IN MAROKKO

IN MAROKKO

De 26-jarige Hicham is afgestudeerd natuurkundige en behoort sinds twee jaar tot de groep der hoogst opgeleide werklozen. Hij is een van degenen die bijna dagelijks demonstreren, meestal voor het parlement, maar ook vaak voor het een of andere ministerie. Al heeft hij al vijf keer gesolliciteerd voor een baan als leraar, en is hij al vijf keer afgewezen, hij blijft vertrouwen hebben in de toekomst. «Moet ik dan naar Spanje over steken, in een bootje?» Hij lacht en schudt zijn hoofd. Dat wil hij niet, Marokko is zijn land, hij wil hier wonen, werken.

Nu is werkloos niet helemaal werkloos. Veel werklozen rommelen er wat bij, hier een baantje, daar een baantje, soms voor een paar dagen, soms voor een paar weken. Hicham, afkomstig van het platteland, helpt zijn ouders als het seizoen erom vraagt en er gemaaid of geoogst moet worden. Maar dat soort baantjes levert nooit meer op, zegt hij, dan wat zakgeld.

Ik vraag hem waarom hij altijd is af gewezen, waarom het zo moeilijk voor hem is een baan als leraar te krijgen, en Hicham legt mij uit hoe een sollicitatie in zijn werk gaat. Als er nieuwe leraren nodig zijn, wordt er een «concours» georganiseerd en daarvoor kan men zich inschrijven. De winnaars van zo’n concours zijn volgens Hicham echter on veranderlijk degenen die de responsible, degene die belast is met de rekrutering, ofwel kennen ofwel twee- tot drieduizend euro toe stoppen – dat is wat ervoor staat. Zonder geld of relaties lukt het niet. «Jaargenoten van mij, met mindere cijfers, zijn wel aangenomen. Hoe kan dat?» Hij zegt dat hij het ze gevraagd heeft en dat ze hem zelf hebben verteld wat ze gedaan hebben om die baan te krijgen.

De gediplomeerde werklozen, en er zijn zo’n dertig verschillende groepen, ieder met zijn eigen soort opleiding, willen zonder uitzondering voor de overheid werken, omdat de overheid zekerheid biedt. Het is daarom dat ze in Rabat dagelijks demonstreren voor het ministerie of voor het parlement, maar ook in andere steden, voor de wilaya, zeg maar het gemeentehuis. Een baan in de privé-sector willen ze niet, omdat je in de privé-sector wordt uitgebuit en afgeknepen en omdat je voortdurend het risico loopt zomaar op straat te worden gezet. Wie in de privé-sector werkt, zeggen de gediplomeerde werklozen, kan het zich niet permitteren zich vaste lasten op de hals te halen, kan geen huis huren en niet trouwen, een gezin stichten is te riskant. De meeste werklozen wonen noodgedwongen nog bij hun ouders.

Veel Marokkanen vinden het maar gemakkelijk wat die demonstrerende gediplomeerde werklozen willen. Ja, dat wil iedereen wel, een baan bij de overheid. Daaraan denkend zeg ik tegen Hicham: maar heeft de overheid wel genoeg banen voor al die gediplomeerde werklozen? Jij wilt werken als leraar, oké. Maar bijvoorbeeld degenen met een technische opleiding, die zouden toch ook elders hun geld kunnen verdienen, al biedt dat minder zekerheid?

Voor hij antwoordt, denkt Hicham even na. Dan buigt hij zich naar mij over en zegt, ernstig en nadrukkelijk, dat er bij de overheid voldoende banen zijn en dat het hun erom te doen is dat die banen eerlijk worden verdeeld. Dat hun dagelijkse demonstreren ook een strijd tegen de corruptie is.

«Je weet van het bestaan van fantoom banen?»

Fantoombanen? Daar heb ik nog nooit van gehoord.

Het zijn banen, legt Hicham uit, die bestaan, reële arbeidsplaatsen, daar is werk dat gedaan moet worden, maar dat niemand doet, arbeidsplaatsen die alleen op papier bemand zijn. «Het geld gaat naar een vriend of familielid van de responsible, maar ze doen niks, ze verschijnen niet eens op hun werk, ze hebben ander werk. Er zijn zelfs hele fantoomscholen.»

Omdat ik nog steeds met het geval van Touria, dat indruk op me gemaakt heeft, in mijn hoofd zit, breng ik het ter sprake: een verpleegster in een privé-kliniek die zes dagen per week werkt en honderd euro per maand betaald krijgt, minder dan vijf euro per dag – voor dagen van twaalf uur, dus nog geen vijftig eurocent per uur. Zwart, uiteraard, want anders zou men haar het minimumloon moeten geven, en dat is nog altijd bijna twee keer zoveel.

Die honderd euro leken mij zo weinig dat ik Touria – ik bracht het Offerfeest bij haar familie in Meknes door – nauwelijks kon geloven, maar Hicham kijkt er niet van op. «Het is Marokko.» En hij voegt eraan toe: «Onze minister-president, Driss Jettou, is ook directeur van een schoenenfabriek. Ik denk niet dat hij zijn werknemers veel beter betaalt.»

Ik zeg: dan hebben jullie in je strijd tegen de corruptie nog een lange weg te gaan. Hicham lacht weer. «Er is een revolutie nodig.