IN MAROKKO

IN MAROKKO

RABAT – Samen met Touria, 26-jarige verpleegster te Meknes, bekijk ik de marche populaire, de volksmars, door het centrum van Rabat, afgelopen vrijdag. Bekijken, ja, want we staan achter dranghekken ter hoogte van het parlement in de hoofdstraat, Avenue Mohammed V, en voor ons drommen de verontwaardigden voorbij met spandoeken of met A4’tjes waarop leuzen staan als: «Vrijheid van meningsuiting ja, het beledigen van religies nee», of: «Wij veroordelen het publiceren van tekeningen die de persoon van de Profeet aanvallen».

Ik ben onder de indruk van het aantal mensen dat men op de been heeft gekregen, het zijn er duizenden, het lijkt een eindeloze stroom. Tot deze mars is opgeroepen door politieke partijen, vooral door islamisten, de gelovigen is in moskeeën gemaand deel te nemen, de mars is aangekondigd in kranten. Er lopen ook heel wat mensen mee afkomstig uit andere delen van het land, en volgens Touria hebben zij alleen kunnen komen omdat ze, als ze zeiden dat ze naar de demonstratie in Rabat gingen, niet voor de bus hoefden te betalen. Dat had ik nog niet bedacht, al zie ik verder hetzelfde als zij: vooral veel jongens en jongemannen die eruitzien alsof zij altijd dezelfde kleren dragen en weinig anders hebben, en die zich behoorlijk druk maken met het scanderen van leuzen en het opzwepen van anderen. Maar er zijn ook oudere mannen bij die in djellaba lopen en hun sereniteit weten te bewaren, ook heel wat vrouwen in djellaba, vaak met een koran in de hand. Er lopen er ook bij die er rijker en minder traditioneel uitzien, van alle leeftijden, maar zij lijken mij toch verre in de minderheid te zijn.

Af en toe vraag ik iemand waarom hij of zij hier eigenlijk loopt, en soms is het nodig dat Touria voor mij vertaalt. Een jongen van een jaar of twintig legt Touria geduldig uit dat er tekeningen in Belgische kranten hebben gestaan die de profeet hebben beledigd, maar een ander, een oudere man met een kaal hoofd in djellaba, die goed Frans spreekt, reageert agressief: en waarom bent u hier eigenlijk?! Wat doet u hier?! Waar komt u vandaan?! Het is niet vaak dat ik zo bejegend word in Marokko.

Integendeel, ik ben hier meestal welkom, maar vandaag beziet men mij anders – en Touria ook. Een demonstrant met een baard die naar ons kijkt op het moment dat zij nogal dicht tegen mij aan geleund staat, maakt naar Touria het gebaar dat betekent dat zij gek is – gek om hier en nu naast die buitenlander te staan, gek om überhaupt naast hem te staan, verraadster als zij is van haar geloof en haar vaderland.

Het doet mij denken aan de manier waarop we normaal gesproken op straat worden aangekeken: niet bepaald welwillend. Dat wij ergens samen lopen, ja dat wij samen zijn, lijkt voor veel Marokkanen op eenzelfde manier beledigend als die Deense spotprenten. Touria en ik samen – het heeft voor Marokkanen iets vernederends. Waarom verkiest zij mij boven een van hen? Zijn zij soms minder? En hoe kan zij een niet-moslim prefereren? Door met mij samen te zijn, beledigt zij bovendien het ware geloof.

Het is de redenering die mij voort lijkt te komen uit een gevoel van minderwaardigheid: de nsrani, de buitenlander, vertegenwoordigt de rijkdom en de macht die men zelf ontbeert, de rijkdom om hier hun vrouwen te kopen, de macht om de moslimgemeenschap te vernederen, zie – recentelijk – de invasies in Afghanistan en Irak, zie de voortdurende onderdrukking van de Palestijnen in Israël. En dan bestaan die buitenlanders het ook nog om de profeet te lachen.

Zelfs mijn huisbaas, een medisch specialist die in Parijs gestudeerd heeft en heel wat rijker is dan ik, voelt zich gekrenkt door die spotprenten: «Voor ons is de Profeet heilig, het raakt ons in ons hart.» Ik hoef er met hem maar even over te praten of hij begint over de joods-Amerikaanse lobby, die Deense cartoonisten ertoe heeft aangezet die tekeningen te publiceren. Ook hij maakt zich druk over – voelt zich machteloos ten overstaan van – de westerse arrogantie.

Maar hij loopt niet mee met de mars, daar is hij te gedistingeerd voor. Hij is, anders dan velen onder die duizenden demonstranten, ook geen armoedzaaier, natuurlijk – een belangrijk verschil. Mijn huisbaas voelt niet de behoefte een ongenoegen te ventileren dat alles te maken heeft met de uitzichtloze omstandigheden in dit land, de werk loosheid, de onderbetaling, het gebrek aan toekomst, het zich altijd klein voelen, een on genoe gen dat zich afgelopen vrijdag, handig omgebogen door hen die daar baat bij hebben, mocht richten op de spotprenten, ja op het Westen, dat vrijdag zijn stem eens mocht laten horen.