarige man die, toen hij midden op de dag op straat een slok water nam, door willekeurige passanten werd geslagen, omdat hij nog niet ‘aan het eind van zijn Latijn’ zou zijn. Deze oukale ramdane – ‘ramadaneter’ – had het volgens hen best nog even kunnen volhouden, de vasten. Hij werd daarna door diezelfde passanten bij het politiebureau afgeleverd, en daar ook maar direct opgesloten. Een paar uur later kwam hij vrij, toen familieleden langskwamen met een medische verklaring waaruit bleek dat de man suikerziekte had (zieken hoeven niet te vasten).
De krant waaruit ik dit bericht haal, vermeldt niet in welke wijk in Fès dit gebeurde. De kans is groot dat het in de oude stad is geweest, of anders in een volkswijk – op beide plekken loopt men gemakkelijk tegen islamisten aan. Waarmee niet is gezegd dat de agressieve passanten inderdaad ‘baarden’ waren, want het krantenbericht zegt daar niks over.
Wat zich in Fès heeft afgespeeld, is een incident, maar het zegt toch iets over de geest die Marokko tijdens de ramadan in zijn greep heeft. Ikzelf heb nergens last van – kan gewoon buiten eten en drinken – maar Marokkanen ontkomen er niet aan voor hun omgeving in ieder geval te doen alsof ze vasten. Daarom valt ook moeilijk te bepalen hoe groot het percentage is dat dat ook daadwerkelijk doet, de hele dag lang. Het eerste jaar dat ik hier woonde, dacht ik dat iedereen vastte. Het tweede jaar hield ik het percentage op negentig procent en inmiddels denk ik zeventig. Maar een Noor die ik laatst tegenkwam, en die al vijftien jaar in Rabat woont, bezwoer mij dat ‘minder dan de helft’ van de Marokkanen daadwerkelijk vast. ‘Ze bedriegen elkaar allemaal, en zichzelf ook.’ Als je hier langer woont, loop je het risico in dat soort termen te gaan denken.
De ramadan zou een maand moeten zijn, neem ik aan, van spiritualiteit, vrede, onthouding en bezinning. Soms lijkt het meer een maand van het slaafs volgen van regels, van stompzinnige ruzietjes-om-niets, van niet-werken en hasj roken. Er zijn er heel wat die zo lang mogelijk opblijven om de volgende dag zo lang mogelijk in bed te kunnen blijven liggen – ieder uur daglicht is meegenomen. En dan, na zonsondergang, is het weer tijd voor la grande bouffe. Na het eten naar de moskee, en daarna kaart spelen, of buiten blijven… Nooit wordt er zoveel op straat geflirt als tijdens de ramadanavonden.
Het heeft iets verleidelijks dit te zien als een soort massaal protest tegen de strenge wetten van de ramadan, en tegen de ‘passanten’ die toezien op de naleving daarvan. Een volk dat weigert zich in een korset te laten rijgen en de heilige maand vrolijk naar eigen hand zet, sterker, zo zijn wegen heeft gevonden om er feitelijk aan te ontsnappen. Of Marokkanen het met deze zienswijze eens zouden zijn, weet ik niet.
Velen zijn ongetwijfeld gewoon serieus. Medelijden heb ik vooral met de arme bouwvakkers verderop in mijn straat, half negen present en de hele dag beulen onder een hete septemberzon, voor een loon van niks.
Enfin, ’t zit er weer op, dit jaar.