In Marokko

In Marokko

RABAT – Ik loop op Avenue Mohammed V, midden in het centrum van Rabat, en een man van een jaar of 45 vraagt mij hoe laat het is, in het Arabisch, en ik antwoord hem in het Arabisch. De man, die een wat gehaaste indruk maakt, kijkt dan pas op: hé! Een buitenlander! Neem me niet kwalijk, ik had dat niet gezien! Hij lacht en hij schudt mij de hand en verontschuldigt zich nogmaals voor het feit dat hij mij in het Arabisch aansprak, hij had niet naar mijn gezicht gekeken. Hij heeft ook zo veel aan zijn hoofd, hij heeft vanochtend een auto-ongeluk gehad, ja, bij Sale, aan de rand van Rabat, zijn auto staat daar nu nog en zijn vrouw en twee kinderen zitten in Sale op hem te wachten. Hij laat mij een groene kaart zien en zegt dat hijnaar het postkantoor van Rabat gekomen is
om geld te halen, kijk, met deze kaart, die heb je nodig om telefonisch geld over te laten maken, kijk hier, de naam van mijn vader.
Maar waar komt u vandaan? En wat doet u hier? Het is allemaal even interessant wie ik ben en wat ik blijk te doen, ik ben Nederlander, hij heeft familie in Nederland! Ik woon in Rabat, ik ben journalist, o, maar dan heeft hij nog wel wat mooie verhalen voor me! Hij komt uit Marrakesj en werkt op het «bureau voor bos en water», een provinciale dienst, kom ik toevallig binnenkort nog die kant op, dan moet ik zeker bellen, hij kan mij veel informatie geven.
Enfin, om een lang verhaal kort te maken, de man pakt mij in, hij draagt een colbert en ziet er betrouwbaar uit, zou inderdaad een ambtenaar kunnen zijn, en we drinken koffie en hij zegt dat hij voor die telefonische overboeking zestig dirham, zes euro, nodig heeft en of ik hem die kan lenen, trouwens, tweehonderd zou beter zijn want hij moet hier met vrouw en kinderen overnachten, en morgen geeft hij mij dan het geld terug. Ik ben zo dom hem het geld te geven, meer dan tweehonderd zelfs, want terwijl ik hem die tweehonderd geef weet hij er nog tweehonderd bij te praten, «nog tweehonderd zou wel makkelijk zijn». We spreken af elkaar morgen om deze tijd op deze plek weer te treffen, en op het moment dat hij wegloopt denk ik: wat ben ik toch ongelooflijk dom. Hoe kan ik er zo intuinen! Hij droeg wel een jasje maar veel tanden in zijn mond had hij niet. Het verpest behoorlijk mijn stemming.
Maar ’s middags belt mijn goede vriend en hij zegt dat hij goed nieuws heeft, en of hij mij om zes uur kan ontmoeten in plaats van morgenochtend. Ik denk: zou ik dan toch een goede daad hebben verricht? Om zes uur tref ik mijn goede vriend inderdaad, en hij zegt dat zijn vader hier straks om acht uur zal zijn en hij nodigt mij uit met zijn hele familie, vader en vrouw en kinderen, voor het diner, het adres van het restaurant heeft hij al op een papiertje voor mij opgeschreven. Ja? Vind ik dat leuk? Kan ik hem dan nu misschien nog 150 dirham lenen?
Ik denk: nu heb ik je. Aan zijn adem ruik ik dat hij gedronken heeft, kennelijk is mijn vierhonderd dirham nu op, en wil hij nog meer drinken, het is ook pas zes uur, natuurlijk. Ik zeg: loop met mij mee naar het station, daar is een geldautomaat, ik heb niet genoeg in mijn portemonnee. Even argeloos als ik die ochtend was loopt de oplichter met mij mee naar het station, aan de overkant, waar ook altijd politie staat. Als we de politie passeren, schiet ik een agent aan en zeg dat deze man een oplichter is die mij vierhonderd dirham schuldig is. Ik zie dat het gezicht van de oplichter betrekt. Men vraagt hem om zijn identiteitsbewijs. Hij blijkt er alleen een kopie van te hebben, de naam die daarop staat is anders dan de naam die hij mij heeft genoemd.
Ik vertel de politie het hele verhaal, de oplichter wordt in een auto geduwd en kijkt erg zuur. De politie zegt dat ik aangifte moet doen, op het bureau, en daar vertel ik nogmaals het hele verhaal, terwijl een agent het optikt. Een andere agent zoekt inmiddels uit met wie we eigenlijk te maken hebben, een uur later komt de informatie door en blijkt deze oplichter al gevangen te hebben gezeten in Tanger, Fes, Ouarzazate, Marrakesj en El Jadida. De oplichter, die geen stoel aangeboden krijgt maar in een hoek van het bureau op zijn hurken moet zitten, kijkt niet meer op. Volgens de agenten zal hij weer een paar maanden moeten zitten.
Krijg ik mijn vierhonderd dirham nog terug, vraag ik? De agent die mijn verhaal optikt, begint hard te lachen.