In Marokko

In Marokko

Het is bekend dat men ouderen hier niet naar bejaardenhuizen stuurt. Het zijn doorgaans de kinderen die voor hun oude ouders zorgen. Dat systeem komt de komende jaren onder druk te staan.
Begin deze maand kwam het Marokkaanse planbureau met een rapport over de vergrijzing. Dat hier sprake is van een dergelijk verschijnsel betekent dat Marokko een modern land geworden is. Zoals bekend is vergrijzing het gevolg van twee factoren: vrouwen die minder kinderen krijgen en mensen die langer leven. In Marokko zijn dit spectaculaire cijfers: in de afgelopen vijftig jaar is het geboortecijfer gedaald van 7,2 naar 2,4. In dezelfde periode is de levensverwachting gestegen van 47 naar 72 jaar.
Op dit moment is acht procent van de Marokkanen zestig jaar of ouder. In 2030 zal dat vijftien procent zijn, een verdubbeling. Op zichzelf nog milde cijfers als je ze met de Nederlandse situatie vergelijkt: nu al is een kwart van de Nederlanders 55-plusser, in 2035 zal dat 35 procent zijn.
Zoals in ieder modern, vergrijzend land wordt het ook in Marokko als probleem gezien dat er straks zo veel ouderen zijn, want voor hen moet worden gezorgd. Dat probleem heeft twee facetten: wie gaat hiervoor betalen? En wie neemt de zorg op zich?
Marokko heeft daarvoor zijn eigen oplossing. Laten we de cijfers nog eens nader bekijken. 83 procent van de huidige 60-plussers is analfabeet. De totale groep telt iets meer vrouwen dan mannen, wat normaal is, want vrouwen leven langer. Van die oudere vrouwen is 65 procent weduwe, van de mannen maar acht procent. Dertig procent van de oudere vrouwen is getrouwd, van de oudere mannen negentig procent. Enorme verschillen, die verklaard worden door het feit dat het weduwnaars hier weinig moeite kost een jongere vrouw te hertrouwen, iets wat omgekeerd vrouwen niet lukt.
De ouderdom komt met gebreken, maar 78 procent van de zestig-plussers die in de stad wonen, heeft geen ziektekostenverzekering. Op het platteland is dat zelfs 97 procent. Op datzelfde platteland zijn veel ouderen nog actief, zoals dat heet: ze werken nog (41 procent). In de stad is dat maar twintig procent. Zestien procent van de ouderen heeft een pensioen. Van de groep oudere mannen woont 3,5 procent op zichzelf, van de groep vrouwen is dat bijna tien procent. De rest woont in ieder geval niet alleen.
Bijna zestig procent van de ouderen woont in ‘uitgebreid familieverband’: in een eenheid die twee of meer generaties telt. Zestig procent van de oudere vrouwen die zo wonen, maakt zich nuttig door te helpen met de was, koken, hout sprokkelen, schoonmaken, op de kleinkinderen passen, et cetera. Van de mannen is dat veertig procent. Niettemin zegt zestig procent van de ouderen zich eenzaam te voelen (zestig procent van hen permanent, veertig procent soms).
De conclusie die het planbureau uit al deze cijfers trekt (en vooral natuurlijk uit de verdubbeling van het percentage ouderen in de komende 25 jaar), is deze: kijk, de solidarité familiale is in Marokko hecht verankerd. Geen reden om aan te nemen dat dat snel verandert. Dus we hoeven geen bejaardenhuizen te bouwen. Wat wél nodig is, is dat de beroepsbevolking straks ook daadwerkelijk werkt, anders kunnen kinderen niet voor hun ouders zorgen. Het enige wat de overheid hoeft te doen, is de werkloosheid bestrijden.