In Marokko

In Marokko

De jonge koning Mohammed VI, nu bijna tien jaar aan de macht, zou tegenover zijn naaste medewerkers regelmatig in woede uitbarsten. Het onafhankelijke Franstalige weekblad Le Journal kwam onlangs met een opsomming van die woede-uitbarstingen.
Zo zou Mohammed VI zijn jeugdvriend en de op één na machtigste man van het koninkrijk Fouad Ali el Himma in juni 2005 een pak slaag hebben verkocht. In die tijd was El Himma ‘soeverein minister’ van Binnenlandse Zaken, en achtte het wijs Nadia Yassine juridisch te laten vervolgen op grond van de uitspraak dat ze wel wat zag in een republiek. Echter, Nadia Yassine is de dochter van sekteleider sjeik Yassine, en die geniet in Marokko een enorme aanhang. ‘Besef je wel wat dat teweeg kan brengen, Nadia Yassine in de gevangenis?’ zou een woedende Mohammed VI zijn vriend hebben gevraagd. El Himma zou zich na dit onderhoud hebben moeten laten opnemen in een ziekenhuis te Parijs.
Hetzelfde geldt voor die andere nummer 2 van Marokko, dé rivaal van El Himma, Mounir Majidi, persoonlijk secretaris van de koning. El Himma is voor de politiek, Majidi voor de financiën. De laatste zou tijdens een vlucht terug naar Marokko de woede van zijn meester hebben ondergaan, en bij landing onmiddellijk naar het militair ziekenhuis van Rabat zijn overgebracht. Wat hij precies had misdaan, is volgens Le Journal nog steeds niet helemaal duidelijk.
Dat Le Journal met zo’n stuk durft te komen, getuigt van een zeker lef. Hele oplagen van tijdschriften worden hier voor minder vernietigd. Maar wat wil de redactie er eigenlijk mee? Een sappig stuk publiceren, zeker: het is smakelijk om te lezen hoe de allerhoogsten van het koninkrijk, El Himma en Majidi, worden vernederd. En Le Journal wil er ten tweede mee zeggen dat we in Marokko nog ver verwijderd zijn van een moderne democratie. Sterker: dat we met dergelijke koninklijke uitspattingen nog midden in de eeuwenoude Arabische traditie staan.
En ook daar is wat voor te zeggen. Als een soort dekmantel voor dit toch gewaagde stuk gebruikt Le Journal het vorig jaar gepubliceerde Le Sujet et le Mamelouk van de Marokkaanse historicus Mohammed Ennaji, waarvan de ondertitel luidt: ‘Slavernij, macht en religie in de Arabische wereld’. De auteur stelt daarin dat een Arabisch vorst zijn macht voor een groot deel aan de islam ontleent – hij is formeel ook de eerste onder zijn gelovigen, zijn onderdanen. Die buigen dientengevolge voor hem als voor God zelf. Hoe buigt men voor God? Eenvoudig: als een slaaf voor zijn meester – want het is díe verhouding van totale onderwerping, schrijft Ennaji, die in de Arabische wereld als model werd genomen voor de verhouding van een gelovige tot God.
Heersers doen er dus goed aan in de ogen van hun onderdanen zo veel mogelijk op God te gaan lijken. Door El Himma en Majidi een pak slaag te geven – dus met zijn vaak onvoorspelbare woede-uitbarstingen – zou Mohammed VI, aldus het weekblad, zijn hiba vergroten, dat ‘magische aura’ dat bij zijn onderdanen onveranderlijk een mengsel van vrees en bewondering afdwingt.