In Marokko

In Marokko

Vijf jaar geleden, op 5 februari 2004, werd de gemoderniseerde Mouddawana van kracht, de Marokkaanse familiewet. Vier jaar daarvoor had vermoedelijk niemand het nog voor mogelijk gehouden dat de ongelijkheid voor de wet tussen man en vrouw zo snel voor een zo groot deel zou worden opgeheven. De voorlaatste poging tot hervorming van de familiewetgeving was in het jaar 2000 stukgelopen op even hardnekkig als luidruchtig verzet van de kant van vooral islamisten, dat zich manifesteerde in een gigantische protestmars in Casablanca van naar schatting een miljoen demonstranten – ‘vrouwen zijn de zusters van mannen’ was een van hun slogans. Waarmee men maar wilde zeggen dat binnen de islam helemaal geen man-vrouwconflict bestaat, dat de gereclameerde modernisering van de familiewet het product was van een zionistisch, communistisch, westers complot, dat de islam het ideale antwoord is op willekeurig welke kwestie betreffende het geslachtsverschil, en dat het islamitische karakter van de familiewet moet worden behouden omdat anders niets de samenleving nog voor verval en verloedering kan behoeden.
Enfin, ik kom hier binnenkort uitgebreid op terug in een langer stuk over het Marokkaanse feminisme, waarin ik onder meer de vraag zal beantwoorden of de vrouwenbeweging vier jaar na die mars met de nieuwe Code de la famille uiteindelijk aan het langste eind heeft getrokken, of toch niet. Hier is het mij nu te doen om een minder bekend aspect van die vernieuwde wetgeving, en wel artikel 16, dat stelt dat alle huwelijken binnen vijf jaar – nu dus – door de rechter gelegaliseerd moeten zijn. Zo niet, dan vervallen ze. En daarmee uiteraard ook alle eventuele aan het huwelijk ontleende rechten.
En dat geldt evenzeer voor huwelijken gesloten buiten Marokko, in Nederland bijvoorbeeld, als voor traditionele huwelijken in Marokko zelf, die niet door een adoul, een soort notaris, zijn bekrachtigd maar door het reciteren van soera Al Fatiha – de zeven openingsverzen van de Koran – door beide echtelieden in het bijzijn van twaalf getuigen. De staat gaf de mensen vijf jaar de tijd om de situatie recht te trekken, maar verzuimde enige bekendheid aan de nieuwe bepaling te geven, zodat niemand nergens van op de hoogte was. Met niemand bedoel ik dan vooral plattelanders die wonen in kleine, afgelegen dorpen.
In Marokko gaat het dan zo dat lokale ngo’s het werk gaan opknappen, vooral vrouwenorganisaties, omdat vrouwen (en hun kinderen) in deze patriarchale maatschappij nu eenmaal eerder de dupe zijn dan mannen. Ze worden door de nieuwe Mouddawana beter beschermd, maar dan moeten ze wel officieel getrouwd zijn. De ngo’s bezochten de dorpen om de mensen uit te leggen wat ze moesten doen, en merkten al snel dat ze tegen de bierkaai vochten. Behalve dat niemand nergens van wist, beschikten tienduizenden Marokkanen niet eens over papieren, geen identiteitsbewijs, geen geboorteakte, niets. Ouders en grootouders hadden die evenmin. Het is lastig voor de wet trouwen als je niet eens kunt aantonen dat je bestaat.
Voor degenen die wél voor de wet bestaan is het een hoop gedoe, dat al gauw een half jaar in beslag neemt. Achter papieren aan, dus reizen, die laten legaliseren, opnieuw kosten – voor veel plattelanders is het ook te duur. Een organisatie als de Ligue Démocratique des Droits de la Femme pleit ervoor de procedure aanmerkelijk te vereenvoudigen. En de vervaldatum van al die huwelijken nog even op te schorten.