In Marokko

In Marokko

Het is bekend dat in Marokko nog veel van ezels gebruik wordt gemaakt. Op het platteland natuurlijk, daar vooral, maar ook in grote steden als Casablanca, Fes, Marrakesj. In de binnenstad van Rabat zie ik ze nooit, zelfs niet in de oude medina, maar toch wel weer in villawijken als Souissi of, nog chiquer, Ambassadors. Dat lijkt raar, een ezel in een wijk waar je alleen de allerduurste auto’s ziet, maar als je bedenkt dat aan dat soort wijken doorgaans krottenwijken grenzen, wordt het weer begrijpelijk. De mensen in de villa’s halen veel van hun personeel – de kokkinnen, de schoonmaaksters, de tuinmannen, de bewakers – ook uit die krotten.
Van Marokko wordt vaak gezegd, ook door mij, dat het én een derdewereldland is én een hypermoderne maatschappij. In genoemde villawijken leeft de Franssprekende elite met draadloos internet in huis en zwembad in de tuin; de kinderen stuurt men naar Franse universiteiten. In de aangrenzende bidonville, waar louter Marokkaans-Arabisch wordt gesproken, moeten de half geletterde bewoners het doen zonder stromend water – ergens in die wijk is wel een kraan, maar niet in huis. En zo zijn er nog wel meer verschillen tussen de weinige rijken en vele armen in Marokko, die de veelgehoorde uitspraak rechtvaardigen dat dit een land ‘van twee snelheden’ is. De snelheid van de Porsche Cayenne, en de traagheid van de ezel.
Op het eerste gezicht lijken dat volkomen terechte uitspraken, derdewereldland én moderne maatschappij, twee snelheden – ja, dat is Marokko, zo is het precies. Maar zo is het toch niet helemaal. Want zo modern is die moderne maatschappij niet, ondanks internet en de Franse universiteiten.
Neem bijvoorbeeld de politiek, uiteraard het domein van de elite, net als de financiële wereld. In Marokko zijn macht en geld nauw met elkaar verbonden en in handen van een paar honderd ‘grote’ families. En dat houdt men graag zo. De absolute upperclass – die paar honderd families – vervoert zich weliswaar per Porsche, maar de manier waarop ze geld en macht in handen houdt, stamt uit de tijd van de ezel. Het is feodaal, en feodaal is niet modern, hoezeer de zwarte Cayenne ook glanst.
Want hoe doet men dat, die macht in handen houden? Niet zo moeilijk, namelijk zoals men dat eeuwenlang overal ter wereld heeft gedaan, en wel door in eigen kring te trouwen. Het is dan ook niet verrassend dat bijvoorbeeld het kabinet doorgaans nogal wat bloedverwanten telt. Laat ik de meest in het oog springende van het huidige kabinet noemen, zij die verwant zijn aan minister-president Abbas al Fassi. Dat zijn minister van Buitenlandse Zaken Taïeb Fassi Fihri (volle neef), minister van Gezondheid Yasmina Baddou (aangetrouwde nicht) en minister van Algemene Zaken en rechterhand van de premier Nizar Baraka (schoonzoon). In dit verband is het ook nog aardig om te melden dat premier Abbas al Fassi zelf getrouwd is met de dochter van Allal al Fassi, een van de grote mannen van de Marokkaanse onafhankelijkheidsstrijd, de oprichter van de regerende onafhankelijkheidspartij Istiqlal (waarvan Abbas nu de leider is).
Als dat moderne Marokko werkelijk modern was, telde het land natuurlijk ook niet zo veel krottenwijken. En had ik u in dit stukje niet met de naam ‘Fassi’ om de oren hoeven slaan. Ik kan er ook niks aan doen. Het zijn de Marokkaanse gremlins, ze zijn overal. Behalve, natuurlijk, in de krottenwijken.